De blanke bewoners van de Free State hebben veelal Nederlandse roots. De provincie heette niet voor niets ooit ‘Oranje Vrijstaat’.
Een kleine tien procent van de Free State bevolking is blank. De rest heeft een zwarte huidskleur of stamt af van de originele bewoners van het gebied: de
Khoisan. De Khoikhoi, ook wel Hottentotten genoemd, en de San, vroeger aangeduid als Bosjesmannen, werden enkele honderden jaren geleden verdreven langs de kust. Stammen uit midden Afrika vestigden zich aan het water. De Khoisan trokken landinwaarts.
De Nederlandse boeren volgden hen in de negentiende eeuw. Zij konden het niet goed vinden met de nieuwe machthebber in de Kaap: Groot-Brittannië. De nieuwe heerser verbood onder meer de slavenhandel. Dat pikten de Nederlandse boeren – of Afrikaners, zoals zij zichzelf noemden – niet. Ze gingen op zoek naar een plek voor zichzelf. Een plek met hun eigen wetten en regels. De
Grote Trek vond plaats. De Oranje Vrijstaat en Transvaal waren geboren.
Toen in deze twee Afrikaner gebieden goud en
diamanten werden gevonden, wonnen zij echter opeens snel aan belang voor de Britten. Twee oorlogen volgden. In 1880 en in 1899. De eerste
Boerenoorlog wonnen de Afrikaners nog met behulp van heuse guerrillatactieken. De introductie van concentratiekampen door de Britten in de tweede Boerenoorlog brak hun opstand echter in 1902. In deze kampen kwamen duizenden Afrikaners om - inclusief vrouwen en kinderen en hun zwarte personeel. De kampen vormden een inspiratiebron de concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog.
In 1910 gingen zowel de Oranje Vrijstaat als Transvaal op in de Unie van Zuid-Afrika.