Veel
mensen werken op safari in Zuid-Afrika graag een checklist af; ze zijn pas tevreden als ze de complete Big Five hebben gespot. Deze grote vijf zijn, ondanks hun titel doet vermoeden, niet de grootste
dieren van het land. De Big Five zijn juist de vijf dieren waar te voet het moeilijkst op te jagen is.
De selectie van de Big Five stamt nog uit het jagersverleden van de safaritochten door Zuid-Afrika. De jagers, vaak
Europese kolonisten, waren pas trots als zij tijdens hun jacht een olifant, een luipaard, een leeuw, een neushoorn of een buffel buit maakten.
Tegenwoordig is het ook nog lastig om deze dieren te spotten. Vooral het luipaard verbergt zich graag hoog in de bomen. Neushoorns zie je ook lang niet overal in
Zuid-Afrika. Je bent dus wel meerdere dagen bezig om de Big Five bingo uit te spelen.
Bij de Big Five zitten nog niet de meest gevaarlijke dieren. Een leeuw of olifant loop je niet graag voor de voeten, maar je moet pas echt oppassen voor de ratel, een marterachtige. Dit is het meest onverschrokken beest ter wereld en valt met zijn krachtige kaken en enorme klauwen dieren aan die groter zijn dan hijzelf.