Reisverslag Zuid-Afrika
Like ons op Facebook

Reisverslag Zuid-Afrika

door Nico Ouburg

Vrijdag 2 juli: vliegreis Amsterdam - Kaapstad

(20.00 uur vliegveld Frankfurt) We hebben twee en een half uur om over te stappen en zitten nu ergens op een bankje wat bij te komen. Het eerste deel van de reis is prima gegaan, Jenny vindt vliegen zelfs leuk! Sterker nog, de enige met natte handen (volgens haar) was ik?!

Terug naar het begin: Het pakken was inspannender dan ik verwacht had, de vakanties naar Frankrijk zijn inmiddels routine, maar dit is nieuw, geen lijstjes, je moet op het gewicht letten, opdelen van je bagage over meerdere tassen en je handbagage, geen zakmes in je handbagage, één tas of toch twee koffers? Hoeveel gewicht mag er eigenlijk mee? Op internet geven sites verschillende waardes, we gaan maar uit van die van Lufthansa, dat zal wel het veiligst zijn.

Onze eigen nieuwe koffer weegt leeg al 4 kilogram, dat is dus al de helft van het toegestane gewicht voor handbagage, dus toch maar de rugtassen volgepropt. Uiteindelijk valt het totaal gewicht toch nog enorm mee, we zouden zelfs veel meer mee mogen nemen, maar we gaan uit van de mogelijkheid om de was onderweg een paar keer te kunnen laten doen en veranderen daarom niets meer aan de inhoud.

Willy en Herman brengen ons (met hun en onze eigen auto) naar het station en zwaaien ons samen met Marian, Hanneke en Sanne uit. Dianne krijgt van Sanne als cadeautje een set scoubidou touwtjes. De reis begint nu echt!

Reuze op tijd komen we aan op Schiphol worden vrij snel aangesproken door de medewerker van Baobab die ons de reisbiljetten (en een stapel papieren voor de reisleidster) geeft en op weg zal helpen. Dat is wel fijn want erg ervaren met vliegreizen zijn we niet, de kinderen hadden al plezier in ons zenuwachtige gedrag van: "Is dit wel gate 8??"

Ook de overige reisgenoten arriveren kort daarna: Nicole, een alleen reizende Belgische vrouw (een artistiek type met grote ringen en een blits brilletje), twee vriendinnen en een gisteren getrouwd paar dat op huwelijksreis gaat. Dus we zijn toch maar met negen deelnemers, ik had zelf verwacht dat er op het laatste moment nog wel mensen bijgekomen zouden zijn.

Vervolg: We zijn verhuisd naar B23, waar we over twee uur gaan vertrekken. Er staat nu nog een vliegtuig uit Thailand en daarom gaan we nog maar even aan de overkant zitten. Wilbert is nog een beetje teleurgesteld omdat de taxfree prijzen niet voor de Burger King gelden, hij is desondanks niets tekort gekomen hoor. Dianne is al begonnen met haar scoubidou maar slaagt er niet in om een begin te maken. Ze wordt echter geholpen door de Belgische Nicole, die een hondje heeft dat Scoobidoo heet (of ze alleen daardoor bekend is met het opstarten van zo'n koordje lijkt me sterk).

Het eerste deel van de reis met een Airbus A320-200 was best leuk, Dianne en Wilbert hadden wel wat meer verwacht van de startsnelheid (door mijn sterke verhalen over de vlucht naar London), maar waren toch best wel onder de indruk. Jenny vond het vrijwel vanaf de start geweldig leuk en is al helemaal over haar vliegangst heen. Ik mag nu zelfs het speciale armbandje (tegen ziek worden) van haar lenen terwijl het misschien wel juist door dat bandje allemaal zo goed ging, dat aanbod heb ik dus maar afgeslagen.

Het was erg bewolkt, daarom hebben we weinig gezien van het gebied waar we overheen zijn gevlogen, maar het wolkendek zelf is ook een imponerend landschap met grote witte bergen en daarboven de blauwe lucht. Alleen vlak voor de landing konden we het gebied rond Frankfurt zien, vooral ook omdat we voor de juiste aanvliegrichting een aantal bochten moesten maken. Ik vond zelf het stijgen en dalen een beetje vervelend, maar verder viel het reuze mee.

Zaterdag 3 juli: aankomst Kaapstad

Zondagochtend, net na het ontbijt, schrijf ik dit in het Tulip Inn Hotel, zittend op een klein tweepersoonsbed met een reuze kuil in het midden van het bed. Terugblik: Een lange vliegreis in een Boeing 747-400 van Frankfurt via een tussenstop in Johannesburg naar Kaapstad. Vliegen, opstijgen en landen stelt weinig voor in de zin van: is het eng of niet. Het is leuk, zelfs sensationeel.

Onderweg kun je voortdurend de voortgang van de reis volgen op monitoren, waarop ook allerlei vluchtgegevens getoond worden: snelheid (tot 970 km/h), hoogte (bijna 12 kilometer) en temperatuur (niet zo op gelet maar toch wel ruim -50 graden Celsius). We zitten 10 personen breed, Wilbert, Dianne en Jenny aan een raamkant, dan een looppad en een rij van 4 personen breed, nog een looppad en dan nog een rij van 3 personen.

Ik zit naast een jonge Duitse student, die in Kaapstad studeert, in het middendeel naast het looppad. Dat is wel fijn omdat je er dan gemakkelijk uit kunt om een stukje te lopen, iets uit je bagage te pakken of naar het toilet te gaan. Eten en drinken is perfect verzorgd. De vlucht tussen Johannesburg en Kaapstad is vooral leuk omdat we goed naar buiten kunnen kijken, in Johannesburg is ongeveer driekwart van de passagiers uitgestapt, zodat iedereen aan een raam kan gaan zitten.

Het is inmiddels ruim in de ochtend en dus goed licht en het is ook onbewolkt. We zien veel vreemde cirkels in het rood gekleurde land, een beetje als de mysterieuze graancirkels maar dan veel en veel groter. Later hebben we uitgevonden dat het wateropslagplaatsen moeten zijn geweest en vooral ook plaatsen die besproeid worden (we hebben verschillende besproeiing installaties gezien die vanuit een vast punt in het midden rondjes draaien over het veld).

Bij de aankomst in Kaapstad maakt het vliegtuig eerst een grote draai boven de kust en de oceaan om te kunnen landen, de golven, die op het strand slaan, zijn een fantastisch gezicht. Bij de aankomst in Kaapstad herkennen we (aan de hand van de beschrijving van collega Addy), en worden herkend door, Rosé die ons verwelkomt. Ze heeft zich goed voorbereid en noemt zowaar drie van onze vier namen.

Vervolgens stelt ze ons voor aan de twee Johannen (de trainees, die door hun aanwezigheid ervoor gezorgd hebben dat de reis doorgaat, het minimum aantal deelnemers is namelijk tien). De jonge Johan noemt ze voor het gemak maar Jo omdat die naam volgens haar het beste bij de jonge Johan past. Later bedacht ik me dat het jammer is dat ze misschien niet aan hen beiden om een alternatief heeft gevraagd omdat ik er vrij zeker van ben dat Jo dan voor de naam Tabo gekozen zou hebben. Tabo is de naam die de Lesotho vrouw, die hem in zijn jonge jeugd voor een groot deel opgevoed heeft, aan hem gegeven heeft. Tabo betekent Happiness.

Rosé zelf wordt gedurende de reis meestal Roos genoemd, al haar vrienden noemen haar zo en ook wij waren heel snel vrienden. Eerst even duizenden Randen pinnen en vervolgens allemaal, in de miezerige regen, in de bus. Het is een gloednieuw busje met airco en een aanhanger voor onze bagage. We worden bij het inladen geholpen door een aantal mensen van het vliegveld, althans dat dacht ik.

Later vertelt Roos dat het werklozen zijn die in jasjes van het vliegveld proberen wat fooi te vangen van toeristen zoals wij. Dit is voor ons iets nieuws dat we op veel plaatsen in Zuid-Afrika terug zullen gaan zien, mensen die op welke manier dan ook proberen wat geld aan je te verdienen of bijvoorbeeld geld vragen wanneer je een foto wilt nemen, etc.

Via een korte toer langs Waterfront, het havengebied van Kaapstad, rijden we naar het hotel waar we lekker een douche kunnen nemen, wat echt geen overbodige luxe is. Later hebben we geleerd dat we in de stort gingen omdat het woord douchen in het Afrikaans vaginaal douchen betekent en daar was bij mij in ieder geval geen sprake van, dus: in de stort. We hebben nog niet echt het gevoel dat we in Zuid- Afrika zijn, vanuit het busje of een taxi is het toch een beetje alsof we naar de televisie kijken. Dit gevoel zal later nog wel een paar keer terugkomen.

Bij aankomst in het hotel worden de kamers verdeeld, ik heb bij het boeken van de reis nagelaten om voor Wilbert en Dianne twin beds te reserveren en ze krijgen dan ook een kamer met een tweepersoons bed. Toen ik via Roos probeerde een andere kamer voor ze te krijgen boden Corine en Trudi heel lief aan om te ruilen, zij hebben namelijk, met hun ruime reiservaring, wel twin beds gevraagd. Later vertellen ze ons dat ze dit vooral doen omdat de eenpersoonsbedden vaak beter zijn en dat de kamer meestal ook groter is.

De rest van de reis heeft Roos elke keer kunnen regelen dat de kinderen geen tweepersoonsbed kregen. Na het opfrissen krijgen we uitleg van Roos, voor ons duurt dat nog even omdat de sleutel van onze kamer niet past, ook de reservesleutel niet en zelfs een derde exemplaar niet. Van Henry, de man van het hotel, krijgen we de master key, die hij met ontzettend veel moeite afstaat, maar gelukkig voor hem vindt hij later alsnog de goede passende sleutel van onze kamer.

Bij de uitleg wordt snel duidelijk dat het individuele keuze karakter van de reis een iets andere invulling gaat krijgen dan we vanuit de brochure en de dia presentatie in Amsterdam verwacht hadden. Roos geeft aan dat veel dingen gewoonweg vast liggen door praktische omstandigheden. Aan het einde van de middag hebben we wat tijd om vrij te besteden en gaan we nog even gesplitst Kaapstad in.

Wij gaan met Erik en Marina (het pasgetrouwde stel) wat rondkijken bij de Waterfront en het fort Leerdam. Het fort is eigenlijk al gesloten, maar van de militairen mogen we toch nog even rondkijken. Vreemd als je dan schilderijen ziet met Hollandse landschappen, stadsgezichten, schepen en molens. De Waterfront is een voor toeristen veilig gebied met een Hoog Catharijne achtig winkelcentrum.

In de Pick-and-Pay kopen we een adapter voor onze elektrische apparaten (scheerapparaat en batterij oplader voor de video). De stopcontacten hebben gaten voor drie dikke pennen en een aan/uit schakelaartje. We leggen alles af per taxi, soms zelfs met alle 9 in 1 busje, omdat dit volgens Roos veiliger is dan lopen. Het gevaar zit voor een groot deel in de zwerfkinderen die hier in grote getale aanwezig zijn, vaak in groepjes opereren en er niet voor terug deinzen om door middel van geweld tassen af te pakken of je te beroven.

Ook staan op elke straathoek mensen kranten te verkopen, het heeft veel weg van het Straatnieuws, maar of het ook werkelijk een regering programma is weet ik niet. Zoals gezegd maken we voor elke trip gebruik van taxi's en we reizen dan ook met heel verschillende types: soms oude auto's waarbij de groep over twee auto's verdeeld wordt, vaak in busjes van de meest uiteenlopende soorten, hele nieuwe maar ook busjes waarvan je denkt dat ze nooit door de APK keuring zouden komen.

Een ritje van ons hotel naar de Waterfront kost ongeveer R40, dus iets van €5. Een aandachtspunt voor ons die eerste dagen is nog wel dat ons Nederlands voor de meeste Zuid-Afrikanen goed te verstaan is, dat is dus oppassen met luidkeels commentaar leveren op het rijgedrag van de chauffeur!

Het havengebied is een leuk en gezellig gebied met muzikanten, dansers, eettentjes en leuke winkeltjes. Wilbert had tijdens het ontbijt in het vliegtuig nog geslapen en heeft nu dus een reuze honger. Om die reden nemen we toch maar alvast wat, het blijkt uiteindelijk een hele hap te zijn (wat toastjes is met frites en van alles erbij onverwacht toch nog een hele maaltijd). Niet slim dus vlak voor het avondeten, maar in dit geval is het overmacht.

Voor het avondeten heeft Roos gereserveerd in een restaurant (bij Marco's African Palace) waar ook live muziek en dans is. Samen dansen is goed voor de groepsvorming is haar motto. De band is redelijk modern, moet eerst wel door Roos aangemoedigd worden om te starten met spelen en met dat aanmoedigen heeft Roos weinig moeite. Ze is absoluut geen bedeesd typetje en een goede gangmaakster.

De band speelt eerst een beetje jazzy maar als wat later ook twee zangeressen mee gaan doen wordt het echt Afrikaans. Uiteindelijk hebben we met de hele groep gedanst, zelfs Wilbert en ik laten ons door Corine meesleuren de dansvloer op, waar vooral Dianne applaus oogst van het jongste zangeresje. Haar Afrikaanse ritme gevoel wordt duidelijk herkend en gewaardeerd. Een super avond, nu al een goed groepsgevoel en gelukkig worden ook de jongens erg goed in de groep opgenomen.

Nu snel doodmoe naar bed in ons twijfelaartje met de kuil. PS Voor Roos is dit haar laatste reis omdat het beroep reisleider volgens de Zuid-Afrikaanse regels uitgevoerd moet worden door Zuid-Afrikanen, daarom ook de twee trainees. Deze reis zal daardoor voor Roos een reis van afscheid nemen zijn van alle contacten die ze de afgelopen jaren heeft opgebouwd.

Zondag 4 juli: Kaapstad - Robbeneiland en Tafelberg

Wekker gaat om 07.45 omdat we om 09.15 met de taxi naar de haven moeten voor de boottocht naar Robbeneiland. Vlak voor vertrek blijkt dat Erik en Marina hun wake-up call niet hebben gekregen (terwijl Trudi en Corine onafgesproken wel al om 05.30 zijn wakker gebeld) zodat ze zonder ontbijt in 5 minuten tijd moeten aankleden, wassen en in de taxi springen.

De taxi en boottocht waren de dag ervoor al geregeld door John, een immer dorstige man die allerlei hand- en spandiensten in dat hotel verrichtte. Dat de boottocht geregeld was, is maar goed ook omdat het tamelijk druk is en we anders misschien zelfs niet meegekund hadden. Met de boot in 3 kwartier over de oceaan naar Robbeneiland, een super ervaring.

In de haven al zeehondjes naast de boot en eenmaal buiten de haven golven, die je alleen van televisie kent. Ik ben, god mag weten waardoor, niet zeeziek geworden, waarschijnlijk door de sensatie want normaal heb ik er al last van op de pont over de Lek naar Beusichem. Mijn verwachtingen van Robbeneiland waren niet hoog, ik dacht aan iets toeristisch, maar wat een vergissing!!

Op het eiland aangekomen krijgen we een rondrit in een oude aftandse bus over het eiland, waarbij een jonge zwarte rondleidster, een jeugdige uitgave van Woopi Goldberg, ons met veel overtuiging alles over het eiland (een voormalige lepra kolonie) en de apartheid vertelt, alles vanuit het trotse besef dat Zuid Afrika nu sinds 10 jaar een democratie is en dat het volk bezig is het land op te bouwen.

Heel erg indrukwekkend is deze positieve toekomstblik waarmee dit alles wordt verteld. Tijdens de rondrit op het eiland zien we ook onze eerste dieren, namelijk de bonte bok. Eigenlijk moet ik schrijven dat we de dieren spotten. Tijdens de reis zal blijken dat ik niet zo'n beste spotter ben, zelfs over olifanten moet ik bijna struikelen voordat ze me opvallen, maar gelukkig wordt dit door de groep, en vooral door rangers, goed gecompenseerd.

Het zicht over de oceaan op het vaste land is prachtig, het rotsachtige strand, de golven, de schuimkoppen en de Tafelberg in de verte, misschien wel één van de mooiste plaatjes van de reis. Veel indruk maakt ook het verhaal over Robert Subukwe, de enige door de regering erkende politieke gevangene, die heel veel jaren in eenzaamheid werd opgesloten en toen hij ongeneeslijk ziek werd, werd overgebracht naar het vaste land om op een plaats ver van zijn hometown Graaff-Reinet te sterven. De regering wilde hiermee voorkomen dat een politieke gevangene op Robbeneiland zou overlijden.

Daarna worden we in de gevangenis rondgeleid door een voormalige gevangene, die ons dus over zijn eigen geschiedenis en herinneringen vertelt. Gek genoeg beseffen we nu pas echt hoe kort geleden dit alles eigenlijk heeft plaatsgevonden. Ik moet ook wel aan onze ouders denken wanneer die over hun herinneringen uit de oorlog praten, bijna met schuld alsof ik onvoldoende beseft heb dat herinneringen hebben inhoudt dat het ook daadwerkelijk zelf meegemaakt is.

Hij vertelt in een grote cel, waar wel 120 gevangenen moesten leven, zijn verhaal. Dat in de eerste jaren de gevangenen geen bedden hadden, maar slechts een matje en dat ze in twee rijen van 60 man strak naast elkaar op de grond sliepen. Later toen de toestanden ook in de rest van de wereld bekend werden, zijn, onder druk van het Rode kruis, bedden geplaatst. Wat ook heel veel indruk maakt is het onderscheid wat er gemaakt werd tussen zwarten en kleurlingen. Zwarten kregen geen ondergoed en minder kleding, volgens de blanken hadden zij dat ook niet nodig.

Heel sterk is dat de gevangenen voortdurend bezig waren om te leren, kennis op te doen. Dat gebeurde vooral in de badkamer, omdat daar 's nachts licht was. Het studeren moest in ploegen gebeuren vanwege ruimte gebrek en omdat er te weinig boeken waren. Iedereen deed moeite om ook een ander te onderwijzen. De leus was: "Each one teach one". Hoewel we nog heel veel zullen gaan zien, denk ik nu al dat deze vertelling door weinig overtroffen zal gaan worden.

Het positieve krachtige geloof in de eigen leiders, geloof in kennis en studie, geloof in het geschreven woord, dit is zo echt en zo vol vertrouwen dat het voor ons bijna niet te bevatten is. Emotie, schaamte, geopende ogen en terug naar de dingen die echt belangrijk zijn, dat is het wat me deze ochtend het meeste heeft gepakt.

Na een iets rustigere terugtocht, ook Nicole blijkt bij aankomst aan boord te zijn geweest, hebben we heerlijk pannenkoeken gegeten (Dianne heeft daar de rooi kerrieklappersaus ontdekt) om daarna met z'n allen in één taxi naar de Tafelberg te gaan. De chauffeur denkt dat wij Zuid Afrikanen zijn, hij spreekt alleen Engels en zijn eigen native taal en denkt dat ons Nederlands Zuid Afrikaans is.

De top, soms helder, maar het merendeel van de tijd bewolkt is best koud. Maar wat een schitterende uitzichten op de stad en de oceaan. Geen dassies gezien, maar wel vogels waarvan ik de namen niet heb kunnen vinden (misschien thuis met behulp van de dia's). Als we weer beneden komen blijkt de taxi er nog steeds te staan, kennelijk waren we goede klanten, dus weer allemaal ingestapt en terug naar het hotel.

's Avonds eten we met z'n allen bij Spurs waar we ook naar het voetballen kunnen kijken (finale tussen Griekenland en Portugal voor het EK). Roos is voor Portugal, want dat zijn toch van die schatjes, terwijl Erik en Wilbert voor Griekenland zijn. In Lesotho zullen we zelf nog kunnen voetballen tegen een lokaal team en Erik en Wilbert zijn al druk met het kiezen van een voetballied en gaan voor "Waar moetie in? Daar moetie in!"

De stand is 1 - 0 voor Griekenland als we uitgegeten zijn en in 2 taxi's terug racen naar de Tulip Inn. Het links rijden is voor mij een crime, ik schrik elke keer opnieuw en het oversteken zal tot het einde van de vakantie voor mij gevaarlijk blijven (over de helft van de straat kijk ik erg vaak naar de verkeerde zijde). Niet alleen het links rijden is anders, maar ook de zon staat aan een andere kant dan verwacht en draait ook in de andere richting. Eigenlijk heel logisch natuurlijk, we zitten immers op het zuidelijk halfrond.

Er ontstaat op een gegeven moment nog een hele discussie (waar we niet uitkomen) of op het zuidelijk halfrond de maanstanden gelijk zijn aan bij ons in Nederland. Is het eerste kwartier hier in Zuid-Afrika ook in Nederland op dat moment het eerste kwartier? Tot slot op het bed dit hele dagverslag geschreven en nu snel naar bed, want morgen vroeg op voor de rit naar de Kaap.

Maandag 5 juli: de Kaap, Boulders Beach en Stellenbosch

Ik zit nu in een hobbelende bus, onderweg van Boulders Beach naar Stellenbosch, te schrijven. Ik probeer nu overdag dit dagboek bij te houden want 's avonds voor het slapen gaan was toch niet zo'n goed idee, je hoofd wordt erg druk en ik kon moeilijk in slaap komen. Vroeg op, want om 07.30 vertrekt de bus op weg naar de Kaap. Onrustige nacht door kabaal makende scholieren die ook in het hotel verblijven, halverwege de nacht maakt Jenny in overduidelijk Nederlands een eind aan de herrie op de gang.

Onderweg stoppen we bij Chapman's Peak, maar eigenlijk is het nog te vroeg en te donker. De prachtige baai ligt nog bijna helemaal in de schaduw waardoor het moeilijk is om goede foto's te maken. We rijden verder over het beroemde stukje weg waar onder andere BMW en Mercedes hun reclame filmpjes gemaakt hebben. Een prachtig stukje langs de kustlijn, wat na jarenlange onderhoudswerkzaamheden weer open is gesteld voor verkeer.

We krijgen nu ook de kans om wat beter kennis te maken met onze chauffeur. Hij heet Joshua en het is een heel aardige, rustige man die al meerdere reizen samen met Roos heeft gemaakt. Je kunt zien dat die twee goed met elkaar kunnen opschieten. Hij is nu al anderhalve maand van huis omdat hij enkele toeren zonder onderbreking achter elkaar doet. Op de vraag van Trudi of dat niet vervelend is voor zijn familie, zegt hij nee, want hij heeft tenminste werk (in sommige townships is het werkeloosheids percentage 60%).

De Kaap is wonderschoon en helemaal niet druk, we hebben echt geluk met het seizoen want op internet lees je wel in verslagen dat mensen in de rij staan om op de foto te kunnen bij het beroemde bord terwijl er buiten onze groep verder helemaal niemand is. Ook de bavianen (in het Afrikaans bobbejanen) vinden ons kennelijk niet de moeite, want ook van de verhalen die daar van rond gaan merken we niets, alleen op de reis naar de Kaap toe zien we een groep die de doorgang van de bus verspert.

De natuur, het geweld van de oceanen, de ongereptheid, de enorme aangespoelde waterplanten, meterslange polsdikke slierten (waarvan er ééntje zelfs een steen heeft geprobeerd te verorberen), de vogels en de wind, geweldig allemaal. Je zou er gemakkelijk een gehele dag kunnen doorbrengen. We kunnen heerlijk wandelen, eerst naar Cape Point, met een prachtig zicht op de oceanen, en later via een boardwalk naar "Cape Of Good Hope".

Erik en Wilbert hebben elkander duidelijk gevonden in het klauteren over de rotsen naar de kustlijn, allebei natte voeten en samen met de video camera in de hand roepen en schreeuwen naar de vogels om ze al vliegend te filmen. Boulders Beach (de Boulders zijn grote granieten zwerfkeien) valt mij best wel tegen, een beetje dierentuin achtig wandelen over een boardwalk en de pinguïns fotograferen die achter een hek naar ons zitten te kijken. De beestjes zijn wel erg leuk en heten Jackass pinguïns (in het Nederlands zwartvoet pinguïns) omdat ze een ezelachtig geluid maken.

's Middags reizen we naar Stellenbosch om een wijnboerderij te bezoeken, we krijgen daar ook een heerlijke lunch waarbij we erg op moeten passen om bij het drinken van de wijn deze niet gelijk uit te spugen, dat komt pas later bij het echte wijn proeven. Op weg naar Stellenbosch toe komen we langs een prachtige kuststrook waar tot onze verbazing geen enkele badgast te zien is, maar de verklaring is simpel: het wemelt er van de witte haaien.

Ook zien we weer een enorme township, het is niet te geloven hoeveel oppervlakte er gevuld is met kleine genummerde huisjes met golfplaten daken. Eerst had ik nog gedacht dat alleen de grote steden zoals Kaapstad en Johannesburg een township hadden, maar je ziet ze eigenlijk bij elk plaatsje. Dus het is geen kwestie van dat ze ontstaan door de trek naar de stad, maar het is een gevolg van apartheid (tot voor kort woonden er geen zwarte mensen in blanke dorpen en steden, in hoeverre dat nu al wel het geval is weet ik eigenlijk niet zo goed).

Op de wijnboerderij worden we rondgeleid door Naomi, een bijna net zo'n mooi meisje als de beroemde naamgenote Naomi Campbell, die ons alles vertelt over het wijn maken en de historie van de boerderij. Enorme metalen vaten, lange pijpen, allerlei machines, lekkere koele temperatuur en een opslag met eindeloos veel houten vaten in verschillende maten. Het leukste deel is toch het proeven, in een ietwat giechelige stemming proeven we drie soorten en kopen heel weinig (of misschien wel niets).

Nieuw voor mij is dat je bij het proeven met wat wijn in je mond, lucht over deze wijn op kunt zuigen waardoor je heel goed de smaak en geur van de wijn kunt bepalen. Er is een soort bij met een beetje peperige smaak en dat proef je dan vooral wanneer je de lucht opzuigt. Erg leuk is ook, dat we na de wijnboerderij een wandeling maken in Stellenbosch. Jo, die er woont, leidt ons rond en laat ons de mooie oude gebouwen zien. Het is een erg oud stadje, het op één na oudste van het land, dat volstaat met schitterend onderhouden Nederduitse monumenten.

Op een klein marktje kijkt Marina nog naar een Afrikaanse drum, maar volgens Jo zijn ze te duur en de verkopers te weinig bereid de prijs te laten zakken. Het onderhandelen is ook best moeilijk, je weet dat die mensen het geld hard nodig hebben, de producten zijn voor onze begrippen niet duur en toch ga je afdingen, niet mijn sterkste punt, ik betaal liever gewoon wat ze vragen. Wat grappig is van Stellenbosch in juli, zijn alle herfstachtige kleuren.

Er staan veel eiken die destijds uit Engeland zijn geïmporteerd met als doel om er wijnvaten van te maken. Daar worden ze nu niet meer voor gebruikt en de bomen zijn ook beschermd, wat tot gevolg heeft dat wanneer je een huis wilt bouwen op de plaats waar een eik staat, je het huis om de boom heen moet bouwen. Ik heb een voorbeeld gezien van een huis waar in het dak uitsparingen zaten waar de takken van de eik doorheen groeiden.

De wandeling eindigt bij "Oom Samie se winkel" in de Dorpstreet. Dit is een beetje een toeristisch winkeltje waar ze echt van alles verkopen en de handel is uitgestald op een manier zoals dat vroeger geweest moet zijn: nylons aan het plafond, bakken en dozen vol met dingetjes, kasten vol spulletjes, eindeloos veel.

Als we het winkeltje verlaten om weer terug naar Kaapstad te gaan, zie ik dat een zwarte jongen een plank bij de bus over de diepe goot heeft gelegd. Dat is handig, want zo kunnen wij allemaal gemakkelijk de bus instappen. Dom genoeg heb ik niet in de gaten dat het die jongen om een fooi te doen is, maar Roos heeft daar natuurlijk wel oog voor. Het is nog steeds wennen dat veel mensen op deze manieren proberen wat geld te verdienen.

Het avondeten hebben we genoten in de Green Dolphin, een beroemd jazz eetcafé. Wilbert vindt de muziek iets tegenvallen en bij het afrekenen blijkt dat de live muziek apart in rekening gebracht is (R25 per persoon). Dianne heeft bij het winkelen vooraf in Kaapstad nog twee bekende Nederlanders gespot: Kim Lian en nog iemand waarvan ik de naam al niet meer weet. Ook nog een cd-tje gekocht met een lied wat eergisteren gezongen werd bij Marco's African Palace en de eerste e-mail verzonden naar de achterban in Nederland.

Dinsdag 6 juli: Hermanus en reis naar Tsitsikamma

Heel vroeg op, 06.00 uur, om met een broodpakketje onze langste reisdag te gaan maken naar Tsitsikamma, maar, via Hermanus waar we om 09.00 uur moeten zijn voor een whale-watch. In overleg hebben we besloten om de whale-watch in Hermanus te doen en niet in Plettenburg omdat de trefkans in Hermanus veel groter is. Achteraf een formidabele beslissing!

Na een uitleg in een klein lokaaltje, waarbij wordt gezegd dat we misschien zelfs een baby walvis, een kalf dus, zullen zien gaan we alleen met onze groep in een bootje de baai op en na ongeveer 45 minuten varen, waarbij we al wel hier en daar op afstand een walvis hadden gezien, zien we een groep walvissen.

Ik was echt opgelucht omdat ik al een beetje het gevoel kreeg dat we op goed geluk aan het rondvaren waren, maar dat was dus niet zo bleek bij navraag. De gids wist precies waar de walvissen waren en is er in één streep naar toe gevaren. Walvissen paaien en werpen de kalveren (een jaar later) altijd op dezelfde plek en ook het kalf keert weer terug naar deze plek. Walvissen naast de boot, onder de boot, op een gegeven moment tussen 8 walvissen in, ze keken naar ons, ééntje draaide zich zelfs op z'n rug: opnieuw een gevoel van "de dag van ons leven".

Weer terug in de bus nog een lange reisdag voor de boeg, maar wel fijn, want zo kunnen we de ervaringen tot nu toe, eindelijk even laten zakken. Dingen die onderweg opvielen:

Bonnetjes in het restaurant met speciale ruimte waar je zelf het bedrag van de tip in kunt vullen. Bij hutjes in het veld hangt het wasgoed op doornen struiken te drogen. Er worden branden gestookt langs de bergketens om met behulp van de rook de uitstraling van de warmte van de aarde tegen te gaan, dit doen ze om de gewassen, die in de schaduw van de bergen groeien te beschermen tegen de kou.

Langs de wegen zie je altijd veel mensen lopen, op weg naar school, op weg naar hun werk, op weg naar …………….., soms is door de enorme afstanden en de leegte absoluut niet duidelijk waar mensen op weg naar toe kunnen zijn. Vrouwen die met van alles op het hoofd langs de wegen of door de velden lopen. Emmers, grote dozen, complete takkenbossen, echt van alles. - Plaatsnamen als: Vleesbaai, Kleinmond en Riviersonderend.

Pick-up trucks met vrijwel uitsluitend zwarte lifters in de open achterbak, we zullen later zelf nog ervaren hoe verschrikkelijk koud dat is. Liften doe je hier niet door je duim op te houden, maar door met je wijsvinger te wijzen. Knysna, waar een township is met opvallend veel houten (ronde balkjes) huisjes. In Plettenbergbaai heeft Roos bij de plaatselijke slager biltong en boerewors, twee bekende Zuid Afrikaanse lekkernijen, voor ons gekocht. Boerewors is luchtig gedroogde worst en biltong is gedroogd vlees, alle twee erg lekker.

We komen in het donker (het is hier binnen 15 minuten van volop licht in eens pikkedonker) rond 18.00 uur aan in onze lodge, de Storms River Guest Lodge. Een verrassing: grote prachtige kamers in een schitterend guesthouse met een gezellige woonkamer met open haard (dit was ook wel de enige verwarming, dus 's avonds met de ijskoude nachten broodnodig). De slaapkamers en de stort zijn dan ook best wel koud.

Voor het eten hebben een aantal van ons in de woonkamer een tijd met Joshua zitten praten waarbij hij veel vertelde over zijn leven. Vooral Marina stuurde dit gesprek met een aantal goede doordachte vragen. Joshua is een Venda (meer uit het noorden van Zuid-Afrika) en heeft als geloof het Zion geloof. Je kunt zo iemand herkennen aan de ster die hij op z'n kleding draagt, ik had al een keer gekscherend opgemerkt dat we een sheriff als chauffeur hadden vanwege die ster. Volgens Joshua is de Zion Christian Church de grootste van Zuid-Afrika en het is een christelijk geloof waarbij volgens Joodse tradities geleefd wordt, geen alcohol, geen varkensvlees.

Het verhaal van Joshua is schokkend, ontroerend en indringend over apartheid, over zijn eigen leven, over geweld tussen zwarten onderling, over geweld van blanken tegen zwarten, over het leven in de township en over Nelson Mandela. Onvoorstelbaar wat Mandela betekent voor de zwarte bevolking. Forget the past, let's build a new future. Dat is voor de zwarte bevolking niet zomaar een kreet, maar iets waar heilig in geloofd wordt. Mandela heeft zelf natuurlijk ook een indrukwekkend voorbeeld gegeven. Voor de eerste verkiezing in 1994 moest iedereen geregistreerd worden in zijn hometown.

Joshua heeft in die periode als chauffeur heel veel mensen bij de grens opgehaald om ze naar hun hometown te brengen. De vrouw van Joshua werd bij deze eerste verkiezingen ontslagen omdat ze op de ANC had gestemd. De werkgever gaf aan: "Ga maar naar het ANC voor werk." Joshua zelf had een vergelijkbare ervaring: omdat blanken en zwarten gelijk beloond moesten gaan worden, liet het bedrijf zich failliet verklaren en Joshua heeft nog jaren moeten rechten om zijn achterstallige salaris te krijgen.

Een heerlijke maaltijd geserveerd gekregen en na afloop is er zelfs nog gedanst op muziek van Tom Jones, die de Engelse eigenaar Ken met erg veel moeite en zichtbare verbazing bij hem zelf uit de muziek installatie kreeg. Johan ontpopte zich tot een zeer goede danser en op het eind gaf hij les in lijndansen, volgens Roos een boeredans.

Woensdag 7 juli: wandeling in Tsitsikamma N.P.

Lekker uitslapen tot 07.45 uur en daarna een stevig Engels ontbijt (boereontbijt): scrambled eggs, bacon, sausices, toast, marmelade en ietwat zoute boter gesneden in kleine blokjes. Grappig is dat de bordjes, als je ze maar even uit het oog verliest, door de meisjes, die bedienen, worden weggehaald. Als je koffie gaat halen, moet je iemand naast je op je bord laten letten om nog verder te kunnen eten. Later horen we dat dit met name in het warme seizoen een kwestie van hygiëne is, er mogen in de hitte geen voedselresten blijven staan en daarom wordt het onmiddellijk opgeruimd, maar nu in de winter is het wel een beetje overdone.

Doel van vandaag is Tsitsikamma park waar gewandeld kan worden, vooral Corine en Trudi (de echte wandelaars) verheugen zich hierop. In dit park is de start van het beroemde Otter Trail, een 5 daagse wandeltocht waar per dag maar 12 personen aan mogen beginnen, ze zijn erg zuinig op hun natuur en willen niet dat er teveel mensen rondlopen. Wij hebben het begin stukje gedaan in 2 groepjes: de snelle groep (Jo, Corine, Trudi, Wilbert, Dianne en Nicole) en de wat langzamer groep (Erik, Marina, Johan, Jenny en ik).

De snelle groep heeft het hele beginstuk van het Otter Trail tot aan de waterval gedaan en daarbij ook dolfijnen gezien langs de kust, de geluksvogels!! Wij zijn ongeveer tot de helft gekomen. Beide groepen zijn eerst nog naar de monding van de Stormsrivier gelopen en via de bekende hangbrug, veel minder eng dan in internet verslagen gesuggereerd werd, naar een mooi uitzichtpunt geklauterd aan de andere zijde van de rivier.

Onder de hangbrug ligt een grote zeeleeuw een beetje te zonnen en voor ons te poseren, elke keer weer geweldig om al die dieren in het wild en hun natuurlijke omgeving te zien. Ook zien we veel klipdassies. Het dassie staat genetisch gezien heel dicht bij de olifant, heel gek eigenlijk want het formaat van een dassie is niet veel groter dan een konijn.

Tussen de middag lunchen we met de langzame groep in het restaurant bij het begin van de route naar de hangbrug en horen dan van Johan hoe deze trainee trip van hem eruit ziet. Hij moet zijn eigen eten betalen en de entrees van de parken (hij had al wel een passe-partout voor alle Nationale Parken), alleen de accommodaties worden door Baobab betaald. Om die reden ontbijten Jo en Johan ook niet altijd met ons mee, wat broodjes uit de supermarkt is een stuk voordeliger. "Dat is dus nog eens investeren in je eigen toekomst", sprak hij (ik de schrijver) cynisch.

Vandaag overdag tot 23 graden Celsius en 's nachts rond het vriespunt, bij Corine en Trudi zat het ijs op het raam deze ochtend. Morgen in Graaff-Reinet ook maar een extra trui voor Lesotho kopen, daar zal het door de hoogte nog wel harder nodig zijn. Tegen drieën treffen beide groepen elkaar en komen de boeiende verhalen van vooral de snelle groep: klimmen en klauteren over gladde stenen, modderige paadjes, smalle richeltjes en gladde afdalingen. Merendeel had, volgens Nicole, zelfs een vieze poep aan deze tocht overgehouden.

Later vertellen Trudi en Corine dat deze tocht de zwaarste en gevaarlijkste is geweest die ze ooit gedaan hebben, gelukkig is iedereen heelhuids teruggekeerd. Ook hebben ze dus de dolfijnen, maar ook zee egels, kolibries en mosselen gezien. De zee egels hebben onwaarschijnlijk mooie kleuren (heb ik achteraf op de foto's van Wilbert gezien).

Maar………… ik heb suikerbekkies oftewel sunbirds gefotografeerd. Prachtige gekleurde kolibrie achtige vogeltjes en nu maar hopen dat de dia's net zo mooi zijn als de vogeltjes in het echt. We zien halverwege de middag sommige Otter Trail gangers aan hun tocht beginnen. Puffende dames, bijna bezwijkend onder hun volgepakte rugzak, die met die last ook de stukjes, die de snelle groep gedaan had, moeten gaan volbrengen. Niemand van ons is jaloers op hen.

's Avonds na het eten (stoofvlees, rollade, schelvis en zwoerd) blazen we het stof van de oude piano, die al die tijd al uitdagend in de woonkamer stond, en proberen met het knappe piano spel van Corine mee te zingen. Dat valt niet mee, we komen elke keer niet verder dan één of twee regels, eigenlijk lukt het pas een beetje als de oude "Ja zuster, nee zuster" liedjes aan bod komen. Ik zie met verbazing hoe Corine op basis van de melodie de juiste toetsen uit het hoofd weet te vinden, ik denk niet dat mij dat dit jaar op de trombone nog gaat lukken.

Wat in deze lodge wel een heel onaangename indruk achterlaat zijn de zwarte dienstmeisjes, die in een soort 19e eeuw uniform als schimmen door het huis lopen. Ken, de vrolijke humoristische patron, is tegen deze meisjes een stuk minder vriendelijk dan tegen ons. Ook de voortdurende onnatuurlijke glimlach van zijn vrouw doet niet prettig aan (Nicole ontdekt de ware aard later nog bij het afrekenen). Ik heb voortdurend het gevoel dat de afstand tussen werkgevers en meisjes nog dezelfde is als in de afgelopen 100 jaar.

De meisjes werken van 's ochtends 07.00 uur tot 's avonds 23.00 uur (misschien wel 7 dagen in de week?) voor het minimum salaris van 1100 Rand, waarvan ze er 5 à 6 honderd krijgen uitbetaald. "Wordt daar dan niet op gecontroleerd?" Ja, zeker wel, maar de controleur wordt omgekocht en het argument is dat wanneer je deze meisjes wel het volle minimum uitbetaalt dat je dan als werkgever als een watje wordt beschouwd en dat ze vervolgens niet meer hard werken, want dat hoeft niet met zo'n zwakke baas. Heel dubieus allemaal. Niet erg dat we hier morgen weg kunnen.

Donderdag 8 juli: reis naar Graaff-Reinet

Na opnieuw een Engels boereontbijt, snel afrekenen, bagage inladen en op weg. Eerst nog een stukje terug om de bungy jump brug de Bloukrans Bridge te zien (het was op de heenweg al te donker), de hoogste commerciële bungy jump ter wereld, 216 meter diep! Daarna door naar Graaff-Reinet, een niet zo heel lange tocht door de grote Karoo, een prachtig gebied, heel weids met aan de, voor ons zichtbare, randen bergketens. Karoo betekent dorst, het is dus droog gebied.

Onderweg springbokkies gezien en een koedoe (althans door Johan, ik zag niets). Johan vertelt dat koedoe's heel gevaarlijk zijn voor het verkeer in de nacht. Als ze langs de weg staan, springen ze vlak achter het licht van de koplampen langs, dus vaak tegen de auto of aanhanger (voor motorrijders is het helemaal gevaarlijk). Om die reden rijden de mensen 's nachts vaak met de binnenverlichting aan in de auto.

Tegen de middag gegeten en gerust in een, voor mijn gevoel, Volendam achtig toeristisch winkeltje/restaurant. Bij veel souvenirs kreeg ik toch het gevoel: "even onderop kijken of er niet made in China op staat" omdat het allemaal duidelijk massa fabricage was. Wel was de plek erg mooi en bijzonder, een landschap met helemaal niets, één grote vlakte, naar beide zijden een eindeloos lange weg, geen verkeer en dan dit winkeltje met erachter een kleine schapen- en cheeta farm.

Ik heb, dacht ik, nog een zeldzaam bloemetje gefotografeerd, wat achteraf volgens Johan een dood ordinaire boterbloem moet zijn geweest. Gelukkig waren de wilde sier komkommers (kleine stekelige gele ronde bolletjes die ze augurkies noemen) wel echt en een beetje bijzonder. Op weg naar Graaff-Reinet rijden we door Uitenhage en dat was eigenlijk de eerste plaats waar we echt veel zwarte mensen zien, ook veel kerken, maar vooral veel gebouwen waar met grote letters op een Amerikaanse wijze reclame voor Jezus wordt gemaakt.

Later hoorde ik dat Roos er ooit één keer is gestopt maar dat de Johannen nu aangeven dat deze plaats erg crimineel is en dat je als toerist beter niet kunt stoppen en uitstappen. In de bus luisteren we nu vaak naar cassette bandjes van Roos met onder andere muziek van de Zimbabwaan Oliver Mtukudzi. Ik vind het erg leuke muziek, maar tegen het einde van de reis voor sommigen van ons wel een beetje stuk gedraaid. Ikzelf krijg spontaan last van puistjes en uitslag bij het horen van Boudewijn de Groot met z'n meisjes van 16.

Wel erg actueel is nog steeds de tekst van het lied: "Welterusten meneer de president". In Graaff-Reinet aangekomen bij de Obesa Cottages, ons verblijf, hebben we, na de bagage in onze mooie kamers te hebben gelegd (we hebben een soort straatje met allemaal huisjes in één blok op een rij, behalve ons love couple wat in de honeymoon suite slaapt), nog snel even de stad verkend, email met tergend langzame analoge snelheid verzonden en boodschappen gedaan.

De stad staat vol met oude gebouwen, stuk voor stuk monumenten waar erg veel aandacht en zorg voor is. De gids vertelt de volgende dag dat hij nergens in de stad lang stil durft te blijven staan uit angst tot monument verklaard te worden. Het is opnieuw een lekkere warme dag geweest, maar na zonsondergang koelt het ook weer enorm af en wordt het zelfs erg koud. Voor we zo dadelijk gaan eten (snel weer even het dagboek bijgeschreven), hebben we eerst de waszakken gevuld die morgenochtend om halfacht, als we ons ontbijt op de kamer krijgen, opgehaald worden.

Heerlijk wezen eten in de Number Eight, het rugnummer van ene meneer Rhodes tijdens de rugby wereld kampioenschappen in 1995, die in Zuid Afrika gehouden zijn. Rugby is de nationale blanke sport en ze spelen in groene, door Castle gesponsorde, shirtjes. Ze worden de bokken genoemd, naar de springbokken. Op het menu ook een springbok steak en dan kun je kiezen uit 200, 350 of 500 gram.

Erik gaat voor 200, maar dat is te weinig volgens de serveerster, hij moet toch maar 350 gram nemen. Doe ik dus ook maar. Zuid Afrikanen zijn echte vleeseters en groenten zijn in een restaurant dan ook ondergeschikt. Een schijfje komkommer bij een heerlijk gepofte aardappel, dat is het. Het eten is prima en we hebben een erg gezellige avond.

Bij vertrek wordt door een pittig zwart meisje op een leuke manier duidelijk gemaakt dat we veel te vroeg weggaan omdat zo dadelijk het dansen gaat beginnen, we laten ons niet ompraten omdat we allemaal best moe zijn. Joshua vertelde gisteren dat hij thuis het liefste pap eet, waarbij ik niet weet of dat woord dezelfde betekenis heeft als bij ons (inmiddels weet ik dat wel: pap is voor Joshua maïspap, een meestal stevige substantie die niet erg veel smaak heeft).

Joshua is deze avond naar de dokter omdat hij al sinds gisteren last van zijn maag heeft. Hopelijk valt alles mee. De lodge is afgeschermd met een hek en aan onze kamerdeur sleutel zit ook een sleutel voor het hek. Ondanks dat Graaff-Reinet een veilige plaats is, zal het wel geen overbodige luxe zijn.

Vrijdag 9 juli: township Umasizakhe en Valley of Desolation

Na het ontbijt op bed (op de kamer) in twee busjes op weg naar de township van Graaff-Reinet met de naam Umasizakhe (de naam betekent iets van samen opbouwen). Indrukwekkend, ontroerend, een heel dubbel gevoel, schuldgevoel en schaamte (wat je wegpraat door te denken dat ze blij zullen zijn met onze foto's, ook voorbeelden van gezien dat dit zo is), een ervaring die er erg diep inhakt. Mensen zijn erg vriendelijk, kinderen delen alles met elkaar, veel positieve kracht, maar wat een lange weg nog te gaan, en dan nog de Aids, hoe moet een volk dit allemaal overwinnen?

Bij een huis waar een begrafenis is, je ziet dan veel stoelen bij het huis staan en vaak een tent of een afdak (begrafenissen vinden soms wel een week na overlijden plaats om de familie die van ver moeten komen ook de gelegenheid te geven afscheid te nemen), vraagt een kind me om een foto te maken van een oude vrouw die buiten tegen de muur zat. Dit is een voorbeeld van wat onze gids ons al verteld heeft over het belang van onze foto's voor deze mensen. Bijzonder is dat je tussen de krotten ook mooie nieuwe huisjes ziet.

De lokale gids, naamgenoot Nico, legt uit dat de geest van een gestorven voorvader naar de plaats van het huis terugkeert en dat daarom de kinderen die plek niet verlaten, ook niet als ze het maatschappelijk gemaakt hebben en veel geld verdienen. Op de grond van het oude huisje wordt dan een mooi nieuw huis gebouwd. Ook zie je wel dat er nog oude rituelen bestaan, bij het huis van een overledene staat dan een paal met een koedoe kop of zo erop, ook liggen er beenderen rondom die paal. Bij de rituelen speelt bloed (van dieren) een belangrijke rol.

We worden er met klem op gewezen geen geld aan de kinderen te geven om te voorkomen dat ze gaan denken dat bedelen loont. De gids houdt voortdurend voor ons in de gaten wanneer we wel wat snoep of speelgoed mogen geven. Als je ziet hoe blij ze zijn met iets simpels als een jojo of wat ballonnen, heel schrijnend. Thuis lees ik op internet dat zelfs dit speelgoed geven eigenlijk niet goed is omdat kinderen van school gaan spijbelen wanneer ze horen dat er toeristen zullen komen.

De gids laat ons ook de geboorteplaats van Robert Sobukwe, waar we op Robbeneiland veel over gehoord hebben, zien. Op het einde van de toer bezoeken we twee Mandela huisjes om te zien hoe verschillend het interieur en de indeling kan zijn, in beide gevallen heel schoon en netjes. We zijn op bezoek geweest bij Elisabeth en Emily.

Bij Elisabeth kopen we wat zakjes met kruiden en bij de laatste, Emily Swartbooi, krijgen we koffie en een eigengebakken broodje. Ze vertelt ook haar verhaal aan ons, over haar kinderen, de dochter die werkt in Kaapstad, over de zoon die werk zoekt in Kaapstad, over haar overleden zoon, gestorven bij een auto ongeluk en over haar man (waarvan een foto, gemaakt door een toerist zoals wij, in plastik verpakt op de kast staat), een Xhosa.

Haar kinderen spreken thuis Afrikaans en met de vriendjes op straat Xhosa, een dochter bidt in het Xhosa, zijzelf verstaat daar niets van. Zij vindt het belangrijk dat haar kinderen meertalig zijn, dat vergroot de kans op een baan, vooral het Engels en Afrikaans zijn daarom belangrijk. Het Xhosa is een heel moeilijke taal vanwege de tongklanken die erg essentieel zijn, een woord zonder de tonklank heeft onmiddellijk een heel andere betekenis.

En ook vertelt ze over Mandela, iemand die zijn beloften na komt. In elk huisje zie je ook de portretten van Mandela hangen of staan. Bij het vertrek uit de township splitst de groep zich, één deel gaat met Nicole, die nog veel speelgoed heeft, naar een weeshuis en de andere groep, waar ik bij zit, gaat via de kleurlingen township terug naar het guesthouse.

De gids vertelde onderweg nog dat een bezoek aan de kleurlingen township voor toeristen te gevaarlijk is en op onze vraag naar het waarom zei hij: "De kleurlingen hebben al veel meer contact gehad met blanken dan de zwarte bevolking en al veel gewoonten overgenomen." Tot slot zien we ook nog tentjes waarin jonge mannen drie weken lang in afzondering leven tijdens het ritueel van man worden. Aan het einde van die periode worden ze gereinigd en worden de tent en hun oude kleren (de jeugd) verbrand.

Een heel belangrijk deel van het ritueel is de besnijdenis, een onbesneden man, ook al is hij 80, wordt toch gezien als een jochie en is een hele slechte huwelijks kandidaat. Als we bij terugkomst in het guesthouse na een tijdje ook de andere groep zien wordt snel duidelijk dat die een erg emotioneel bezoek achter de rug hebben. Kleine en grote kansloze kinderen die voor hen gezongen en gedanst hebben.

Jenny, Corine en Trudi besluiten ook om later in de middag niet mee te gaan naar de Valley of Desolation, ze willen gewoon even rust hebben. Tijdens de korte periode tussen het township en al weer de volgende excursie hebben we nog een set oranje mutsen kunnen kopen om een grap met Jo uit te halen (Jo onze stoere mutsdrager). Trudi en Corine kopen in de loop van de middag nog kleertjes voor ons bezoek aan het Lesotho dorp.

De excursie naar de vallei der verlatenheid wordt door dezelfde gids begeleid die ons vanmorgen als chauffeur naar het township heeft gereden. Een blanke Afrikaan met enorm veel kennis van de natuur, de streek en de geologische historie waardoor het een heel interessant uitstapje wordt. De verklaring voor de enorme brede wegen in Graaff-Reinet ligt in het feit dat bij het ontstaan van het stadje rekening gehouden moest worden met de ossenkarren waarbij soms sprake was van een 12 span waarbij met 6 ossen breed door het stadje gereden werd.

Op weg naar de vallei zien we nog een wegwijzer naar het plaatsje Ouberg, moet ik op internet nog eens naar gaan zoeken als ik weer thuis ben. De vele cactussen, die we ook onderweg naar Graaff-Reinet al gezien hebben, worden ook hier gebruikt om Tequila van te maken, volgens de gids zelfs zuiverder tequila dan de Mexicaanse omdat hier geen bestrijdingsmiddelen gebruikt worden zoals in Mexico.

Op weg naar de top van de berg Uitkyk, die vanmorgen vanuit de township goed zichtbaar was, stoppen we op een parkeerplaats omdat de gids een nest weet van de zwarte steenarend, een zeldzame vogel. We hebben enorm geluk en zien hem vrijwel onmiddellijk vliegen, Wilbert heeft hem prachtig gefilmd, rondom het uitkijkpunt. De steenarend legt twee eieren en als de eieren uitkomen vechten de twee kuikens net zo lang totdat er eentje uit het nest valt, de sterkste van de twee overleeft dus.

In het verleden werd er op de zwarte steenarend erg fanatiek door de boeren gejaagd omdat deze ook wel lammetjes ving. Maar een zwarte steenarend, ze leven altijd in stelletjes, vangt ook wel tot 120 dassies, dus een stelletje 240 dassies per jaar. Het gevolg was een dassie plaag en dat ging weer enorm ten koste van de weidegronden van de boeren. Later is ook nog gebleken dat de steenarend heel selectief jaagt en alleen zwakke en zieke lammetjes vangt. Dus al het gejaag bleek uiteindelijke een dubbele strop voor de boeren.

Als je in de verte kijkt zie je groene en kale bergen, de kale bergen zijn van de boeren en daar worden de schapen en geiten gehouden die de hele berg kaal vreten. Het uitzicht is asemrovend en je kunt onvoorstelbaar ver kijken, de ene kant op wel 50 kilometer en de andere kant op zelfs 150 kilometer, dat is verder dan Nederland breed is. Dus je staat ergens in de Betuwe en links zie je Duitsland en rechts de Noordzee! De gids vertelt ons erg veel over de bomen, planten en de dieren. Ook weet hij veel over het ontstaan van het gebied.

Als je vanaf de top van een berg rond kijkt zie je dat alle andere bergen precies dezelfde opbouw hebben. De verschillende aardlagen op dezelfde hoogte en ook de top op dezelfde hoogte, dat schijnt in de gehele Karoo zo te zijn. De verklaring is dat 160 tot 180 miljoen jaar geleden de continenten aan elkaar hebben gezeten, uit elkaar zijn gedreven en dat Antarctica nog een tijdje weer wat terug kwam. Dat laatste heeft een enorme stuwing op de aardlagen gegeven waardoor het Tsitsikamma gebergte langs de kust is ontstaan.

Het heeft ook veel vulkanische activiteit gegeven, vooral ondergronds. De lava uitbarstingen zijn gestold. De lavastolsels (ook wel doleriet genoemd) zijn, toen het zand, stof en aarde miljoenen jaren lang door erosie zijn weggewaaid en weggespoeld, als bergen achter gebleven. Als je dan vanaf zo'n berg naar beneden kijkt en ziet wat voor enorme hoeveelheid aarde er is verdwenen kun je je daarover geen enkele voorstelling maken. Miljoenen jaren en dan een mensenleven, zo'n totaal andere tijdscope.

Struisvogels zijn volgens de gids erg gevaarlijke dieren omdat een struisvogel het enige dier is wat naar voren kan trappen. De struisvogels worden vaak geplaagd door zwarte kinderen als een soort sport, maar de risico's zijn erg groot, zo'n struisvogel geeft je een trap met zijn poot en haalt je hele borst in één keer open, als je dan valt wordt je ook nog door hem vertrapt. Struisvogels veroorzaken daardoor veel verminkingen.

Een struisvogel mannetje heeft wel tot acht vrouwtjes en alle eieren liggen in één nest. Hij jaagt alle vrouwtje op één na weg en dat vrouwtje legt haar eigen ei in het midden met de bedoeling dat als er eieren geroofd worden, eerst de vreemde eieren gepakt worden. De steenbok is een monogaam beest, maar volgens de gids komt dat doordat het mannetje veel kleiner is dan het vrouwtje. Het mannetje durft gewoonweg niet vreemd te gaan.

Ook over de planten en bomen wordt veel verteld: een paraplu struik waaronder de dieren kunnen schuilen en zich verstoppen, maar die ook leeft van de urine van deze dieren en weer een andere plant waarvan de bosjesmannen de hars gebruikten als kleefmiddel voor het slangengif op hun speren en pijlen. De olifantsvoet, een plant waaruit een soort cortisone gehaald wordt als geneesmiddel.

De kiepersol boom, de levensboom, die aangeeft dat er op die plek water te vinden is. Bij de naam kiepersol hoort het volgende verhaal: een groep verdwaalde Engelse soldaten zag een groep bavianen in boompjes zitten om zich aan het zicht te ontrekken, toen moesten ze zelf ook maken dat ze uit het zicht van de boeren kwamen, ze klommen dus ook in die boompjes en hun laatste woorden waren: "Will it keep us all?" De boeren noemen die bomen sindsdien kiepersol.

Als we na de zonsondergang, weer veel foto's gemaakt, terug rijden naar Graaff- Reinet, wijst de gids ons nog op autoremsporen op de weg die elke keer op de laagste punten in het veld zijn. Die laagste punten zijn oude rivierbeddingen en daar is de bodem nog het vochtigst waardoor er veel struikgewas en bomen groeien en die plaatsen zijn de plekken waar koedoe's zich schuil houden voordat ze de weg oversteken. De remsporen zijn dus het gevolg van overstekende koedoe's, er gebeuren hier veel ongevallen door.

' s Avonds eten we in een restaurant in het township. Het restaurant, Mzimhlophe, is erg nieuw en officieel pas in juni geopend alhoewel ze vanaf december al wel gasten ontvangen. Het is erg mooi van binnen met muurschilderingen in de verschillende ruimtes, die voorheen slaapkamers zijn geweest. De eigenaresse, Nanziwe Vena, vertelt ons bij binnenkomst over de historie van het restaurant. Het huis is vroeger van haar oma Lucie geweest en nadat oma is overleden is zij teruggekeerd naar dit huis en heeft er een restaurant van gemaakt.

Je kunt goed merken dat ze nog erg moet wennen aan de omgang met toeristen en is ook erg geïnteresseerd in wat wij van de maaltijden en al het overige vinden. Jenny heeft een heel gesprek met haar en ook diverse tips. Het eten wordt opgeserveerd op een lange tafel waarna we zelf op kunnen scheppen. Vooraf bonen/maïs soep met lekker warm vers zoet brood waarmee je in de soep kan/mag soppen en als hoofdgerecht: gebraden kip, lamsvlees, gestoofde aardappels, salade, perenmoes en gathering.

Van dit laatste heb ik behoorlijk opgeschept zonder exact te weten wat het is, volgens Jenny een soort kool, maar ze neemt zelf niet! Als ik aan tafel zit en mijn bord bestudeer, zie ik dat het allemaal velletjes en lelletjes zijn van ……………..? Gathering is dus de restjes, het afval van de slacht, stukjes maag, darm, vel, oor, etc. Ik leg het maar op het bordje voor de botjes en dek het een beetje af met salade, ook Erik is in dezelfde val getrapt en is zig zijn bord vrij te maken van gathering.

Als we uitgegeten zijn komt een groep jongens het restaurant binnen en dat blijkt het lokale voetbalteam te zijn die voor ons gaat zingen. Normaal schijnt er een koor te komen maar die zijn niet beschikbaar en daarom komen de voetballers als vervanger. Het team heeft in een regionale competitie gewonnen en moet nu verder op landelijk niveau, daarvoor hebben ze shirtjes en reisgeld nodig en zingen is een manier om dat bij elkaar te sprokkelen.

Het zingen klinkt in het begin tamelijk bedeesd maar later, als ook wij ons volkslied hebben gezongen (ging best goed, we kunnen trots zijn op onszelf) wordt het een uitbundig feest met zingen en dansen. Jo doet de bump met de eigenaresse van het restaurant en aan het einde is iedereen aan het dansen. Achteraf horen we dat het voor deze jongens erg bijzonder moet zijn geweest dat ze mochten en konden dansen met een blank blond meisje, op enig moment stond Dianne namelijk in een kring met voetballers te swingen.

Zaterdag 10 juli: reis naar Morija in Lesotho

Vandaag dus echt een hele week in Zuid-Afrika, land van enorme tegenstellingen, prachtige natuur, mooie vrolijke mensen, maar ook schrijnende armoede, bedelarij, criminaliteit (hebben wij gelukkig nog niets van gemerkt) en rassentegenstellingen (ondanks de positieve kracht die Mandela heeft opgeroepen).

Op onze busreis naar Lesotho weer veel echt verschillende landschappen waardoor de reisdagen tot nu toe geen moment saai zijn, je komt ogen tekort en zou alles wel willen filmen en fotograferen. Wat wel jammer is dat veel toch een beetje als televisie kijken aan je voorbij gaat, je ziet ze niet maar het moet een geweldig land zijn voor motorrijders.

Op een gegeven moment geef ik het afgesproken signaal: "Ik heb het hartstikke koud, en jullie?" waarna iedereen wegduikt, de oranje muts opzet en weer tevoorschijn komt. De gezichten van Jo en Roos staan even vol verbazing en daarna moeten ze erg lachen. Jo ziet er de grap wel van in, we zijn nu allemaal net zo stoer als hij.

De koffiestop houden we bij een klein winkeltje wat vol ligt met prulletjes en heel veel handgemaakte kleertjes, breiwerk, haakwerk, alsof je op een braderie naar een stalletje van de plattelands vrouwen staat te kijken. Roos koopt een leuk babypakje, want na afloop van deze reis gaat ze in Johannesburg op kraamvisite bij een vriendin. De koffiestop was door Roos al telefonisch aan de eigenaresse aangekondigd en de kannetjes en kopjes staan al klaar.

In deze winkel doe ik ook weer een nieuwe ervaring op: het toilet heeft geen slot op de deur. De gewoonte hier, en we zien dat later ook op andere plaatsen, is dat wanneer de deur dicht is, het toilet bezet is en als de deur open staat is het toilet vrij. Je moet natuurlijk wel allemaal van die afspraak afweten!

Als we tegen de middag stoppen voor een lunch bij een mooie bijzondere accommodatie, we eten buiten lekker (ook frieten oftewel patatten) in de zon terwijl de temperatuur toch erg laag is (het ijs op de plassen is nog niet gedooid), gebruiken we de gelegenheid om alvast te oefenen voor de voetbal wedstrijd die we in Lesotho moeten spelen. De bal die Roos voor het plaatselijk elftal gekocht heeft, gebruiken we voor onze oefenpot.

Al snel wordt duidelijk dat de conditie niet erg super is, maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door de felheid waarmee met name Marina, Dianne en Trudi op het veld tekeer gaan, vraag maar aan Jo. Die Lesotho's kunnen hun borst alvast nat maken.

Bij de grens waarschuwt Roos ons niet te fotograferen of te filmen. De grens beambten nemen hun werk erg serieus, zo serieus en met zoveel machtsvertoon dat het niet erg leuk is. Een zwarte vrouw voor ons had haar paspoort laten stempelen en draaide zich om omdat ze nog een vraag had. Ongelooflijk bot werd ze te verstaan gegeven dat ze opnieuw achteraan moest sluiten. Eigenlijk moet ik Lesothanen schrijven, maar dat woord hebben we tijdens de reis nooit gebruikt.

De grens ziet het er erg stoffig en armoedig uit, we gaan echt naar een ander land, een ander volk en een ander aanzicht. Vanuit de bus zien we prachtige landschappen, kleine dorpjes, heel veel autowrakken, veel vee en erg veel ruimte. Er wonen maar een handjevol mensen in dit land. Wat later stoppen we in Mafeteng, de tweede grootste stad van Lesotho na de hoofdstad Maseru.

We bezoeken de plaatselijke markt, Roos heeft ons opnieuw op het hart gedrukt terughoudend met fotograferen te zijn, en na even rondlopen willen we er eigenlijk snel weer weg. De mensen zijn niet onvriendelijk, maar het is zo anders, zo armoedig, dat wij ons daar niet op onze plaats voelen. Het is net alsof wij daar niet thuishoren en dat je hun privacy schendt. We lopen toch wat rond en zien allerlei stalletjes met kruiden, voedsel en frutsels (veelal uitgestald in kleine witte kartonnen doosjes).

Wat ook opvalt is de reclame voor mobile telefonie, net alsof ze wat nodig hebben. Toch zal dat waarschijnlijk wel het geval zijn, althans dat er vraag naar is, wonderlijk. Uiteindelijk zitten we allemaal toch weer vrij snel in de bus en gaan door naar Morija.

Het laatste stukje van de reis gaat door het dorpje Morija via hobbelige weggetjes naar het hoger gelegen guesthouse, een sfeervol gebouw op een schitterende plek. We laden onze bagage uit en zoeken de ons toegewezen kamers. We worden ontvangen door de beheerder van het guesthouse: Molefinyane Sekhesa en nog een vrouw van de organisatie: Ntloheleng Lewanika.

Ntloheleng geeft ons, voordat het helemaal donker is, nog een rondleiding om het guesthouse en de nabije omgeving. Haar naam is voor ons heel moeilijk uitspreekbaar omdat er ook een klak klank inzit (ongeveer vergelijkbaar met de klak klank in het Xhosa) en één van ons vraagt dan ook of we haar niet met Heleng aan mogen spreken. Dat mag zeker niet, want haar naam heeft een betekenis en is door haar vader aan haar gegeven, als je de naam anders uitspreekt verliest het zijn betekenis. De betekenis van Ntloheleng is "laat me met rust, laat me mezelf zijn".

De wandeling is vrij kort en is ijzig koud door de wind en door de hoogte waar we ons op bevinden. De meeste van ons hebben zich hier onvoldoende op gekleed en we staan dan ook te bibberen van de kou. We zien wel een prachtige zonsondergang en Ntloheleng vertelt in deze korte tijd veel over de geschiedenis van Lesotho, Morija, het guesthouse en de plek waarop het staat. Morija is in 1830 door Franse missionarissen gesticht en heeft nog steeds relatief veel scholen en een museum.

Je kunt het dorp vanuit het guesthouse beneden je zien. Die plek was vroeger voor de San een plek waarvandaan gejaagd werd, vanaf de hoge rots konden heel gemakkelijk speren en pijlen op de dieren beneden in het dal gegooid en geschoten worden. Ze vertelt ook over de manier waarop koning Moshoeshoe via handige diplomatieke manoeuvres met behulp van Engeland overeind bleef tijdens moeilijke conflicten met zijn omgeving. Deze koning heeft daardoor de zelfstandigheid van dit koninkrijkje kunnen bewaren.

Lesotho staat bekend om de gastvrijheid en de vriendelijkheid van de bewoners, dit heeft zijn oorsprong in het feit dat Lesotho eigenlijk een land van vluchtelingen is. Allerlei volken en groepen hebben hier in het verleden hun toevlucht gevonden. Ntloheleng krijgt gelukkig in de gaten hoe koud wij het hebben en stelt voor om de rest van haar verhaal in het guesthouse af te maken, hier gaan we gretig op in.

Op de weg terug zien we de nachtwacht lopen, een man die de hele nacht buiten de wacht houdt voor het geval iemand van ons bijvoorbeeld een dokter nodig zou hebben. Hij moet buiten blijven om te voorkomen dat hij, bij een eventuele vermissen van spulletjes, een verdachte zou kunnen zijn. Het is best wreed om iemand de hele koude nacht onder een afdakje bij een vuurtje buiten te laten zitten.

De dag wordt besloten met een heerlijke maaltijd en daarna, in de woonkamer bij de houtkachel, met een spelletje pictionary. Dianne en ik zijn zo op elkaar ingespeeld dat het spel voor de anderen eigenlijk niet echt leuk is, maar ze houden zich dapper.

Zondag 11 juli: 2-daagse trek naar Hla-Hla

Opnieuw een onvergetelijke ervaring: de wandeltocht naar het Lesotho dorpje Hla-Hla over de hoogvlakte Makhoarane. Het was weer vroeg opstaan en de bagage voor de twee dagen in orde brengen. De bagage zal gedragen worden door twee Basotho pony's waarvan er ééntje een beetje x-benen heeft. Dianne vindt het maar niets en draagt haar eigen bagage, ook sommige anderen doen dat. Het proviand, de cadeaus en het drinken is al zwaar genoeg voor deze beesten.

Naast de gidsen, Phillip en Mohudi, gaan er ook drijvers voor de pony's mee. Vanuit het guesthouse is de klim naar de hoogvlakte ongeveer anderhalf uur. Tijdens deze klim komen we een oude man tegen die met zichtbaar gemak bijna over de stenen huppelt. Een prachtige man om te zien en gelukkig mag ik een foto van hem maken, ook hier geldt weer de afspraak dat de foto's opgestuurd zullen worden door ons.

Op de plek van deze ontmoeting zien we ook een hele stapel stenen. Het is hier de gewoonte om wanneer je een goede plek hebt gevonden om te rusten, te eten of te slapen, die plek te markeren met een steen voor andere reizigers. Boven aangekomen zien we wat huisjes, een klein dorpje, en de drijvers zijn plotsklaps verdwenen, die zullen hier wel wonen en naar hun huizen gegaan zijn. De huisjes zijn voor een deel rondavels en voor een deel vierkanten stenen huisjes, bijna allemaal met een groetentuin waarin kool achtige gewassen staan.

Naast groenten worden vooral maïs en ook wel wiet verbouwd. We zien wat bewoners en onder andere een vrouw die vanaf een wasplek met een emmer wasgoed op haar hoofd terug naar haar huisje loopt. Vaak worden de moeders bij dit werk geholpen door de dochters, je ziet de meisjes met emmers of jerrycans water op hun hoofd lopen terwijl de jongens vaak met het vee op pad zijn.

Onderweg blijkt dat één gids, Phillip, erg gecharmeerd is van Nicole en haar aan het einde van de tocht min of meer ten huwelijk vraagt. Hij is weliswaar getrouwd maar bereid om zijn vrouw voor Nicole te verlaten. Meer dan één vrouw is bij de Basotho's niet toegestaan. Volgens mij heeft Nicole toen bedenktijd gevraagd, maar het precieze weet ik niet.

De wandeling is prachtig, ik heb nu gezien wat het begrip ongerepte natuur echt betekent. Er zijn stukken bij waar je denkt dat je de eerste mens bent die daar ooit gelopen heeft. Ik moet denken aan de boeken van Jean M. Auel en voel me een soort Jondalar die met Ayla over een hoogvlakte naar de paardenvallei loopt. Het is weids, vlak, puur, mooi en één en al natuur zoals natuur bedoeld is.

Zo moet het ooit allemaal eens begonnen zijn. Prachtige vergezichten, veel verschillende kleuren, bergen, valleien, donga's (door water uitgesleten kloven) en stilte, je hoort niets, alleen maar stilte. Ik denk niet dat er in Nederland een plekje te vinden is waar het ook zo stil is. Stilte is een prachtig geluid. Zo nu en dan zien we een herder met zijn beesten of een ruiter in de verte. Allemaal dragen ze hun traditionele Basotho deken met de strepen erop zorgvuldig verticaal. Deze strepen symboliseren de groei.

Vlak voordat we het dorp bereiken ontmoeten we een jongetje die gedroogde koeien vlaaien aan het verzamelen is voor het vuur in de kachel. Jenny geeft hem wat snoep en moet het in zijn mond doen omdat hij zijn handen vol heeft. Hij draagt de vlaaien in zijn trui waar hij met zijn beide handen een soort plukschort van heeft gemaakt. Iets na vieren komen we aan en gaan naar het huis van de chief, waar we koffie en thee krijgen.

We worden voorgesteld aan de zeven vrouwen die voor ons zullen zorgen: twee rijen tegenover elkaar en daarbij worden beide volksliederen gezongen. Wat klinkt het Wilhelmus dan armoedig vergeleken bij het meerstemmig gezongen volkslied van Lesotho. Daarna worden er handen geschud. Na de koffie krijgen we een korte village walk waarbij het inmiddels al te donker geworden is voor foto's. Veel kinderen vergezellen ons, waarbij er een aantal hun kleinere broertje of zusje op de rug draagt. Vol trots wordt het terrein getoond waar een soort ziekenhuis of medische hulppost moet komen.

Tijdens de wandeling zien we verschillende herders terug in het dorp komen met het vee wat in de kraal opgesloten wordt. Elke herder gaat naar zijn eigen kraal gemaakt van opéén gestapelde stenen met voor de toegang een hek van stokken. De meeste koeien hebben een bel om, een vrij zware grote metalen bel met als klepel een grote moer. Hierna gaan we opnieuw naar het huis van de chief om kennis met hem te maken, hij is er nog niet en we gebruiken de tijd om warm te drinken (bier, wijn en sherry die we meegenomen hebben). Phillip en Mohudi nemen ruimschoots in en zijn al snel vrij aangeschoten of misschien zelfs wel zat.

Ook de chief blijkt plotsklaps tussen ons in te zitten, ik heb hem nooit binnen zien komen, en heeft van een korte afwezigheid van Jo (buiten met Erik een sigaretje roken) gebruik gemaakt om de hele fles sherry van Jo achterover te slaan. Hij spreekt geen Engels maar neemt goed in. Ondertussen heeft Erik, het is buiten dan al aardedonker, met de kinderen van het dorp buiten een feestje. Zingen, spelen met de ballonnen, de video camera is ook geweldig als hij hun zichzelf laat zien op de kleine display, spelen met het licht van zijn zaklantaarn tot en met een heuse polonaise.

We (ik ben ook mee gaan doen) leren ze dansen op disco, Erik kan geweldig goed disco geluiden maken, en het, inmiddels in Lesotho, beroemde Belgische lied: "Amai, amai, amai, wat zijn we blai!"

Dan worden we binnengeroepen, de damp van de petroleum kachel is killing, zodat de gastvrouwen het eten op kunnen dienen. Eerst zingen we nog diverse liederen, vooral gospels en het baie dankie lied met de chief en de gidsen. De drank zorgt ervoor dat het tempo van de songs laag ligt en tegen de tijd dat we uitgezongen zijn is het eten ijskoud (de vrouwen hebben kennelijk buiten staan wachten met het eten op een seintje van de mannen in het huis). Voor we gaan eten moeten we eerst nog onze handen wassen.

Er gaat een teil water rond met een groot nieuw stuk zeep en we wassen allemaal onze handen, waarna we eerst nog gezamenlijk bidden voordat het eten wordt opgediend. Maïspap (één koude stevige brok), rode kool, pompoen, worteltjes en een stukje kip, alles koud. Sommigen van ons vinden het niet lekker of hebben geen honger genoeg en eten daarom ook niet alles op. Dat wordt niet gewaardeerd door de gids, als je als gast voedsel krijgt is het erg onbeleefd om het niet op te eten.

Na het eten weer zingen en buiten spelen met de kinderen onder opnieuw een onnatuurlijk fraaie sterrenhemel. Geen strooilicht, geen vervuiling en het zuidelijk halfrond heeft sowieso meer sterren dan het noordelijk halfrond. Jo legt uit waar het zuiderkruis staat en hoe je kunt bepalen waar het zuiden ligt. Horizon Pointers Zuiderkruis Er ontstaat nog een hele discussie hoe het noorden wordt vastgesteld aan de hand van de sterren.

Wij denken dat dit met de poolster gebeurt, maar Jo overtuigt ons dat dit niet kan op basis van één ster die elke nacht weer op een andere plaats staat. We beloven hem dit thuis uit te zoeken. Thuis blijkt dat de positie van de poolster precies in het verlengde van de aardas ligt en dus wel altijd precies op dezelfde plaats aan de hemel staat.

Na een tijdje komen opnieuw de vrouwen binnen en wordt een voorstel rondje gedaan waarbij iedereen iets over zichzelf vertelt: je naam, wat voor werk dat je doet, je relatie en leeftijd, of je kinderen hebt en zo. Tijdens dit voorstellen worden we goed bekeken en gewogen en hierna wordt dan ook de verdeling van de gasten over de gastvrouwen gedaan. Nicole is alleen en daarom gaat ze samen met Jenny en mij mee met een gastvrouw.

Door het stikke donker lopen we met alleen het licht van mijn zaklamp naar het huis van de gastvrouw. Het is één ruimte waar het woon- en slaapgedeelte door een gordijn van elkaar zijn gescheiden. Ook hier brandt een petroleumkachel en slaat de damp op je ogen en adem. De gastvrouw maakt snel nog het bed voor Nicole in orde, er was kennelijk niet op gerekend dat er drie personen mee zouden komen.

Ook geven wij de tip aan haar, dit op advies van Roos die heeft gezegd dat je dit aan de vrouwen moet geven omdat die te vertrouwen zijn in de zin van dat het geld dan goed besteed wordt, bij mannen is het risico groot dat het aan drank wordt besteed. Nicole had een groot aantal knuffelbeesten meegenomen en die worden nu door haar aan de gastvrouw gegeven nadat eerst nog haar kinderen zijn gehaald.

De kinderen en de vrouw zijn erg blij met het speelgoed en tot onze vertedering wil ook een oudere jongen, misschien al in de twintig, een knuffel. Bij terugkomst in Morija ontnuchtert Roos ons door te zeggen dat het niet verwonderlijk is dat die jongen zo'n knuffel wil, omdat die goed te verkopen zal zijn en dat hij daardoor weer wat geld heeft. Dit is tevens een beetje het dilemma van deze vakantie: In hoeverre is hetgeen wij door onze westerse ogen zien ook de Zuid-Afrikaanse waarheid?

Na het uitdelen van het speelgoed worden we alleen gelaten en kunnen we gaan slapen. Het bed ziet er moderner uit dan het huisje deed vermoeden, alleen niet veel dekens. We proberen te gaan slapen maar al snel trekken we al onze kleren weer aan tegen de kou, maar zelfs dan is het nog zo koud dat we vrijwel geen oog dicht doen. We hadden gewaarschuwd moeten zijn omdat de gastvrouw op weg naar het huisje toe al gesproken had over de koude nachten, ze moet toen al wel in de gaten gehad hebben dat ze te weinig dekens had voor drie gasten.

Halverwege de nacht moet er geplast worden en doe ik de zaklamp aan en dan blijkt Jenny naast me te liggen met haar oranje muts diep over de ogen getrokken, we krijgen de slappe lach en de volgende ochtend blijkt dat de gastvrouw dit ook gehoord heeft, ze moet wel gedacht hebben.

Morija

Nauwelijks geslapen van de kou worden we rond 07.00 uur wakker (voor zover dat nog nodig is). De gastvrouw, Theresia ´Mamorallo Rankoe, laat ons onze handen wassen met een nieuw stuk zeep en daarna lopen we samen met haar naar het huis van de chief voor het ontbijt. Zelf gebakken brood met boter en koffie. Gelukkig is er suiker bij de koffie, zodat we toch nog iets van beleg hebben.

Leuk is dat we later van Johan horen dat dit voor hem helemaal nieuw was, suiker als beleg op brood, dat dit kon en het was nog baie lekker ook! Bij het afscheid van de gastvrouwen staan we weer in een rij tegenover elkaar en kijk ik toevallig naar hun schoenen: te grote, één met veter de ander zonder, een soort kistjes voor mannen, totaal versleten of een heel open model, geen van allen dus echt geschikt om in deze omgeving te dragen. Na het gebed en het zingen, verlaten we het dorp.

Tot de rand worden we vergezeld door de kinderen en vanaf daar lopen we via een kortere route terug naar Morija om 's middags nog te kunnen voetballen tegen het plaatselijke, door Roos gesponsorde, voetbalteam. Onderweg hebben we nog verschillende ontmoetingen en lopen mensen een deel van de weg met ons op. Vier wat oudere jongens die vol trots laten zien hoe goed zij met hun stokken schijngevechten kunnen houden. De Basotho deken wordt hierbij ook gebruikt om de hand te beschermen.

De stokken zijn voor deze jongens heel belangrijk, ze zijn van speciaal hout met aan het einde een metalen dop er op. Ze kopen deze stokken in Mafeteng, waar wij ook op de markt zijn geweest, dus dat is nog een heel eind van Morija af. Elke keer weer kunnen kinderen die we ontmoeten niet geloven dat Dianne pas 16 jaar is, Basotho meisjes van 16 zien er stuk voor stuk veel jonger uit en zijn ook een kop kleiner.

Een meisje, Amea, die vrijwel vanaf het begin helemaal mee is gelopen naar Morija heb ik wat kauwgom gegeven, na wel eerst gevraagd te hebben of ze weet wat kauwgom is. Heel leuk om te merken is dat ze die kauwgom met elke persoon die we tegenkomen deelt, ook in de township Umasizakhe is ons al opgevallen dat alles onderling gedeeld wordt. Op het einde liep Jenny samen met twee meisjes van 15 en 16 jaar op waarvan de ene lerares wilde worden en de ander verpleegster.

Sommige kinderen liepen naar Morija om naar school te gaan. In het dorp waar we geslapen hadden gingen veel kinderen om halfzes 's morgens al naar school omdat het twee en een half uur lopen is naar die school toe. Toen wij uit bed gingen, waren zij dus al op pad. Terug in de lodge maken we ons al vrij snel klaar om naar het voetbalveld te gaan. Oranje mutsen op, nog snel nadenken over een team naam, volgens mij kiezen we voor "Orange Power", maar misschien heb ik daar als enige wel voor gekozen?

De tocht in de bus naar het voetbalveld verandert al gauw in een soort optocht door het dorp, overal stoppen we om mensen te bewegen te komen kijken en vooral de jongens om mee te voetballen. Roos voorziet namelijk dat we ondersteuning nodig zullen hebben, wij geloven daar natuurlijk niets van, maar later blijkt dat ze dit toch goed gezien heeft. Op het veld aangekomen zien we een paar jongens die bezig zijn het veld schoon te maken door best wel grote stenen op te rapen en over de zijlijn te gooien.

De tegenstander is al aanwezig en spelen in rode shirts van een bedrijf uit Amersfoort. Wij spelen natuurlijk in oranje met bijpassende oranje muts. Om de tegenstander te intimideren voeren we een tamelijk professionele warming-up uit. Uiteraard wordt het volkslied weer gezongen waarbij de helft van ons team in een soort stuip raakt en van de slappe lach niet meer mee kan zingen, ik krijg even het gevoel helemaal alleen te staan zingen waarbij ik niemand aan durf te kijken om niet ook nog af te haken. Na het zingen uitgebreid handen schudden, kennis maken en foto's maken.

Dan, de wedstrijd, de tegenstander is goed maar gelukkig slecht in de afwerking, zelfs voor open doel schieten ze nog over. Dit geeft ons de kans om in de wedstrijd te komen en een positie te kiezen waar we ons lekker voelen. Tot groot verdriet worden onze dames totaal genegeerd door onze zwarte medespelers, maar ze laten zich niet kisten en vechten voor elke bal. Tegen het einde van de eerste helft, we spelen twee keer twintig minuten, scoort Wilbert en wordt hij de held van ons team. De tegenstander baalt als een stekker en de coach vervangt onmiddellijk de complete achterhoede.

Na de rust raak ik zelf vrij snel geblesseerd, spier verrekt in m'n bovenbeen, ben toch minder een geroutineerde sporter dan ik mijzelf probeer wijs te maken. Meerdere spelers van ons haken af en aan het einde spelen alleen Erik en Wilbert nog mee. De tweede helft duurt heel lang, de partijdige scheids laat ons net zo lang doorspelen totdat onze tegenstander kan scoren. Als dat na drie kwartier nog niet gelukt is geeft hij vrij onverwachts en nergens op gebaseerd een strafschop die benut wordt. De stand is dan 1 - 1 en kennelijk is men daarmee tevreden want kort daarna wordt er afgefloten.

Grappig is dat een groep meisjes, onder aanvoering van Ntloheleng, enorm enthousiast zingt, waarbij ook het lied "het is stil aan de overkant" op het repertoire staat, er komen hier dus vaker Hollanders! Erik blijkt ook nog een lelijke blessure te hebben, broek kapot en hele knie open. Hij wordt deskundig geholpen door onze verzorg(st)ers maar heeft aan het einde van de dag toch behoorlijk last. Na de wedstrijd gaat iedereen naar de lodge, want het volgende programma onderdeel is zang en dans.

Bijna het hele dorp doet mee, van jong tot oud voeren ze hun act uit. De jongere meisjes doen een dans, de moeders zingen, de grote jongens een laarzen dans, een gitarist speelt solo op zijn drie resterende snaren en de oudere meisjes zingen en dansen ook heel knap. Aan de gitarist zit nog een verhaal vast, voorheen speelde hij op een eigengemaakt instrument en van een vorige groep heeft hij een echte gitaar gekregen. Roos regelt nu met Johan dat de groep van Johan voor snaren zal zorgen zodat de gitarist weer een complete gitaar krijgt.

Als het optreden afgelopen is geef ik in overleg met Ntloheleng de door ons meegebrachte balpennen aan de kinderen (eigenlijk had ik ze liever aan de school willen geven, maar volgens Ntloheleng is dit beter). Ik voel mij erg opgelaten als ik met m'n balpennen in de hand sta en de kinderen in een rij aan me voorbij gaan en gretig en blij de pen aannemen. Blij dat dit snel achter de rug is.

De kokkin van het guesthouse heeft als hulp een meisje van 23 wat voor haar 5 jongere broertjes en zusjes moet zorgen omdat beide ouders zijn overleden. Ze spaart ook nog om, als ze een oplossing heeft gevonden voor de zorg voor haar broertjes en zusjes, haar afgebroken studie weer te kunnen oppakken.

Na het eten zitten we nog een korte tijd bij het haardvuur en krijgen van Roos haar visite kaartje. Dit is een bijzonder en doordacht kaartje, waar op de achterkant een mooi geschilderd portret van Joshua staat en een stukje uit een preek van Sam Buti (een predikant uit de wijk Alexandra van Soweto):

white people are white people
they are burning the world
black people are black people
they are the fuel
white people are white people
they must learn to listen
black people are black people
they must learn to talk

Later in de bus op weg naar Soweto, de reis zit er dan al bijna op, vertelt Roos over deze preek als inleiding op ons bezoek aan Soweto. De tekst slaat ook op de relatie tussen Roos en Joshua, ook bij hen was het belangrijk om te leren luisteren en praten. Om de beurt gaan we naar de stort en daarbij moet je een kaars meenemen om licht te hebben.

Heel apart wanneer je achter het enigszins doorzichtige stortgordijn jezelf staat te wassen in het licht van een kaars op een krukje achter dat gordijn. Om 20.00 uur, stik laat, doormoe naar bed.

Dinsdag 13 juli: reis naar Drakensbergen via het Golden Gate N.P.

Het vertrek uit Morija is ook het vertrek uit Lesotho, dus opnieuw een grens overgang en weer nieuwe stempels erbij. Maar voordat we de grens bereiken stuiten we op een wegblokkade van de politie. Er staan borden op en langs de weg, een agent geeft een stop teken en in de berm staan nog twee agenten zich te warmen bij een vuurtje. Allen zijn bewapend met automatische geweren en het ziet er dreigend uit.

Roos schat de situatie goed in en zegt: "Dit gaat me wat randen kosten". Het klopt, de agent die ons aanspreekt geeft onomwonden te kennen dat het koffierantsoen op is en dat ze geld nodig hebben om nieuwe koffie te kopen. Roos betaalt en de man wenst ons uiterst vriendelijk nog een fijne verdere reis. In Lesotho zien we erg veel autowrakken die overal liggen, langs de weg, bij de huizen, soms een enkele, vaak een heel stel. Waarom dat is of wat ze er mee doen is onduidelijk.

We gaan de grens over bij de Peka bridge, die we te voet moeten oversteken. Opnieuw stempels in onze paspoorten, Roos heeft om die reden zelfs om de twee jaar een nieuw paspoort, door alle stempels zou ze een probleem kunnen krijgen omdat de grensbeambten zouden kunnen denken dat ze voor haar werk elke keer de grens oversteekt, en dat is ook zo. Gelukkig zijn onze ongeschoren koppen geen probleem, Erik en ik lijken kennelijk nog steeds voldoende op de foto in ons paspoort.

Vrij snel voorbij de grens zien we de eerste van de big five: twee neushoorns die samen door het veld lopen. Het wordt nu echt leuk en we kijken en spotten ons te pletter om nog meer wild te zien. Groot wild zien we niet meer, maar wel allerlei antiloop achtige in prachtige landschappen, het is hier zo mooi, de kleuren, veel rode aarde, ook nog behoorlijk veel groen, maar ook herfstkleuren en dorre vlaktes, je raakt niet uitgekeken.

Bij steile rotswanden langs de wegen hebben ze een mooi systeem om vallend puin tegen te houden, er worden grote gazen blokken met stenen gevuld en gestapeld tot een muurtje. Lijkt me voor het transport en de verwerking echt handig, zou ook in Europa toepasbaar kunnen zijn. We lunchen in Clarence en doen dat deze keer niet als groep maar ieder voor zich, daardoor zitten we deze vakantie voor het eerst een keertje alleen met het gezin bij elkaar. Best leuk, kunnen we eindelijk even over de groep roddelen (nee hoor, geintje), maar wel lekker bijpraten.

In Clarence is het weer zonnig maar er staat een snijdende koude wind en daardoor is het toch niet zo aangenaam, we blijven daarom lekker lang zitten, ook al omdat de vele Art-Gallery's ons niet echt boeien. Weer onderweg, zien we bij een groot meer, een meer wordt in het Afrikaans een dam genoemd, de Sterkefontijndam, een heel stel lammergieren. Deze gieren zijn erg zeldzaam maar zijn hier uitgezet en worden ook bijgevoerd.

In de verte zien we in een grasveld enkele kadavers liggen. De gieren zijn heel goed van dichtbij te zien en te filmen en fotograferen, een imposant gezicht, zo'n reusachtige vogel met een enorme vleugelwijdte en aan het einde van de vleugel van die vinger achtige veren.

Op het parkeerterrein waar de bus gestopt is worden ook beeldjes verkocht van dieren. Jenny koopt er enkele en geeft daarnaast ook het resterende brood (er zijn nog wat lunchpakketjes over) aan de verkopers die hier erg blij mee zijn en ook zichtbaar honger hadden. De beeldjes zijn geen lang leven beschoren, want bij het eerste de beste remmen van de bus kletteren ze op de grond en houden we een drie dimensionale puzzel over.

We rijden door het Golden Gate N.P. en stoppen een aantal keren bij fantastische uitzicht punten. Golden Gate dankt zijn naam aan twee enorme zandstenen rotsformaties die een soort poort vormen tussen de Maluti mountains en de Drakensbergen. Het is een erg mooi gebied met imposante bergwanden en kleurige (geel, rood, oranje) zandsteenrotsen en het is bijna zonde om er alleen maar doorheen te rijden. We hebben deze reis al vaker plaatsen en gebieden gezien waar je zo maar enkele dagen door zou kunnen brengen en elke dag zou kunnen genieten.

Tegen de avond bereiken we de Lilac Lodge & The Purple House in Winterton waar we een enorm huis ter beschikking krijgen, het huis is groot genoeg om bijna het gehele gezelschap te huisvesten, dus voor ons gezin heeft het ruimte in overvloed. Dianne en Wilbert hebben beide een eigen kamer en dan houden we zelfs nog een logeerkamer over. In de drie toiletten hangen briefjes met het volgende grappige opschrift: Moenie sigaret stompies in die toilet afspoel nie en dat hebben we dus ook maar niet gedaan.

Voor de ramen en deuren zitten grote traliewerken die met een hangslot op slot kunnen. Zou het hier dan zo gevaarlijk zijn? En is het niet link om het hekwerk op slot te doen als je binnen bent? Het antwoord is geruststellend, het kan hier in de zomer zo warm zijn dat mensen de deuren en ramen open houden en als ze weggaan alleen de traliewerken sluiten en op slot doen, dan kan het huis lekker doorwaaien zonder dat ze bang hoeven te zijn voor inbrekers.

Woensdag 14 juli: wandeling in de Drakensbergen

Vandaag de wandeling naar het Amfitheater in de Drakensbergen. Gelukkig geen last van sneeuw, zoals gisteravond de geruchten waren, dat blijkt later in de Zuidelijke Drakenbergen te zijn geweest en niet waar wij zitten, de Noordelijke Drakensbergen. Zoals het er gisteravond al naar uitzag, is de pijn in mijn dijbeen nagenoeg weg en ook Erik is voldoende hersteld om mee te gaan.

Marina blijft vandaag bij de lodge. 's Avonds vertelt ze dat ze is wezen wandelen in Winterton en ik ben dan toch wel een beetje jaloers, het enige wat er tijdens deze reis een beetje aan ontbreekt is toch wat, zonder programma, rondkijken en slenteren, lokale dingen zien, wat praten, dat soort dingen. Maar ruilen had ik niet gewild, want onze wandeling is geweldig.

We worden met de bus door Joshua, Roos en Johan naar het beginpunt van de wandeling gebracht en zullen daar rond 16.00 uur weer opgehaald worden. We starten om 10.00 uur en hebben dus 6 uur de tijd en zullen na 3 uur wandelen moeten omkeren. Het zal dus nog een toer worden om het eindpunt te halen, het is ongeveer 16 kilometer ver en het terrein is niet overal even gemakkelijk, klimmen en dalen maar ook over stenen, vooral dat laatste is zwaar!

De route wijst zich vanzelf behalve het allerlaatste stukje, daar gaan we in eerste instantie fout en dat kost toch wel zoveel tijd dat een deel van de groep besluit om niet tot het eind te gaan, vooral niet omdat het laatste stukje een erg zwaar deel is. Jo, Erik, Wilbert en Nicole gaan wel proberen het eindpunt te halen, de rest neemt wat rust en gaat daarna in een rustig tempo weer terug naar het beginpunt.

Op de rustplek stroomt helder bronwater via een stroompje naar beneden. Jo, ons natuurmens, laat zijn veldfles vollopen en drinkt het water. Ik volg zijn voorbeeld en aan het einde van de middag heb ik een liter bergwater gedronken. In de bus laat Jo echter zijn fles zien waarin een aantal beesten rondzwemt, extra proteïne noemt hij dat! Vanaf dat moment besluit ik in het vervolg een stuk terughoudender te zijn bij de voorbeelden of suggesties van Jo.

Onderweg hebben we de meest fantastische uitzichten gezien en enorme mooie natuur, ook hier weer weinig tekenen dat er mensen voor ons zijn geweest, terwijl dat hier beslist wel veel het geval moet zijn, want het is een erg populaire wandeling. Kennelijk veel respect bij de mensen voor de natuur in Zuid Afrika.

Op de heenweg zien we wat bobbejanen in een boom, Wilbert en Erik kunnen het niet laten te proberen deze beesten tot wat actie te manen. Wij zijn inmiddels al doorgelopen als we die twee nog steeds horen roepen tegen de apen, totdat ze plotseling heel snel weer bij ons zijn: het roepen had geholpen, de bobbejanen waren plotsklaps naar beneden gekomen en daar hadden onze twee filmers niet van terug, dat was nu ook weer niet de bedoeling geweest.

Op de terugweg zien we ongeveer op hetzelfde punt een hele groep, maar dan veel verder weg beneden in de vallei. Als we al een tijdje op de terugweg zijn worden we ingehaald door Erik en Wilbert, die vertellen over het geweldige uitzicht dat ze op het eindpunt hebben gehad, maar ook over de bijna val van Nicole, die bijna vanaf een rots in de diepte was gegleden. Uit de verhalen maken we op dat het echt een dubbeltje op zijn kant is geweest en dat Nicole van geluk mag spreken dat het zo afgelopen is. Naderhand blijkt dat ze er toch ook wel een ernstige blessure aan over heeft gehouden.

Als we weer terug bij het startpunt van de wandeling zijn kopen we in het winkeltje een voorraadje bier, niet het inmiddels vertrouwde Castle beer maar Tafel lager, zodat we in het guesthouse nog wat na kunnen praten en drinken. Zowel op de heenreis als de terugreis in de bus zien we weer veel kleine Zoeloe dorpjes op het platte land, townships en veel los vee (diverse keren losse koeien of paarden langs de weg, of de weg overstekend).

's Morgens vroeg staan de mensen, volgens mij wel heel vaak alleen de mannen, buiten tegen de muur van hun huisjes op te warmen in de ochtendzon. Het moet 's nachts ook wel heel koud zijn voor de mensen, in ons huis hadden diverse bedden zelfs een elektrische deken tegen de kou en wij hebben de hele nacht de twee elektrische kachels in de woonkamer aangelaten om zo het huis een beetje op temperatuur te houden. Dat soort luxe hebben ze in die dorpjes niet.

Heel vaak staat er naast een vierkant huisje ook nog een rondavel. Die staat er voor de geesten van de voorouders zodat die daarin kunnen terugkeren. De rondavel heeft geen hoeken zodat er geen kwade geesten zich in een hoek kunnen verschuilen.

Terug in de lodge wordt iedereen bij ons in de woonkamer uitgenodigd voor een bier en wijn feestje. Op de bank en wat luie stoelen wordt met een drankje de dag nog eens nabeleefd en in een mum van tijd staat de tafel vol met lege blikjes. Achter de bank hangt een grote reproductie van een Hollands schilderij met daarop een winterlandschap met molens en bevroren plassen met schaatsende mensen in klederdracht. Je voelt je bijna weer thuis.

We eten in de sfeervolle ruimte van het hoofdgebouw en krijgen lamsvlees met aardappels, kip, bloemkool, rijst, salade en een soort bonenprut. Het eten scheppen we zelf op in de open veranda waar ook de bar is, die met dik doorzichtig plastiek is afgeschermd van de koude buitenwereld. Onder de veranda staan twee grote kachels die ervoor zorgen dat het er een beetje warm blijft.

Voor het eten ontmoeten we daar twee Belgische vrouwen die al voor de vierde keer in Zuid-Afrika zijn, na eerst twee keer met een groep gereisd te hebben, reizen ze nu samen en dat bevalt ze erg goed. Vooral Nicole vindt de ontmoeting leuk, kan ze nog even echt Vlaams klappen. Om 21.00 uur gaan we doodmoe naar bed, de hele dag wandelen is toch best vermoeiend geweest. Nicole heeft toch wel erg last van haar blessure en we maken ons daar best zorgen om.

Donderdag 15 juli: reis naar Hluhluwe

Vandaag is ons een saaie reisdag in het vooruitzicht gesteld, vanaf Durban langs de Indische oceaan kust tussen de aangeplante bossen door, alleen maar zicht op keurige rijen bomen die daar voor de houtwinning ten behoeve van de papierindustrie staan. Eerst gaan we echter naar Pietermaritzburg om in het ziekenhuis de knie van Nicole te laten onderzoeken. Op het eerste stuk van de reis zien we ook veel suikerriet plantages en ook wel andere landbouw activiteiten.

De wegen zijn hier veel drukker dan we tot nu toe veelal gewend zijn. Veel grote vrachtauto's die, met twee opleggers achter de trekker, kolossale Amerikaanse verschijningen zijn. Omdat het hier veel stijgen en dalen is lopen met name die grote vrachtauto combinaties risico's voor wat betreft hun remmen, aan het einde van een heel steile daling zag ik een speciale noodvoorziening voor vrachtauto's met remproblemen. Een soort zandbak in een extra baan op de weg. Door, bij problemen, in die zandbak te sturen komt de vrachtauto door de weerstand van het zand tot stilstand.

Wat ook opvalt is dat er behoorlijk veel auto's met een caravan rondrijden en dat de caravan bijna altijd een type met een verlaagd dak is (aërodynamica loont hier kennelijk). Bij een pompstation wordt een krant gekocht met op de voorpagina de grappige kop: "Brr-weer gaan nog dag of wat voortduur" Het bericht gaat over de sneeuwval in de zuidelijke Drakensbergen, wij zaten gisteren in de noordelijke Drakensbergen, waar het voor behoorlijke overlast heeft gezorgd tot afgesloten bergpassen aan toe.

In Pietermaritzburg gaan Roos en Corine, als onze groepsdeskundige, met Nicole mee naar het ziekenhuis, wij brengen intussen de tijd door in een winkelcentrum. Wilbert en ik vinden al snel een internetcafé en kunnen weer een mail naar het thuisfront zenden. Ook hebben we inmiddels al diverse mailtjes terug ontvangen met leuke reacties. Theo en Jannie zijn opa en oma geworden, Anouk is bevallen van een zoon: Yoeran. Leuk, je leest dat in Zuid-Afrika, je ziet de foto's die Theo meegestuurd heeft, de wereld is door internet echt kleiner geworden.

Als we Nicole terugzien loopt zij met twee krukken, dat ziet er ernstig uit, maar uit het verslag maak ik op dat het waarschijnlijk iets is met de meniscus en dat dit operatief eenvoudig en ook wel snel te verhelpen is. Corine heeft een goede indruk van de wijze van onderzoeken. Wel zal Nicole de rest van de reis haar krukken moeten blijven gebruiken. De dokter was niet lelijk, maar kon toch niet tippen aan dokter Pinard waar Roos in de bus, enorm zwijmelend, over heeft zitten vertellen.

De reis wordt hervat en het eerste doel, voordat we naar ons volgend verblijf gaan, is een Zoeloe kraal waar we een rondleiding en demonstraties zullen krijgen. Onderweg bij Durban zien we een enorme armoedige township waarbij de huisjes tegen kale modderhellingen staan aangeplakt. Dit is de ergste die we tijdens deze reis gezien hebben. Het contrast met de dure woningen van blanken verderop, allemaal voorzien van muren, hekwerken en bewakingscamera's is onbegrijpelijk groot.

De Zoeloe kraal is naar oorspronkelijk voorbeeld nieuw gebouwd en overdag zijn er "bewoners" voor de toeristen. We komen er aan het einde van de middag en de mensen hebben er dan al een hele dag opzitten wat duidelijk merkbaar is, de inspiratie is volledig verdwenen en ik vind de rondleiding daardoor een beetje een genante vertoning. Wel zit er een oud baasje, een soort medicijnman, die wel plezier heeft in zijn rol, maar hij mag dan ook de hashpijp aan ons demonstreren en uit de geur kun je opmaken dat hij niet met nepspul werkt. Dit verklaart waarschijnlijk zijn arbeidsvreugde.

Aan het einde van de toer wordt er gedanst voor ons en daarna worden de toeristen naar de winkeltjes geleid. Roos weet te voorkomen dat wij daar mee naar toe moeten door tegen de gids te benadrukken dat we nog een enorme afstand af moeten leggen en dat we echt geen tijd hebben. We komen tegen het einde van de middag aan in de Sandforest Lodge en zoeken onze huisjes op, die allemaal vogelnamen hebben, de onze heet de Hoepoe (de hop), en brengen de bagage naar binnen.

Het is opnieuw een heel leuk verblijf met een woon/slaapkamer met open keukentje en apart toilet en stort. Daarna verdelen we met onze buren, Corine, Marina, Trudi en Erik nog de laatste blikjes bier en drinken die heerlijk op in onze tuin (een grote ruimte die volgens mij zo over gaat in het wildpark verderop). De avond is hier een stuk warmer dan we gewend zijn, we zitten niet meer zo hoog en een stuk noordelijker.

Het eten in de lodge is weer super, lamsvlees, kip, boontjes, rijst, salade, aardappels en pompoen en als we na het eten in het donker terug lopen naar onze huisjes spotten we een zebra en enkele wildebeest (gnoes) in onze achtertuin. Als we met onze lampen schijnen zie je de oogjes oplichten in het donker. Schitterend, alleen moeten we Dianne in toom zien te houden die zo door de bosjes naar de wildebeest toe wil sluipen.

Vrijdag 16 juli: gamedrive in het Hluhluwe-Umfolozi N.P. en rondvaart St. Lucia

Heel vroeg opstaan, want we vertrekken om 06.00 uur voor de game drive in het Hluhluwe-Umfolozi park. Ontbijten zullen we later in het park doen. Daar zitten we in de open jeep te rillen van de kou en de opwinding want nu gaan we op jacht naar de big five. We hebben een geweldige ranger, Charles, die binnen de kortste keren al een heel stel olifanten voor ons spot. Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet in de wieg gelegd ben voor ranger, het duurt vele minuten voordat ik de olifanten ook zie, maar ze zijn ook best wel ver weg.

We spotten wat kleinere dieren zoals impala's, een njala en vogels zoals de ibis adida, de nijlgans en ijsvogeltjes (kingfishers). Het park is geweldig mooi en zo vroeg in de ochtend zie je de nevel nog tegen de bergwanden hangen. We rijden een heuvel op om op de top uit te stappen voor een mooi uitzicht, maar we moeten snel weer instappen want een stuk verderop loopt een witte neushoorn.

We kunnen onvoorstelbaar dichtbij komen en zien de kolos in fraai tegenlicht over de weg voor ons uit lopen. Plotsklaps begint het beest te plassen en spuit binnen enkele seconden een dikke straal urine naar achteren, volgens de ranger wel tot 8 liter. Om ook een auto achter ons gelegenheid te geven om te kijken passeren we de neushoorn en kunnen hem dan bijna aanraken, zo dichtbij zijn we dan. Dit is echt geweldig.

Even later treffen we een olifant, ook nu weer ongelofelijk dichtbij, er zitten alleen wat struikjes tussen de olifant en de auto. Het gekke is dat je het eigenlijk geen moment vreemd vindt, zo'n groot dier, zo dichtbij en dan helemaal vrij. Het voelt allemaal zo natuurlijk aan. We ontbijten in het park op een plek waar je veilig de auto kunt verlaten en genieten van de meegebrachte etenswaren. Lekker even de benen strekken, plassen en rondkijken. Het wordt ook al wat warmer en we hebben een heerlijke ochtend, zo in de natuur, al die dieren om je heen en veel goede uitleg over planten, bomen en dieren.

Gnoes, zebra's en wrattenzwijnen zijn graag in de buurt van impala's omdat die de wilde dieren verreweg het eerste in de gaten hebben. De ranger zegt: "Ze gebruiken de impala's als een pre warning system." De grote vijanden van buffels zijn de leeuwen. Om die reden zullen buffels, als ze de kans krijgen, jonge leeuwen doden. Niet voor voedsel, niet omdat ze bedreigd worden, maar gewoon een soort van preventief ruimen.

Over de waterbok heeft Charles het volgende verhaal: het vrouwtje heeft een grote witte cirkel op het achterwerk en volgens de verhalen zou dat komen omdat de vrouwtjes waterbok op de ark van Noach als eerste naar het toilet moest, de ark was nog zo nieuw dat de verf van de bril van het toilet nog niet droog was. Charles echter denkt dat de witte cirkel noodzakelijk is voor de voortplanting omdat de mannetjes erge slechte ogen schijnen te hebben.

Hyena's en wrattenzwijnen delen heel vaak hun hol omdat de één vooral overdag slaapt en de ander juist 's nachts. Bij een grote termieten heuvel vertelt Charles dat deze dieren in de heuvel hun eigen champignon kwekerij hebben. Elke keer weer verrassend hoe zaakjes in de natuur geregeld zijn. Tegen het einde van de ochtend zijn we nog fanatiek op zoek naar giraffen, want die hebben we al wel gezien, maar op grote afstand en volgens de ranger gaan we die beslist nog zien. Maar ja, het loopt nu tegen het einde van de tocht en nog steeds geen giraffen, je kunt merken dat hij baalt en hij doet zijn uiterste best om ons alsnog giraffen voor te schotelen, maar helaas, het lukt hem niet.

We zien nog wel heel mooi een groepje zebra's en impala's, levert weer mooie plaatjes op. Sommige zebra's hebben grote littekens die het gevolg zijn van aanvallen door leeuwen, maar ze hebben het in ieder geval gered. Dan toch, zonder giraffen, het park uit en op weg naar St. Lucia waar we Roos en Joshua zullen treffen. Het is nog een best stuk rijden en we zijn blij dat de ranger de zijflappen op de auto dicht heeft gedaan, want de rijwind is enorm.

Na aankomst in St Lucia zoeken we afzonderlijk een plekkie om te lunchen en daarna kijken we wat rond in het stadje. Wat daar vooral opvalt zijn de speeltjes voor jonge blanke mensen: quads, dirtcars en dergelijke voor op het strand. Het centrum van dit toeristische plaatsje bestaat uit één enkele korte straat en verder bijna niets. Tegen drieën, voor mij met m'n kapotte horloge is het pas halfdrie en ik loop nog rustig wat foto's te maken (kolibri's die uit mooie bloemen eten), gaan we naar de boot voor een rondvaart over het enorme binnenmeer van St Lucia. We kunnen precies met de hele groep op het bovendek zitten, weer een gelukkie dus.

Ik had verwacht dat de wetlands een moeras achtig gebied zou zijn, maar dat is in ieder geval in dit deel niet zo, het is wel een beetje mangrove achtig. We zien heel veel nijlpaarden, op de kant, in het water, jonkies, zelfs een kleintje van 2 dagen oud. Het is wel een hele toer om ze met opengesperde bek op de foto te krijgen. Nijlpaarden die op de oever liggen te slapen en te zonnen hebben een verrassend roze buik en zien er eigenlijk een beetje uit als aangespoelde potvissen.

Bijna zonder uitzondering zitten ze allemaal onder de littekens die ze bij de vele onderlinge vechtpartijen opgelopen hebben. Nijlpaarden zijn ook erg gevaarlijke dieren, door geen enkel ander dier vallen zoveel dodelijke slachtoffers onder de mensen als door hun. Ze zijn enorm zwaar, maar ook heel snel, op land kunnen ze wel snelheden tot 45 kilometer per uur halen. 's Nachts gaan ze ook aan land en lopen zelfs door de tuintjes van de dorpen.

Ook zien we krokodillen, visarenden, kingfishers, zwaluwen en de giant heron. De meeste krokodillen zien er echter uit als opgezette beesten die speciaal voor ons op de oever zijn neergelegd. Het is heerlijk zonnig en we hebben een grandioze middag, lekker rustig om je heen kijken, beetje luieren, genieten van de zon, van de dieren, goede leuke uitleg door de schipper, weer iets heel anders dan tot nu toe, de reis wisselt eigelijk tot nu toe van dag tot dag enorm af.

Wanneer we weer bij de steiger aanleggen zien we een groepje jongeren wat voor ons en andere toeristen een Zoeloe dans uitvoert. Met veel overgave wordt er gedanst waarbij vooral de benen heel hoog in de lucht gegooid worden, hoe hoger hoe beter. Opnieuw een voorbeeld hoe alles aangegrepen wordt om wat te verdienen.

Het is al donker wanneer we weer in de bus naar de lodge rijden. Aan weerszijden van de weg is bos en er wordt veel ingehaald, waarbij de auto's regelmatig uitwijken naar de noodstrip waarop altijd veel mensen lopen of ook wel fietsen. Ik vind het best gevaarlijk en ben ook blij wanneer we weer heelhuids terug zijn. Joshua is gelukkig een voorzichtige en vooral zekere chauffeur. De voorrangregels zijn hier heel eenvoudig: wie het eerst bij de kruising is heeft voorrang!

Langs de weg zie je veel borden die aandacht voor het Aids probleem vragen, een goede tekst vind ik: Aids, prevent is better than no cure. Wat gek is dat je weet dat Aids een enorm groot en veel voorkomend iets is terwijl je er toch weinig van merkt, behalve dan toch wel heel veel begrafenissen en begraafplaatsen. Bij de grotere plaatsen zie je ook opvallend veel reclame voor begrafenis ondernemers. Wat ik eigenlijk verwacht had is meer zichtbaar zieke mensen te zien, zoals in Nederland op de grote stations.

Terug bij de lodge, grote verrassing! Jo heeft een braai georganiseerd: lamsvlees, meterslange boerewors, een perfect vuurtje (hij gruwt als ik vertel dat ik thuis een elektrieke braai heb) en een perfecte sfeer rond het kampvuur. Grote klasse Jo! Tussendoor heb ik nog een heel gesprek met de zwarte barman en opnieuw staat Mandela centraal. Weer de positieve toekomstverwachting, zoveel dingen gaan al beter dan het was, ondanks dat veel dingen ook traag gaan, dit kan kennelijk het positieve gevoel niet ondermijnen.

Bij de braai staat nu ook een Zuid-Afrikaan, Jo kent hem maar ik heb geen idee wie het is, die een stoopstorie vertelt. Het is een lang verhaal met een flauwe clou. Ook heeft hij nog verhalen over zijn vrouw die op klompen loopt, hij is heel benieuwd hoe die uitgehold worden, en over een (dezelfde?) vrouw die 3 jaar anorexia had, zonder dat hij dat in de gaten had (dit is dus een echte stoopstorie!). Enorm laat, pas om 22.00 uur gaan we naar bed.

Zaterdag 17 juli: reis naar Hlane in Swaziland

's Morgens lekker uitslapen tot 07.30, want we vertrekken pas om 08.30. Net als thuis wordt het dan toch nog haasten en zijn we zelfs te laat. Bij het afrekenen blijkt dat de ontbijten niet zijn meegeteld en Roos regelt dat nog snel uit de fooienpot omdat anders dat arme zwarte meisje op haar donder zal krijgen. Op weg in de bus moeten we gelijk formuliertjes invullen voor de grensovergang naar Swaziland, we zullen daar vrij snel zijn.

Swaziland heeft maar 1 miljoen inwoners en is half zo groot als Nederland. Het is een stoffig land met voortdurend een smog lucht. Of dit nu van de industrie is, die ene fabriek, of van het verbranden van de rietsuikervelden weet Roos niet, maar mij lijkt dat de verbrandingen de oorzaak zijn. Om het oogsten te vergemakkelijken steken ze de velden in brand zodat alleen de stengels overblijven. Dit geeft veel rook, roet en stof. Achter de grote met stengels gevulde vrachtwagens hangen hele stofwolken.

Langs de weg veel lifters, los vee en mensen die stapeltjes hout aan voorbijgangers willen verkopen. Het hout wordt kennelijk per meter, of in ieder geval per lengte, verkocht want ze zetten twee stokken in de grond en daartussen worden de houtblokken op elkaar gelegd zodat je een mooi smal torentje hout hebt. Bij de koeien, die hier heilig zijn maar wel worden opgegeten, zie je vaak witte vogeltjes, de cattle egret. Als we stoppen voor de koffie is er naast het restaurant een soort supermarkt waar ik water ga kopen, wat hier best duur is. Zal wel van ver ingevoerd en getransporteerd moeten worden.

Ik volg het voorbeeld van Corine en vraag bij het wisselgeld een kompleet setje Swazi muntjes. Wat ook hier opvalt is dat je nauwelijks blanken ziet. De koning van Swaziland staat bekend om zijn vele bruiden, hij moet iets van honderd vrouwen hebben en hij is nu bezig om voor elke bruid een paleis te bouwen. Een aantal daarvan hebben we gezien, het is heel schrijnend om naast de armoede dergelijke overdadige luxe te zien. Op weg naar ons verblijf rijden we om naar Manzini om daar de markt te kunnen bezoeken. Roos waarschuwt ons om terughoudend te zijn met filmen en foto's nemen.

Het bezoek aan de markt is nodig omdat de vrouwen allemaal een lap moeten kopen voor het kerkbezoek wat we morgen gaan afleggen. Op het programma stond eigenlijk een gamewalk maar doordat de begeleiding erg ondeskundig is, heeft Roos ons gemakkelijk overtuigd dat we daar beter geen gebruik van kunnen maken. Bij een voorgaande gamewalk zijn de mensen achterna gezeten door een olifant, waarbij de ranger de snelste van de groep bleek en ook niet meer dan een stok bij zich had om eventueel wild te verjagen.

Als alternatief hebben we voor een Afrikaanse kerkdienst gekozen, maar ja, daar moet je je wel op kunnen kleden.

De markt is erg leuk, een wirwar van tentjes en kraampjes onder overdekkingen van ijzeren constructies die zo laag zijn dat Wilbert, Erik en ik voortdurend gebukt moeten lopen. Ook hier bijna geen blanke te zien. Er is een groente en fruit deel, een afdeling stoffen en lappen, een kleding deel en toch ook nog een deel voor toeristen waar we prachtige souvenirs kopen.

Roos had ons aangeraden om de aankopen te spreiden over de stalletjes, zodat zoveel mogelijk verkopers iets verdienen en dat doen we dan ook. Typerend voor Roos om bij dit soort dingen stil te staan, ze heeft erg oog voor de lokale bevolking. Er worden prachtige lappen aangeschaft, dus het succes van de kerkdienst zal niet van onze kleding afhangen, ik verheug me al op die metamorfoses.

Op de markt voer ik ook nog een gesprek met een jonge knul over het voetballen, hij vindt het wel gaaf dat de Grieken gewonnen hebben, hij heeft een duidelijke voorkeur voor de underdog. Grappig is dat ze zelfs in Swaziland onze Nederlandse stervoetballers kennen, hij kent van Nistelrooy, misschien wel omdat Ruud in Engeland speelt en de Engelse competitie gevolgd wordt? Door hem kan ik ook een foto maken van de groenteafdeling, is geen probleem! Vlakbij zijn ook een heel stel vrouwen tassen aan het vlechten van kunststof stroken, best leuk om te zien, de markt schijnt bekend te zijn vanwege deze kleurige tassen.

Als lunchplaats stoppen we bij een kaarsenfabriek in de buurt van Malkerns, het fabriekje is leuk en we kopen wat mooie handgemaakte en handbeschilderde kaarsen om thuis cadeau te kunnen doen, maar het restaurant is erg commercieel en niet erg best (vraag maar na bij Marina die voor soep gekozen heeft). Aangekomen in het park zoeken we de huizen op waar we zullen verblijven.

We slapen met het gezin in een vier slaapkamer woning met een centrale woonkamer waarvan de buitendeur en ramen alleen gaas hebben en geen glas. Kun je nagaan hoe warm het hier in de zomer zal zijn. Het huis staat in het Hlane wildpark en ongeveer 50 meter van het huis is de grens, afgescheiden door prikkeldraad waar volgens de bordjes veel stroom op staat. Joshua heeft het later uitgeprobeerd en de uitkomst was niet bemoedigend voor wat betreft de barrière werking voor de wilde dieren (wel gunstig voor Joshua), hij kon de draad gewoon vastpakken.

Bij navraag wordt gezegd dat er overdag weinig stroom opstaat en 's nachts veel, daar vertrouwen we dan maar op. We lopen natuurlijk gelijk naar het hek en zien twee neushoorns en wat later zelfs een olifant. Vlak bij het hek is een drinkplaats waar de dieren tegen de avond op afkomen. De olifant loopt erg dicht bij het hek en stilletjes sluipen we er op af. Het dier heeft ons in de gaten en reageert geïrriteerd en klappert met zijn oren. Wilbert springt met impala achtig sprongen als een TGV weg en, met niet veel minder snelheid, rent Jenny erachteraan.

Later horen we dat dit een echt verkeerde reactie is, je moet juist heel rustig blijven en langzaam achteruit lopend weggaan.

Bij ons huis smeult nog een kampvuur wat Wilbert vrij snel weer brandend heeft. Ook de tuinsets van het buurhuis erbij gesleept en we kunnen met z'n allen nog een tijdje lekker bij het vuur van de laatste blikjes Castle beer genieten voordat we naar het hoofdverblijf gaan voor de maaltijd. We eten aan een lange dis onder een overkapping en krijgen heerlijke gnoeworst en impala chops van de braai.

Achter de bar staat Henry, een enorm vriendelijk glimlachende jongen die morgen met ons mee zal gaan naar de kerkdienst, als hij daar tenminste toestemming voor krijgt. Het eten deze reis is echt super, elke keer weer ruime keus en heerlijke dingen.

Zondag 18 juli: kerkdienst in Manzini

Vandaag dus naar een kerkdienst, Henry mag toch niet mee helaas. Voor het ontbijt loop ik over het park om proberen de hoepoe te fotograferen, ik zie er genoeg maar niet dichtbij genoeg om op de foto te nemen, een kleine soort specht lukt wel. Het ontbijt is vanaf 08.00 uur en gelukkig grijpt Joshua in zodat we rond 08.30 uur ook daadwerkelijk wat krijgen.

Opnieuw een English breakfast met ook warme havermoutpap, ze kennen ook het Continental breakfast en dat is toast met jam e.d. Wanneer we na het ontbijt terug lopen naar ons huis verspert een struisvogel Jenny de weg, ze kan niet naar binnen omdat het beest voor de deur staat en blijft staan. Wij zijn al wel binnen, dus voor ons is het best lachen, Jenny heeft het hele avontuur gefilmd, dus kunnen we thuis haar zijde van het verhaal zien.

De kerkdienst is van een heftige soort, een beetje Amerikaans met veel gospels, hele lange, 4 liedjes in een uur. Vooraf een vrouw in trance die heen en weer liep en, met de geluidsinstallatie heel hard aan, volgens Marina, in tongen sprak. Het is in ieder geval oorverdovend, onverstaanbaar en heel indringend. Tegen het begin van de dienst stort de vrouw op de grond ineen en blijft daar een tijd liggen, inmiddels zijn er meer personen in trance geraakt. Allemaal erg Jomanda achtig en best heftig om mee te maken.

Bij aankomst worden we door een ontzettend vriendelijke soort ouderling onderschept en naar binnen geleid. Tijdens een tweetalige rap, Engels en Swazi?, wordt gevraagd wie hier vandaag voor het eerst is en tien handen in onze rij gaan synchroon omhoog. Al snel krijgen we vragenformulieren die we in moeten vullen met het verzoek om na afloop van de dienst nog even een gesprekje met een ouderling te hebben. Één van de vragen is of we tijdens deze dienst herboren zijn, bijna iedereen vult daar ja op in.

Bij de collecte, waarbij iedereen naar voren naar het podium moet, krijgen we de kans om tijdens de drukte te verdwijnen. Bij de collecte wordt nog geopperd, er is veel geld nodig voor de bouw van de nieuwe kerk, dat met het overslaan van een lunch of drie de komende week er toch heel wat geld ingezameld moet kunnen worden. Wij laten er in ieder geval geen lunch voor schieten en gaan naar een soort snobby juwelen winkeltje annex restaurant waar we een (te) groot deel van de middag doorbrengen.

Op enig moment gelukkig toch terug naar het park waar we tot het einde van de middag heerlijk bij de fench zijn gaan zitten dieren kijken en op een gegeven moment zelfs 1 olifant gelijktijdig met 4 neushoorns bij de drinkplaats zien. Unieke foto's!

's Avonds krijgen we een voorstelling die door het personeel van het park gegeven wordt: zang en zoeloe dansen. De dansen zijn erg leuk en worden met veel enthousiasme gedaan, veel inspirerender dan een paar dagen terug in de Zoeloe Kraal. Ook wij moeten weer zingen en gaan voor volksliedjes zoals de zilvervloot. Erik overtreft ons allemaal door te gaan breakdansen en een "head roll" te doen.

Maandag 19 juli: reis naar Pezulu

Vandaag naar Pezulu, onze laatste echte verblijfplaats (we slapen nog wel een nacht in Pretoria, maar dan zijn we eigenlijk al op weg naar huis), waar we vier nachten zullen blijven. Als ik van het ontbijt terug naar het huis loop om in te gaan pakken vind ik onder wat struiken een dood impala jong. Volgens de beheerder, die ik erbij geroepen heb, is het mogelijk gestorven als gevolg van het eten van plastiek of ander afval, dat hebben ze al wel vaker meegemaakt. Het heeft in ieder geval geen tekenen dat het door groot wild is gedood.

Het stuk Swaziland waar we nu door rijden oogt frisser dan de reis Swaziland in, frisser wat de smog betreft, het blijft een erg stoffig gezicht met al die rode aarde. De Swazi grensovergang naar Zuid-Afrika is er echt eentje zoals je die in een boek verwacht: een man aan een grensboom van aan elkaar gelaste pijpen met een enorm groot lager en een handvat waarmee de beambte de boom kan openen en sluiten.

Ik probeer er een foto van te maken maar op mijn vraag of dat toegestaan is, wordt ik doorverwezen naar een hoger geplaatste, door hem weer naar een nog hoger geplaatste en dat daarna nog eens tot ik bij een nors uitziende man kom, rijkelijk voorzien van gouden strepen en insignes, die slecht één zinnetje uitspreekt: "No that is not allowed."

In Zuid-Afrika, we hebben inmiddels al twee bladzijden vol met stempels in ons paspoort (Zuid-Afrika in vanuit Europa, toen naar Lesotho, weer Zuid-Afrika, Swaziland, nu weer Zuid-Afrika), worden we bij de grens gesommeerd om onze tassen te openen. Roos voorziet erg veel tijdverlies en probeert nog via Jo te regelen dat we toch gewoon door mogen. Dit lukt niet, dus toch maar alle tassen openen en met de eigenaar erbij de inhoud laten inspecteren.

Door sommigen van ons wordt dit als erg vervelend ervaren, iemand die in je spullen zit te wroeten, (Trudi: "Daar moeten ze gewoon vanaf blijven!"), voor anderen is het eigenlijk alleen maar grappig in de zin van: "Dan hebben we dit ook maar eens meegemaakt". De tas van Jo blijkt een probleem. Jo heeft bij de Lesotho's een zakje kruiden gekocht en dat ligt fier boven op zijn spullen. De twee vrouwelijke zwarte beambten hebben beet en Jo moet mee.

Roos trommelt snel Joshua op en gaat vervolgens met de Kruidvat leesbrilletjes in de aanval. Deze tactiek lukt: voor een kleurig kokertje met een leesbril, die de jonge dames nog lang niet nodig hebben, maar misschien wel in de toekoFmst, mag Jo met ons mee, na toch eerst nog een boete betaald te hebben. We hebben Jo er maar niet mee geplaagd, hij was te erg geschrokken bij de gedachte dat dit misschien zijn baan had kunnen kosten.

Na dit avontuur rijden we snel door naar de River House Guest Lodge in Malelane, een geweldig leuk restaurant aan de Crocodile River die de zuidgrens vormt van het Kruger Park. Als je geluk hebt kun je vanuit de tuin, of het terras boven de rivier, wel eens luipaarden zien. Dat geluk hebben wij niet, maar we zien wel krokodillen en nijlpaarden in de rivier.

De rivier is tijdens de overstromingen van 1999 in Mozambique, waar we vlak langs gereden zijn, zo hoog geweest dat het restaurant, wat nu zeker een meter of zeven à acht boven de waterspiegel ligt, onder water heeft gestaan. Het restaurant lijkt wel een museum vol met allerhande frutsels en verzamelingen, heel leuk en sfeervol. Het eten is perfect en wordt stijlvol opgediend door vrolijke bedienden, die volgens mij echt vrolijk zijn, dus ook echt plezier in hun werk hebben.

Een van de jongens heeft de naam Computer op zijn badge staan, zijn eigen naam blijkt zo moeilijk uit te spreken te zijn, ook voor zijn collega's, dat hij voor dit alias gekozen heeft. Tijdens het eten, en ook bij vertrek wordt er voor ons gezongen. Het laatste deel van de rit gaat langs de grens met het Kruger Park en is heel vermoeiend, het is heet in de bus, allemaal bochten, omhoog, omlaag en dan ook nog allemaal zenuwslopende inhaal manoeuvres.

Onderweg kopen we een krant waarin op de voorpagina een artikel staat over de berjaardag van Nelson Mandela, hij is gisteren 86 jaar geworden. Ze schrijven heel vertederd over hem en noemen hem Madiba, hoe baie gelukkig hij is, dat zijn gezondheid gelukkig goed is en dat hij zijn werklast gaat verminderen. Het allerlaatste stuk is een rit van ongeveer twintig minuten over hobbelige zandpaden. We nemen onderweg nog drie liftende meisjes mee die naar hun werk moeten in een naastgelegen lodge, ik vraag mij af of zij aan het einde van de avond dat hele stuk nog meer terug moeten lopen, zou me niet verbazen.

Tegen vijven komen we aan, passeren het hek en de bewaker en gaan naar het bushdorp, kleine tentvormige bamboe hutjes op palen en gedeeltelijk in bomen. De hutjes zijn heel knus en hebben een buiten stort. Als ik naar het toilet moet zie ik onder de bril een strontje liggen, gadverdamme dat is vies en smerig! Met een wcpapiertje veeg ik de rand schoon en zie tot mijn verbazing dat het een kikkertje is in plaats van poep. Later zien we ook op onze vensterbak een klein kikkertje die heerlijk ligt te slapen en met zijn oogjes ligt te knijpen in het licht.

's Avonds, verrassing, een braai! En dat terwijl Roos ons al had gewaarschuwd voor een braai, ze heeft eerder slechte ervaringen gehad met half rauw vlees. Volgens haar ziet het er hier beter uit en zal het wel vertrouwd zijn. Morgen ochtend kijken we hier echter toch anders tegenaan! We zitten heel gezellig met de groep en een Frans echtpaar met 2 kinderen in een halve kring in de kraal te eten en na afloop nemen we plaats rond het kampvuur.

Bij het kampvuur opnieuw zingen: Jo en Johan zingen, stram in de houding, hand op het hart, het volkslied "die stem van Suid-Afrika". Wij leren de Fransen het Nederlandse lied "Vader Jacob" en zingen dat vervolgens met hen in canon en leren later van hen een Frans liedje en dat gaat zoiets van:

il étais un petit homme
pirouette caccanette
qui avait un drôle de maison
sa maison est de cartonne
avec un escalier du papier

Wat grappig is te merken dat Nicole zeer terughoudend is ten aanzien van de Franse taal. Ze spreekt het volgens mij goed maar ziet het volgens mij toch als verraad tegen haar Vlaamse afkomst om het te gebruiken. Ze leert ons zelfs het Vlaamse volkslied "De leeuw van Vlaanderen".

Dinsdag 20 juli: game drive in het Krugerpark

Wilbert is in de nacht hartstikke ziek geworden, diarree en overgeven, de hele nacht door. Ik doe geen oog dicht, je ligt maar te luisteren en het is daarbij ook erg koud. De volgende dag eerst nog wat extra dekens vragen. Omdat ik mijzelf ook niet fit voel (moe, koud en een rommelige buik), besluit ik om deze dag bij Wilbert te blijven en niet mee te gaan op de game drive in het Kruger Park.

Bij het ontbijt blijkt dat ook Roos hartstikke ziek is, we twijfelen op dat moment aan het eten van de dag ervoor. In de bar hebben we namelijk vooraf gnoe worstjes gegeten en Roos, Wilbert en ook ik hebben er daar veel van op. Aan het einde van de dag blijkt echter ook Dianne ziek te zijn en dan moet de oorzaak waarschijnlijk toch wel een virus zijn.

Dianne en Jenny (Jenny houdt voor deze dag het dagboek bij) gaan met de groep mee voor de game drive. Het is een uur rijden met de bus naar het Kruger Park, eerst weer vanaf Pezulu Lodge over het hobbelige zandpad, waar je vooral in de bus ontzettend door elkaar wordt geschud, en daarna verder over het asfalt naar Orpen Gate.

In het park aangekomen wordt de groep voorgesteld aan de ranger die ons deze dag in een jeep mee op pad zal nemen. Zijn naam is Raymond. Al heel snel zien we een groep wilde honden die op jacht zijn en gewoon over de weg lopen. Wilde honden zijn vrij zeldzaam en we hebben kennelijk erg geluk dat we deze beesten zien. Bij terugkomst in het Pezulu park blijkt dit ook wel uit de reacties van het personeel. Ze zijn helemaal verstomd van verbazing als ze horen dat we later op de dag ook nog twee cheeta's gezien hebben, ook die zie je vrijwel nooit, echt een "lucky day" dus.

Een heel korte ontmoeting met leeuwen! We zien een paartje verdwijnen tussen de struiken, ikzelf (Jenny) zie alleen het achterwerk van één van de leeuwen, maar ze kunnen nu afgevinkt worden op de spotlist. De hele dag door zien we heel veel giraffen, zebra's, impala's, koedoe's, waterbokken, buffels en nog veel meer antiloop achtigen. Bij de lunchstop stikt het Suid-Afrika 2004, reisverslag pagina 44 van de hornbills en blauwe spreeuwen die erg aan de mensen gewend zijn en het op ons brood voorzien hebben.

Tegen het einde van middag blijkt dat ook Dianne ziek is en we besluiten om de gamedrive een half uur eerder af te breken dan voorzien was, gelukkig vindt niemand het erg. Voor Dianne is het wel heel vervelend om ziek in een schommelende bus nog terug naar de lodge te moeten rijden. Iedereen is heel lief voor haar en Jo is het meest onverstoorbaar, ondanks een overgevende Dianne eet en snoept hij gewoon rustig door.

Terug in het bushdorp blijkt dat Wilbert de hele dag heeft geslapen en nog steeds slaapt, Roos en Nico zijn wel op de been, maar nog niet helemaal fit. Op verzoek van Roos eten we vanwege de zieken buiten onder het grote afdak. Het eten is wederom uitstekend, een lekkere stoofpot, rijst, maïspap, rund- en lamsvlees, maar de temperatuur wordt al heel snel erg koud. Een aantal gaat daarom met het bordje op schoot bij het vuur zitten om het toch nog een beetje warmte te hebben.

De accommodatie is niet echt voor de winter geschikt, het is 's nachts erg koud, hoewel het overdag heerlijk warm is, vandaag wel 28 graden. Onder de stort gaan moet dus ook overdag gebeuren, dan is het lekker warm. In ons hutje hebben we na één dag al de schuifdeur van de stort rijp gemaakt voor de (onze Nederlandse) stort. De haakjes zaten los en de hele deur klettert omver, dus toen maar een beetje provisorisch gerepareerd en hopen dat hij blijft zitten. Na het eten gaat vrijwel iedereen gelijk slapen en zo liggen de meeste al om 20.30 in
bed.

Woensdag 21 juli: Mariepskop

Vandaag stond de panorama route op het programma, Gods Window, Bourkeys Potholes, the three Rondavels en Pilgrimsrest. In overleg kiezen we voor een alternatief van West, de eigenaar van Pezulu Game Lodge. We gaan nu met een 4 wheeldrive naar een berg, die normaal niet voor toeristen toegankelijk is, die hetzelfde uitzicht biedt als Gods Window, maar dan nog enkele honderden meters hoger. We noemen deze top, Mariepskop mountain, 1944 meter hoog, daarom zelf maar Gods zolder Window.

Bij helder weer moet je Mozambique kunnen zien, maar helaas treffen wij geen helder weer, het is tamelijk heiig, toch is het uitzicht over de canyon en de Three Rondavels geweldig. Niet iedereen gaat mee, Jenny, Dianne en Trudi blijven in het park. Dianne is nog steeds niet in orde en ook Jenny is niet fit. We reizen in de open jeep en dat is een sensatie over het hobbelige stuk net buiten het Pezulu Park. Een pretpark is er niets bij en ik ben blij dat ik m'n zonnebril bij me heb, want de wind en het stof zijn erg heftig.

Op de heenweg zien we op enig moment aan weerszijden van het zandpad achter het hek een giraffe staan die erg lelijk tegen elkander doen. Volgens de ranger hebben die twee al tijden ruzie over een vrouwtje die allang niet meer in de omgeving is. Typisch dom mannelijk gedrag, volgens sommigen.

Bij de berg aangekomen moeten we ons melden bij een militaire instantie en daar een bewijs voor toegang kopen, ook gaat er vanaf dat punt een begeleider met ons mee, dat is omdat op de top allerlei militaire spullen staan, zoals ontvangers en zenders en dat soort dingen. Wat later geeft Nicole, zoals we dat de hele reis al doen, een pakje kauwgom door aan de militaire begeleider met de bedoeling dat hij er ééntje uitpakt en daarna verder door geeft. Tot haar verrassing neemt hij zwijgend een stukje en steekt de rest van het pakje in zijn borstzak. Weg kauwgom!

De weg omhoog is erg stijl en we moeten diverse malen stoppen om de motor af te laten koelen. Ik krijg wel de indruk dat de ranger beter thuis is in wild terrein dan op zo'n berg, hij rijdt enorm voorzichtig, erg langzaam en volgens mij ook niet erg best. Op de top aangekomen kunnen we genieten van het uitzicht, door de heiige lucht is het niet zo mooi om foto's te nemen, maar het uitzicht zelf is asemrovend.

Er liggen een paar gedenkplaten voor mensen die naar beneden gevallen zijn, wij denken in eerste instantie aan zelfdodingen, maar het blijkt te gaan om mensen die met een parachute van de berg springen en dat is kennelijk niet zonder risico. Op de weg terug stoppen we halverwege om te lunchen, Wilbert is blijkbaar weer helemaal hersteld want hij is uitgehongerd. Op de lunchplek zien we nog een zwarte kuifadelaar, fotograferen lukt helaas niet.

Wat we later wel kunnen fotograferen is een prachtige koraalboom die helemaal vol mooie bloemen zit, vroeger werden deze bomen ook wel kafferbomen genoemd, maar het woord kaffer wordt nu gelukkig niet meer gebruikt. Het laatste stuk terug over asfalt rijden we rond de 100 kilometer per uur, dan zie je dus bijna echt helemaal niets meer, hoe doen motorrijders dit zonder klep op hun helm?

Veel later terug dan gedacht, Corine maakt zich al zorgen omdat ze beloofd heeft met Trudi te gaan wandelen, komen we totaal uitgewaaid weer op het park aan. Daar liggen de thuisblijvers lekker bij het zwembadje op luie ligstoelen te genieten, die hebben ons duidelijk nog helemaal niet gemist. De wandeling van Corine en Trudi door het park gaat alsnog door en Johan en ik sluiten ons aan. We volgen een uitgezette route die we nog net voor het donker kunnen voltooien.

Het is een heel leuke wandeling en we zien nog best veel dieren: giraffes, impala's, gnoes, zebra's, wrattenzwijnen, patrijzen, hornbills en nog heel veel niet te identificeren vogels (kroets of pollefinario's?). Tegen het einde van de wandeling zien we iets roods in het gras, we sluipen er naar toe maar kunnen niet zien welk dier het is, Johan begint zelfs te twijfelen of het wel een dier is, dan zie ik door mijn telelens iets wat op een arm lijkt, een mens dus.

Als we dichterbij komen zien we Nicole op haar rug in het gras liggen terwijl ze een foto aan het maken is. Het blijkt dat ze de stilte aan het fotograferen is! Ben nu al erg benieuwd naar het resultaat, hopelijk krijgen we dat nog eens te zien.

Donderdag 22 juli: game walk en boottocht Blyderiver

Om 06.00 uur komt Jo het kamp rond voor een wake-up call, om halfzeven vertrekken we namelijk voor de game walk. Dianne en Jenny zijn gelukkig ook weer hersteld en we zijn daarmee voltallig. Het mooie van zo'n kleine groep is dat we net in één terrein jeep passen (drie rijtjes van drie). Voor Erik is het iets meer dan een game walk, hij gaat een vlucht maken met het ultra light vliegtuigje van West. We gaan daarom eerst naar de landing/start baan.

Op weg daar naartoe, de baan ligt in het wild park, moeten we bijna een kwartier wachten voordat we voorbij een stelletje neushoorns kunnen, waarvan het mannetje zich tamelijk agressief toont. De ranger durft er niet langs en pas wanneer de beesten ver genoeg in het struikgewas zijn verdwenen, vervolgen we onze weg. Bij de startbaan aangekomen, is West net geland en kan Erik plaatsnemen. Het is een geinig gezicht, Erik met zijn filmcamera in de hand achter West op een soort skelter met een delta wing.

De volledige vlucht wordt vastgelegd door Erik. Jenny filmt de start, waarbij West eerst nog een stuk terug taxiet omdat bij het einde van de baan enkele giraffen lopen die hij niet aan het schrikken wil maken. Tijdens het wachten nemen wij een soort door de ranger meegenomen beschuit, die we dopen in onze thee of koffie. De vlucht is voorbij voordat we het beseffen, maar volgens de stand van de filmcamera van Erik blijkt de vlucht toch de beloofde 15 minuten geduurd te hebben. Erik is erg enthousiast, hij heeft een kudde giraffen, een kudde buffels en twee neushoorns met een jonkie gezien.

Voordat we op pad gaan wijst de ranger ons nadrukkelijk op de gevaren en op het feit dat hij niet zal aarzelen om het meegenomen geweer te gebruiken, maar ook dat hij een enorm probleem heeft wanneer het zover komt. Ons wordt op het hart gedrukt al zijn aanwijzingen op te volgen en vooral: om achter hem te blijven lopen, nooit voor het geweer. Buffels in een kudde vormen geen groot gevaar, maar een buffel alleen is zeer gevaarlijk, in geval van nood moeten we in een boom klimmen!? We hebben de bomen eens bekeken en komen tot de conclusie dat de enige kans op een goede afloop is: het vermijden van een ontmoeting met een eenzame buffel.

Door deze uitleg zijn de verwachtingen hoog, maar de game walk zelf bestaat voornamelijk uit het zoeken van sporen, de uitleg erover, veel informatie over planten en bomen, en helaas weinig dieren. Wel sporen van het luipaard, de leeuw (terwijl die eigenlijk niet in dat park voorkomt, maar ze schijnen zich niet zoveel aan te trekken van hekken en afrasteringen) en de black mambo, een zeer gevaarlijke wel drie meter lange slang.

Erik en Jo eten nog van impala poep of proeven er althans van. De ranger had wel het voorbeeld gegeven, maar spuugt zelf de harde keuteltjes later toch weer uit. Erik vindt ze tamelijk smakeloos en Marina vindt het proeven smakeloos, dus deze dag geen kusjes meer voor Erik. Giraffe keutels worden gebruikt door de natives als kralen om een ketting van te maken. Voor zo'n groot beest, zijn het heel kleine keutels (doorsnee ter grootte van een dubbeltje, kwartje) die keihard worden. Dit zijn dus geen stoop- maar poopstories.

Nadat we teruggekeerd zijn in het park bij de main lodge kunnen we ontbijten. Het is dan al vrij heet, terwijl de nachten behoorlijk koud zijn. De afgelopen nacht was het volgens de thermometer van Corine bij hun in de hut niet warmer dan 6 graden Celsius en voorgaande nachten moet het zelfs nog veel kouder zijn geweest. 's Morgens vroeg kun je je eigen adem zien. Volgens Chermaine, de bedrijfsleider, kan het in de maand mei 's nachts ook erg koud zijn.

Bij de main lodge loopt een hond met nog maar één oog, hij is ooit aangevallen geweest door een wrattenzwijn die hem daarbij met z'n slagtand door de keel naar boven in het oog heeft geraakt. Ziet er best akelig uit, ik moet nog denken aan een kat die ik als kind had, Nymus, die had door een ongeval ook nog maar één oog.

's Middags opnieuw in de open jeep om met de groep naar de Blyde River Canyon te gaan voor een boottocht. Na dus gisteren alles vanaf boven bekeken te hebben gaan we nu vanaf het water kijken. De Blyde River Canyon is de derde grootste canyon van de wereld na de Grand Canyon in Amerika en de Fish River Canyon in Namibië. Voordat we op de boot stappen zien we een bord wat waarschuwt voor enge beestjes, waarvan ik de naam niet meer weet, maar die heel klein zijn en die in staat zijn om tegen een urine straal in te zwemmen en zo bij je naar binnen gaan.

Dus eerst nog maar even in de bosjes plassen voordat we aan boord gaan, iedereen doet dat waarbij de vrouwenploeg bijna het stille telefoneren van Johan verstoort. Naast drie man begeleiding: de stuurman, de gids en nog iemand met een onduidelijke functie, zijn wij alleen met onze groep aan boord. Dit is bijna de hele reis al zo, geeft het allemaal wel iets extra's dat onderons gevoel. Het is een heerlijke relaxte middag waarbij we veel zien: prachtige natuur, mooie uitzichten, fabelachtige kleuren, veel dieren en dat alles in een heerlijke rust.

Het zicht op de Three Rondavels met hun Chief (ook wel the Chief and his three wives genoemd) is geweldig mooi, veel mooier nog dan gisteren van bovenaf. The Chief heet ook wel: Mapjaneng, naar de beroemde Mapulana chief Maripe Mashile. Opnieuw zien we een krokodil met ook nog een waterleguaan er vlak bij. De leguaan staat hopelijk goed op de video en dia's, een prachtig beest om te zien. Ook de nijlpaarden ontbreken niet, maar daar kunnen we lang niet zo dichtbij komen als in St. Lucia, het water is hier over een grote afstand erg ondiep.

Waar we wel dicht bij kunnen komen zijn een aantal nesten van visarenden, opnieuw unieke plaatjes. Terwijl we rondvaren laat Graham, onze begeleidende ranger en chauffeur, aan Wilbert zijn GSM met GPS zien, hij kan tot op een paar meter nauwkeurig bepalen waar we zijn, hoe ver het is naar de lodge, de snelheid waarmee we ons verplaatsen, en nog veel meer. Dat ranger zijn stelt met die apparatuur ook niet veel meer voor, nee maar dan onze Jo, alleen navigeren op de sterrenhemel, da's pas een kerel!

De terugtocht is helemaal het einde, het loopt al tegen de avond en het koelt snel af. We transformeren tot een stel vreemd aangeklede pinguïns: mutsen en brillen op, capuchon eroverheen, dekens om en strak tegen elkander aan. Gelukkig zijn hier maar weinig foto's van gemaakt. Graham rijdt niet harder dan 80 en ook dan nog is het erg koud, we moeten dan ook veel denken aan al die zwarte lifters achter in de pick-up trucks die je 's morgens vroeg en 's avonds laat op de snelwegen met snelheden ruim boven de 100 ziet.

Vrijdag 23 juli: reis naar Pretoria

Een beetje een rare dag, we gaan vandaag naar Pretoria en zullen daar het Voortrekkers monument nog bezoeken, maar eigenlijk zijn we al een beetje op weg naar huis. Morgen naar Soweto en daarna door naar het vliegveld en terug naar Nederland. Je merkt in de bus dat we moe zijn geworden van deze drie intensieve weken, waarbij elke dag de vorige dag leek te overtreffen qua ervaring en indrukken. We ondergaan deze bustocht die voor het eerste deel richting Ohrigstad gaat tussen de mandarijnen boomgaarden door.

De hele dag door zien we veel gecultiveerde gebieden, zo anders dan bijvoorbeeld Swaziland of Lesotho. Op ontzettend veel plaatsen staan grote sproei installaties om ervoor te zorgen dat het land voldoende water krijgt. Na een tijdje maken we een fotostop bij een Baobab boom. Het blijkt dat bijna alle toeristen, die hier voorbijkomen, stoppen voor een foto, want de eigenaar van een groentenstalletje vlak bij de boom parkeert zijn auto precies op het mooiste plekje. Roos wist dit al en had de fooi al in de hand om de man te bewegen zijn auto ergens anders neer te zetten.

De boom is gigantisch, maar kennelijk nog maar een kleintje vergeleken met de boom in het Kruger Park, die was nog maar liefst vier keer zo dik, ik kan me daar helemaal geen voorstelling van maken. We maken onze foto's: de groep onder de boom en ook Roos alleen bij de boom als een soort slotfoto van het fotoalbum (de groep op weg naar huis en Roos die alleen achter blijft onder de Baobab). Wanneer we wegrijden zien we dat de groenteman snel zijn auto weer op het plekje onder de boom zet in afwachting van de volgende groep toeristen.

De route die we rijden loopt voor een groot deel langs de Panorama route en gaat door de provincie Mpumalanga (het voormalige Transvaal). Onderweg komen we door het plaatsje Lydenburg, wat zijn naam gekregen heeft omdat hier erg veel mensen in de voortrekkerstijd gestorven zijn aan gele koorts. We rijden door de Kerkstraat en die naam heeft het niet voor niets omdat er meerdere, in het hele stadje zelfs tientallen, kerken zijn.

We lunchen in Dulstroom, een overwegend blank plaatsje waar opvallend veel dure auto's staan, waar ook een regionale krant gekocht wordt. In Kaapstad schijnt het erg slecht weer te zijn, de krant zegt: "Het regent katten en honden" Gelukkig hebben wij deze reis alleen maar goed weer.

De krant bericht ook over een moord op een meisje op de voorpagina en doet dat in bewoordingen en met koppen en foto's waar de Telegraaf jaloers op kan zijn: " Naakte lyk het twee dae lank hier gelê" "Leigh se graf in gras" "Twee skote in bors, een in kop dood ontvoerde" Dit alles met luchtfoto's van het gebied, waar met rode kleur het bloedspoor en de plaats van het lichaam aangeduid is. Niet erg fris allemaal!

We vervolgen onze weg en zien op enig moment vlak voor een dorpje een snelheidscontrole. Tegenliggers knipperen bijna zonder uitzondering met hun lichten om te waarschuwen. Grappig is dat de agent met een fototoestel op een statief langs de weg staat. We hebben ook al een keer eerder gezien dat de agenten in een droge sloot langs de weg verscholen lagen. Roos zegt dat ze altijd vlak voor de bewoonde wereld staan en nooit ergens in the middle of nowhere, want het moet wel leuk blijven voor de agenten zelf.

Onderweg vraagt Nicole zich af of Vlaanderen ook een rol heeft gespeeld in de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, ze vermoedt van niet omdat zij zich er niets over kan herinneren uit de geschiedenis lessen maar is daar ook niet zeker van. Het lijkt mijzelf van niet omdat de VOC echt iets is uit de tijd van de Zeven Provinciën en daar zat Vlaanderen volgens mij niet bij. Weer iets om thuis op internet nog eens na te gaan.

Na de lunch rijden we verder en zien plaatsnaambordjes als Belfast en Middelburg, geinig die voortdurende verwijzingen naar het Nederlandse en ook Engelse verleden. De twee plaatsen liggen hier trouwens dichter bij elkaar dan bij ons in Europa! We komen nu meer in het Hoogveld en het aanzicht van het landschap verandert, veel meer industrie en vooral ook veel mijnbouw. De steenkool ligt hier vlak onder de oppervlakte en is vrij gemakkelijk te winnen. Het ziet er allemaal niet mooier en schoner uit, echt een streek om vol gas doorheen te rijden en dat doen wij dan ook.

Doordat het einde van de reis in zicht is en de omgeving qua uitzicht niet echt boeit raken de meeste van ons wat verveeld. We wisselen onze muziekvoorkeuren uit, maken foto's van Nicole die met haar gekwetste been recht op in de lucht op de achterste bank ligt (volgens ons komt dat echter niet alleen door de kwetsuur en lag ze op de heenreis ook al zo in het vliegtuig), filmen Roos terwijl die rechtopzittend naast Joshua in slaap is gevallen. Wat nog even de aandacht trekt is een bermbrand die waarschijnlijk uit de hand is gelopen.

De hele reis door hebben we op veel plaatsen gezien dat het land schoon wordt gebrand, maar hier is het zo erg dat het zicht op de weg bijna geheel verdwenen is, dat kan nooit de bedoeling zijn geweest. Tegen het einde van de middag komen we aan bij het Voortrekkers monument en Joshua vraagt aan het meisje dat ons de toegangskaartjes moet geven of hij afslag kan krij (korting dus) omdat we zo laat zijn. Volgens mij lukt het hem en we krijgen een minuscuul klein stickertje wat aangeeft dat we betaald hebben, sommigen van ons plakken het op het voorhoofd.

Het Voortrekkers monument is niet onomstreden en de regering heeft ook overwogen om het af te breken maar heeft dat uiteindelijk toch niet gedaan. Ik vraag aan Johan wat dit monument voor hem, als blanke Afrikaner, betekent en hij antwoordt: "Heel veel!" Kinderen gaan op school met schoolreisje hier naartoe en het maakt een belangrijk deel uit van de blanke geschiedenis.

Als we binnen zijn zien we op een grote kaart dat onze vakantie route voor een groot deel overeenkomt met één van de routes van de grote trek. Dat hebben die mensen dus destijds met ossenwagens gedaan, over de bergen, door de woestijnen, de hoogvlakten, de rivieren, malaria, wilde beesten, vijandige volken, achterna gezeten door de Engelsen, dan heb je dus wel echt een geschiedenis! Wat ik zelf lastig vind is dat ik hier de blanken eigenlijk automatisch associeer met apartheid, maar ook dat is natuurlijk niet uitsluitend zwart wit (geen grappig bedoelde woordspeling).

Op het parkeerterrein staat een schoolbus en omdat in het Afrikaans de medeklinkers vaak weggelaten worden krijg je bij een "hoger school" het vreemde opschrift "hoërskool Zeerust". Gelukkig kun je aan de inzittenden snel zien dat er echt sprake moet zijn van een hoger school. Na een tijdje rondgekeken te hebben, ik heb nogmaals tevergeefs geprobeerd een hornbill te fotograferen, stappen we weer in de bus en gaan op weg naar Pretoria.

Roos vertelt ons over de stad en het hotel, ze probeert overduidelijk ons voor te bereiden op een lawaaiige niet erg luxe omgeving die niet vrij is van enig risico: bij aankomst goed controleren of het slot op de deur functioneert en dat soort tips! Het is al bijna donker als we de drukke chaotische stad inrijden, veel verkeer, veel mensen, een grote drukte.

Als we voor het hotel stoppen, stapt Roos uit en gaat naar de ingang, enkelen van ons stappen ook al uit en wachten totdat ze de bagage uit de aanhanger kunnen halen. Dan komt Roos terug en schreeuwt: "Terug in de bus!" Wat er precies aan de hand is weten we niet, maar het klinkt serieus en iedereen zit in een mum van tijd weer op z'n plek. Wat blijkt? Het hotel is dicht en er hangt een grote zware ketting aan de deur, alle lichten uit en niemand te zien. Toch nog een avontuur op het einde van de reis!

Roos gaat bellen met de agent van Baobab en probeert een onderkomen voor de nacht voor ons te regelen. Na enige moeite krijgt ze iemand aan de lijn en die regelt vanuit Namibië of Tanzania (weet ik niet meer precies) een hotel in Randburg, een voorstad van Johannesburg. Wij weer op pad. Randburg is voor ons niet ongunstig, omdat we morgen eerst nog naar Soweto gaan en dat scheelt dan een stuk rijden.

Wat echt opvalt is de rust die de aanwezigheid van Joshua aan Roos, maar ook aan ons allemaal geeft. Zijn jaaaaaaaaaaaaa op vragen van Roos hebben iets kalmerends. Of hij weet waar het hotel is? Niet precies, maar hij gaat het zeker vinden, geen probleem. Zo gaat het ook en we hebben opnieuw geluk! Een prachtig hotel, the Randburg Inn, in een rustige nette omgeving (veel grote mooie huizen, dure auto's), met mooie ruime kamers, schone grote badkamers, dat wordt een heerlijke nacht slapen zonder zorg of hinder.

Omdat het al behoorlijk laat is, snel koffers op de kamer brengen, een taxi bestellen (Joshua is naar zijn vrouw en kinderen, dat hele gedoe met het gesloten hotel heeft veel van de tijd afgesnoept die hij met vrouw en kinderen had willen doorbrengen) en op pad naar het Waterfront van Randburg om ergens een eettentje te zoeken. Een havengebied hebben ze hier niet maar wel een redelijk meertje en daaraan ligt hier hun Waterfront.

We vinden een gezellige lawaaiige Italiaan en als we geduldig 5 minuten wachten zal er een tafel voor ons vrijgemaakt worden. De 5 minuten moeten uiteraard ruim geïnterpreteerd worden, maar na een half uur zitten we met z'n allen aan één lange tafel. Tijdens het eten blijkt dat Roos voor ons allemaal een cadeautje heeft en met een kleine speech krijgen we die overhandigt.

Wij grijpen ook onze kans en geven, ook met een kleine speech, aan Roos een enveloppe en aan de Johannen onze speciale kaart. Bij het dankwoord van Jo vloeien zowaar de eerste tranen, dat belooft wat voor morgen wanneer we echt afscheid van Johan, Jo, Joshua en Roos moeten nemen!

Bij de terugkomst in het hotel blijkt nog tot onze verrassing dat taxi's in Randburg een heel ander tarief systeem kennen dan in Kaapstad en we moeten maar liefst R450 afrekenen, een dikke €50 dus! Maar ja, nooit instappen voordat je het tarief kent is eigenlijk een basis voorwaarde.

Zaterdag 24 juli: Soweto en vliegveld Johannesburg

Na heerlijk te hebben geslapen en een luxe ontbijt, wat we niet af hoeven te rekenen (nog bedankt Baobab!), laden we voor de laatste maal onze tassen en koffers in de aanhanger. Joshua heeft een geweldige avond gehad bij zijn kinderen, hij was als de kerstman ontvangen vertelt hij met een brede smile. Plotsklaps wordt duidelijk dat Jo ons hier al zal verlaten en bij het afscheid nemen wordt helder, wat we eigenlijk allang wisten en voelden: dat we elkaar enorm zullen gaan missen.

Drie weken zo intensief samen leven, samen dingen beleven, doormaken en ervaren, schept een band die heel diep gaat. We zullen Jo nog heel lang in ons hart met ons meedragen. In de bus op weg naar Soweto (South Western Township) vraagt Roos aan Joshua om wat te vertellen over zijn jeugd in Soweto. De vader van Joshua had twee vrouwen en woonde in Soweto. Om buiten het toegewezen gebied, waar je woonde, te reizen of om van zwart gebied naar zwart gebied te reizen had je een permit nodig.

De vader van Joshua kreeg alleen een permit voor zijn eerste vrouw en de kinderen van die eerste vrouw. Joshua's moeder was de tweede vrouw en daardoor had Joshua geen permit. Als je bij een controle zonder permit werd gesnapt, werd je onmiddellijk gearresteerd. Controles vonden ook om de haverklap plaats, je mocht bijvoorbeeld ook met niet meer dan twee man bij elkaar staan, meer dan twee was ook al een reden voor controle.

Joshua is in totaal wel een keer of vijftien gearresteerd en heeft wel keren tot 70 uur in een cel vastgezeten. Ook dit heeft dus allemaal nog maar relatief kort geleden plaatsgevonden. In de bus grijpen we ook de kans om Joshua een enveloppe te geven als dank voor het feit dat hij ons zo veilig 5000 kilometer lang door Zuid-Afrika heeft gereden. In het dankwoordje benoemen we ook nog het respect dat hij als mens bij ons heeft opgeroepen. Een geweldig persoon!

Bij Soweto aangekomen worden we voorgesteld aan de lokale gids, Jo, dus we krijgen onmiddellijk een nieuwe Jo, maar deze ziet er toch wel heel anders uit. Een vriendelijke zwarte man die vrij zachtjes in een hoog tempo informatie over ons uitstort. We manen hem wat tot rust en hebben een geweldige gids aan hem.

Soweto, bijna 100 vierkante kilometer groot, 3.500.000 inwoners (ter vergelijk: Amsterdam ongeveer 750.000 inwoners), een werkeloosheid percentage van 45% tot 60% en een relatief lage criminaliteit. Dit laatste wordt met trots verteld en wordt mede bereikt door de CPF, Community Police Forum, een samenwerkingsverband tussen bewoners en politie.

In Soweto staat ook het, bij bouw, grootste ziekenhuis ter wereld. Ook de universiteit is befaamd. Soweto is een stad van contrasten: rijke goede buurten, krottenwijken, wijken met Mandela huisjes, wijken met kazerne achtige rijen huizen, waar tot voor kort de arbeiders woonden die op basis van een half jaar of jaar contract hier naartoe werden gehaald om bijvoorbeeld in de mijnen te werken. Die huizen zijn ingericht voor 1 persoon, want het gezin van de arbeider hoefde, volgens de werkgever, niet mee over te komen.

Bij een markt stappen we uit de bus en volgen Jo. Ook hier weer worden we door de gids verzocht om niets aan de kinderen te geven opdat het bedelen niet beloond wordt. We zien tientallen, misschien wel meer dan honderd taxibusjes staan, al het vervoer gaat via taxibusjes die af en aanrijden. Mensen geven via tekens aan waar ze naar toe moeten en worden dan meegenomen als het busje die bestemming heeft.

Als we via een loopbrug boven de markt lopen zien we een openluchtslagerij, waar op een stuk zeil wel een stuk of tien dierenkoppen (geiten of van runderen?) liggen. Zeker 4 man zijn bezig met het slachten en het is een erg bloederig en onfris gezicht. Als kinderen willen we toch even griezelen en kijken daarom toch. Na kort rondgekeken te hebben rijden we verder naar een deel van de township waar we rondgeleid worden door weer een andere gids, Spiewé. Spiewé is een jonge kerel die ook voor het CPF werkt, hij vertelt heel enthousiast over wat er allemaal al verbeterd is.

Maar we zien ook een straat waar nog maar één toilet is op ongeveer 60 mensen. Kun je je voorstellen hoe het daar gaat met besmettelijke ziektes. De belofte van Mandela: iedereen een huisje met een eigen toilet, water en elektriciteit is iets wat hier nog steeds niet helemaal ingevuld is. Als je daar over nadenkt is het eigenlijk te gek voor woorden dat in een, in potentie, zo rijk land mensen nog op dit soort elementaire zaken moeten wachten.

Spiewé vertelt dat de mensen erg afhankelijk zijn van elkaar en elkaar ook voortdurend steunen. Heb je bijvoorbeeld geen suiker, dan vraag je die aan je buren en je geeft het weer terug zodra je zelf weer hebt. Voetbal is razend populair en echt een sport voor de armen omdat je er eigenlijk heel weinig voor nodig hebt om het te kunnen spelen, een bal volstaat. Zodra ze horen dat we Nederlanders zijn beginnen ze over Ajax en vertellen vol trots over de Zuid-Afrikaan Steven Pienaar die voor Ajax speelt. Ze kennen allemaal de namen van onze donkere voetballers zoals Davids, Kluivert en Seedorf.

Als we terug bij de bus komen worden we bijna overvallen door verkopers die ons beeldjes en andere kunstdingetjes willen verkopen. Jenny koopt een mooi beeldje wat een familie van vier personen symboliseert en ik koop een beeldje wat de Afrikaanse denker voorstelt. Zal het vast goed doen op mijn bureau, de Betuwse en de Afrikaanse denker face to face. Omdat we niet van iedereen iets kunnen kopen, vallen er een aantal buiten de boot. De eerst vriendelijke benadering slaat dan om in bedelen en inspelen op je gemoed, ik snap het wel maar voel me er toch ongemakkelijk bij.

Na de markt gaan we naar een van de indrukwekkendste plekken van de gehele reis: het Hector Pietersen Memorial. Onderweg er naar toe zien we een kapperszaak en die bestaat enkel uit een stoel langs de straat. Jo zegt dat je daar je haar kunt laten knippen voor R5. Iedereen heeft hier zo zijn eigen kleine business. We stoppen ook eerst nog even bij twee schitterend beschilderde watertorens waar allerhande kenmerkende beelden van Soweto en ook symbolische beelden voor Soweto afgebeeld zijn: o.a. de zwarte madonna, een kapper, de treinen, mensen om een vuurtje, etc.

Hector Pietersen was een zwarte 13 jarige schooljongen die bij de scholierenopstand in 1967 is doodgeschoten door de politie. De opstand was gericht tegen de invoering van het Afrikaans als verplichte taal. Het Afrikaans was, zeker toen, de taal van de onderdrukker. Tegenwoordig wordt iedereen door de regering gestimuleerd om ook Afrikaans te leren. Onderstaande foto, waarbij een andere jongen het lichaam van de dode Hector draagt, is wereldberoemd en heeft de publieke opinie erg beïnvloed en is mede het begin geweest van het einde van de apartheid.

Bij het memorial is ook een museum waar foto's hangen en waar je een heleboel video materiaal kunt bekijken. Sommige opschriften van protest borden, die tijdens de opstand werden getoond, zijn zo pijnlijk raak dat je er stil van wordt:

"What have we done? Our only crime is our blackness!"

Als je dit allemaal ziet is het gewoon een wonder dat de ommekeer zo relatief geweldloos is verlopen. Er is natuurlijk wel geweld geweest, ook tussen zwarten onderling (het ANC en Inkata), maar het is voor mij onvoorstelbaar dat er niet op grote schaal rekeningen zijn vereffend. Op een gegeven moment worden alle beelden en foto's me toch teveel en ga ik naar het bijbehorende winkeltje om wat in de uitgestalde boeken te bladeren.

Erg stil verlaten we later het museum om naar een shebeen te gaan voor de maaltijd. We rijden via een omweg naar de shebeen en rijden door de straat waar Mandela heeft gewoond en waar Desmond Tuti nu nog woont. Als we stoppen komt er al snel een groepje kinderen naar de bus en vraagt aan de gids of ze voor ons mogen zingen. Dat is akkoord, als we maar geen geld geven. We hebben gelukkig nog snoep en er wordt enthousiast voor ons gezongen. Wat straten verderop zien we ook nog het huis van Winnie Mandela, een zwaar beveiligd fort.

Het woord shebeen is een Iers woord en betekent illegale drankstokerij. Tijdens de apartheid moest de zwarte bevolking ook zelf hun eigen drank stoken, vandaar het woord. Maar de shebeen waar we nu naar toe gaan is een restaurantje in Soweto. We eten daar lekker en gezellig. Roos blijkt van een deel van het geld uit de enveloppe een mooi fotoboek gekocht te hebben en ze vraagt ieder van ons om er wat in te schrijven.

Voordat we naar het vliegveld gaan, hebben we nog even tijd over om een kerk te bezoeken. Er is op dat moment net een koor aan het repeteren, wat klinkt dat zingen toch prachtig. Jenny filmt een stukje, vooral voor het geluid. Jo, die nog steeds bij ons is, vertelt over het schilderij "The eye of Soweto" wat in de kerk hangt en bij de uitgang over de betekenis van de kleuren in de Zuid-Afrikaanse vlag.

Hij heeft een uitleg bij elke kleur, maar thuis op internet heb ik toch een iets andere uitleg gevonden: de oude vlag van Zuid-Afrika was een afgeleide/kopie van de Nederlandse vlag en was ook rood-wit-blauw. De kleuren van het ANC zijn zwartgeel- groen. Na de verkiezingen van 1994 is de nieuwe vlag samengesteld en gebaseerd op de kleuren van de oude vlag en de kleuren van het ANC.

Dan is het toch zo ver, we zetten Jo af en gaan naar het vliegveld van Johannesburg. Alles gaat dan plotseling heel snel, tassen en koffers op karretjes, het gebouw in, lift in, lift uit, de tickets ophalen, voor we het beseffen afscheid nemen van Johan (ik mag ceremoniemeester zijn op zijn bruilof), Joshua en Roos (geeft me volgens de afspraak nog een zware tas met boeken mee, die ze later bij ons in Meteren zal komen ophalen) en daar staan we dan, door de douane en in een taxfree winkelcentrum, elkaar aan te kijken.

We kopen nog wat muziek cd-tjes (uiteraard Oliver Mtukudzi) eten wat en wachten totdat we het vliegtuig in mogen. We zijn inmiddels zulke ervaren vliegreizigers dat het ons allemaal niets meer doet. We wachten, stappen in en vertrekken. Ik zit achter een Amerikaans rasta meisje en heb altijd gedacht dat die haardracht enorm onderhoud vriendelijk was, maar niets is minder waar, vanaf Johannesburg tot aan Frankfurt heeft ze de pluizige vlechtjes zitten bijwerken en bijdraaien.

Zondag 25 juli: Amsterdam en weer thuis

Het overstappen in Frankfurt duurt eindeloos lang, om half vijf aankomen en dan meer dan drie uur wachten is waardeloos, je bent moe en wilt eigenlijk alleen maar verder. We vinden gelukkig een plekkie in een restaurant waar we op een kop koffie vrij lang mogen blijven zitten, het afrekenen in euro's is weer even slikken, een kop chocomel kost in Frankfurt evenveel als een maaltijd in Zuid-Afrika.

Nog een klein avontuur als we na willen gaan of de jas van Wilbert, die hij op de heenweg waarschijnlijk hier in Frankfurt heeft laten liggen, gevonden is. We lopen naar het bureau gevonden goed (Fund Buro) en dat blijkt op dat moment van de dag nog gesloten, dus we gaan weer terug en moeten dan opnieuw door de douane! We hebben helemaal niet beseft dat we het vliegveld verlaten hebben en gelukkig hebben we (Jenny, Wilbert, Erik en ik) allemaal onze papieren (paspoort en incheck bewijzen) bij ons zodat we door de metaal detector kunnen.

Bij mij gaat het alarm af en de beambte zegt mij m'n broekriem los te maken, heel even denk ik dat ik mijn broek moet laten zakken, maar het gaat gelukkig alleen om de metalen gesp van de riem. Zonder riem door het poortje, geen alarm, toch voor de zekerheid nog gecontroleerd met een soort muntenzoeker, opnieuw veilig, en ik mag door. Dit soort grondige controles hebben we dus nog nergens gehad, op de heenweg op Schiphol ging het alarm af bij Jenny, ze had haar sleutels nog in de broekzak, en vervolgens werd Dianne gecontroleerd?! Voor dit soort zaken dus toch maar liever de Deutsche Gründlichkeit.

Eindelijk is de wachttijd voorbij en kunnen we het vliegtuig in voor de laatste etappe. Bij aankomst op Schiphol gaan we bij de bagageband uiteen, weer afscheid nemen, knuffelen en tranen. Nicole blijft bij ons omdat wij haar op de trein zullen helpen. Dit gaat nog niet vanzelf omdat wij de hele tijd hebben verondersteld dat ze in Roosendaal over zou stappen, dat blijkt niet het geval, het is waarschijnlijk Bergem of anders Anderlecht.

De conducteur gaat maar tot Roosendaal mee, dus ik spreek met hem af dat hij zijn Belgische collega's zal vragen om Nicole te helpen bij het overstappen. Dan nemen we ook van Nicole afscheid. Opnieuw tranen, maar, wij gaan elkander opnieuw zien bij de reünie! We reizen zelf naar huis met de trein en het laatste stukje met de taxi. Dan staan we in onze huiskamer, kijken elkaar aan en voelen ons helemaal niet thuis. We missen Afrika en onze reisgenoten nu al enorm. Komt dit ooit nog weer goed?

Like deze pagina

Specialisten Zuid-Afrika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Zuid-Afrika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Zuid-Afrika kenner
Sponsors