Dat Afrikaans veel weg heeft van het Nederlands, was je vast al eens opgevallen. Het Afrikaans is namelijk verwant aan het Nederlands. De taal is echter ook beïnvloed door het Portugees, Maleis en Engels.
Afrikaans is de jongste Germaanse
taal ter wereld – naast het Afrikaans en Nederlands zijn bijvoorbeeld ook het Duits en Engels Germaanse talen. Hollandse
kolonisten introduceerden het Nederlands in de zeventiende eeuw in
Zuid-Afrika, toen zij in het huidige Kaapstad een verversingspost voor VOC-schepen richting Indonesië stichtten.
Toen de
Britten in 1806 de Kaap bezetten, verdrong Engels daar het Hollands-Afrikaans. In 1822 werd het Engels zelfs de officiële taal van het land. Op het platteland, waar de vroegere Hollanders heen trokken, bleef het Afrikaans echter springlevend.
Tegenwoordig is het Afrikaans dan ook weer één van de elf officiële
talen van de Republiek van Zuid-Afrika. Het Afrikaans is de moedertaal van zo’n 6,5 miljoen
Zuid-Afrikanen. Ook in Namibië wordt Afrikaans gesproken.
Lange tijd werd Afrikaans gezien als een
dialect van het Nederlands, maar in 1925 kreeg het Afrikaans, samen met het Engels, de status van officiële taal.
Natuurlijk blijft de oorsprong van het Afrikaans wel liggen in de volkstaal van de eerste
kolonisten uit Zuid-Holland, Zeeland en uit de omgeving van Utrecht. Deze dialecten vermengden zich met de plaatselijke talen en werden sterk vereenvoudigd. Zo ontstonden er bijvoorbeeld nieuwe woorden voor specifiek Afrikaanse dieren en planten. Wat dacht je van een verkleurmannetje, zoals een kameleon in het Afrikaans heet.