Een tijd geleden
Like ons op Facebook

Een tijd geleden

door Peter & Karin

In 1983 bezocht ik voor het eerst Zuid Afrika voor zaken. Eén van mijn eerste contacten daar was "Paul uit Utreg" die met zijn eerste vrouw zaliger ergens in het begin van de vijftiger jaren al naar dat prachtige land was geëmigreerd. Als losse werkkracht begonnen in "de airco business", runt hij inmiddels een "koeling imperium" met daarbij de zorg voor veel personeel. Met deze avonturier pur sang beleefde ik mijn mooiste momenten in zonnig Zuid Afrika.

Ik had mij geen betere start kunnen wensen om de kennismaking met Zuid-Afrika te beginnen dan bij Paul. Van hem kwamen de kansen om uitvoerig kennis te maken met de vriendelijke bevolking, ongeacht de kleur of pluimage. Kortom, van zowel de Afrikaner als van de "Swartman" die eerder van de "Wit-mense" laatdunkend de koosnaam "kaffer" kreeg toebedeeld, kon ik door Paul diep in "hulle siel" kijken.

Paul heeft met zijn humor als geen ander weten te bereiken dat zijn Kaffers dit buitengewone koosnaampje hadden geaccepteerd als bewijs van zijn liefde voor hen! Omgekeerd, wist hij het ook zover te brengen, dat hij van zijn geliefde Kaffers de titel meekreeg van Wit-kaffer-baas! Ja, als het maar van zijn "mense" kwam, was die benoeming voor hem een grote eer. Tenslotte zag hij daarin de pure bevestiging van hun vriendschap en respect voor elkaar.

Johannesburg

Bij mijn aankomst in wat toen nog Jan Smuts International Airport heette, kon het niet anders of ik werd meteen geconfronteerd met de 'geest van de apartheid'. En aangekomen in het Carlton hotel in Johannesburg, het luxere Carlton Court was toen nog in aanbouw, stond daar al die lepe Paul mij op te wachten om mij welkom te heten.

Hij overstelpte mij met tips, voor als ik het in mijn hoofd zou halen om "alleenig" het cosmopolitaanse Jo'burg (spreek uit: Djoburg) te verkennen. "Veiligheid vir alles", was zijn motto. En als man "from Overseas", moest ik van Paul maar snel zorgen dat ik mij als een drol-in-de-pot ging voelen in zijn prachtige thuisland! En of hij daarin geslaagd was! Het was puur zijn verdienste, dat ook ik Zuid-Afrika als mijn thuisland ging zien.

Dat ik ben teruggekomen naar mijn "roots", gold voor mij als de meest correcte beschrijving voor mijn gevoelsbeleving toen! Mama-Afrika, tenslotte geldt zij al langer als de bakermat "vir alle mense op hierdie wêreld", had mij in haar ban. "I won't be lost Paul, 'cause I'm home now!", kaatste ik nog beleefd terug.

Werkelijk, dankzij zijn olijke verschijning en zijn nimmer aflatende humor, slaagde Paul er dus in om mij snel dat gevoel van geborgenheid te geven dat je alleen kon beleven als je weer eens van een verre reis in je eigen nest thuiskwam. Achteraf bekeken waren die drie maanden van mijn verblijf toch nog veel te kort geweest.

Logisch dus, dat die vroege indruk van geborgenheid bij mij gauw heeft geleid tot de vervulling van mijn diepere wens zoals ik die lang had gekoesterd: juist díe Zuid-Afrika te leren kennen, zoals ik haar uit vroegere droombeelden kende. Daardoor kon ik in de nieuwe alledaagse taferelen de oude werkelijkheid herkennen. De knusse huiselijkheid en hulpvaardigheid in die weidse wildernis, herkenbaar overgehouden uit de tijd van de Voortrekkers, dat trok mij zo erg.

De uitstraling van saamhorigheid en er voor elkaar willen zijn, waren kenmerkend óók voor Paul. En ik stelde mij de Afrikaner eigenlijk precies zo voor: alle door het avontuur getekende en veelal bruingebrande mensen met steevast een zonnige kijk op het leven. Ja, dat waren zij voor mij toch wel, "die echte Ou-Afrikaner". Ineens herkende ik Paul als de unieke vertegenwoordiger van een uitstervend ras: zou hij misschien de laatste der Afrikaners zijn?

Ook ik raakte daardoor onherroepelijk in de ban van dit Zuid-Afrikaanse "moederland". Met haar mengelmoes van mensen in blanke, bruine, gele of zwarte huidskleur die elk even zovele verhalen vertegenwoordigen, kon ik niet anders dan concluderen dat dit land toebehoort aan een ieder van ons.

Feitelijk kan nu geen mensenras meer, noch blank, noch zwart, of om het even welke kleur, met goed fatsoen een claim op dit Zuid Afrika leggen, zeggende, dat deze heilige bodem exclusief aan haar voorbehouden is als moederland! Zij is feitelijk een stukje van ons allemaal! En omdat ik mij al heel lang tevoren had ingefluisterd om enkel te varen op mijn eigen opgedane indrukken gedurende mijn reizen door dit deel van Afrika, kon ik dat land steeds meer zien als het land van hoop "vir hierdie wêreld".

Voor mij moest er ergens in deze Afrikaanse woestenij de wieg te vinden zijn, waar nu geboren ligt de geest van de herscheppende mens! De laatste kans dus voor de mensheid om in zijn bakermat nog iets moois te presteren, voor allen in de wereld te aanschouwen en om er hoop uit te putten voor de toekomst.

In dat inspirerend land van wel duizend soorten bloemen heb ik in een moment van helderheid de ultieme openbaring mogen meemaken uit mijn bestaan: Oud en nieuw, maar ook mooi en lelijk gaan hier samen hand-in-hand zoals het hoort. De bezieling die deze contrasten in de mens teweegbrengen zijn in Zuid Afrika beter te voelen dan waar ook ter wereld. Daardoor maakt men makkelijker de moeilijke levenskeuzes uit de schijnbare tegenstellingen in het bestaan.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen, dat ik toen al erg wars was van het gemanipuleer door de politiek. En door consequent de zuiverheid na te streven in mijn handelen bij mijn zoektocht naar de zin van het leven, kon ik een gezonde mate van onbevangenheid in mijn opstelling handhaven. Daarmee was ik in staat de zuivere indrukken op te doen. Vervolgens kon ik weer de levenslessen ter harte nemen die zo overvloedig in dit land te vinden zijn. Want ook dat soort rijkdommen heeft Zuid Afrika volop in de aanbieding: it really arouses your imagination!

Swartman-taxi

Zo'n onverwachte ervaring was ook mijn beleving met de de Swartman-taxi. Ik had tussen twee afspraken in nog tijd voor een kort bezoekje naar de Oriental Plaza waar ik op souvenirjacht wilde gaan voor mijn echtgenote. In die drukke tijd was er geen enkele taxi vóór het hotel te bekennen. Ik liep wat verder de straat in om andere wachtenden voor te kunnen zijn en scande de omgeving af.

Ineens ontwaarde ik in mijn rechter ooghoek één taxi bij de standplaats opzij van het hotel. Ik gauw er naar toe gerend, rukte de achterportier open en riep de chauffeur mijn plaats van bestemming toe. Eenmaal ingestapt ontdekte ik dat deze taxi er net zo ééntje was waar Paul mij expliciet voor gewaarschuwd had om er NIET in te stappen. Ik wist wel dat ik enkel de taxi's moest nemen die bij de officiële standplaatsen geparkeerd stonden.

Wat ik mij echter niet expliciet kon herinneren was of mij ook verteld was, dat bij het hotel ook een officiële standplaats voor de Swartman-taxi was. Hoe ontdekte ik mijn vergissing? Nou, de stoelveren staken dwars door de bekleding heen en aan de portieren ontbraken allerlei handles, etc.

Zelf was ik in kostuum gekleed van smetteloos licht-beige kleur en had ik in mijn linker hand zo'n supersterke samsonite diplomaten koffer vast, zo één waar je ooit in een spotje zag dat je er zonder problemen een olifant op kon laten zitten.

Snel flitste het toen door mijn hoofd: "Ga boven op je koffer zitten". Ik peinsde er eigenlijk niet over om niet in te stappen in zijn taxi. De chauffeur zelf was blijkbaar ook door mijn actie verrast, maar via de achteruitkijk spiegel glimlachte hij mij allervriendelijkst en geruststellend toe. De rit verliep eigenlijk heel voorspoedig en zonder omwegen, en ik betaalde deze aardige "Swartman" dan ook het dubbele van wat hij mij liet betalen, en dat was twee Rand vijftig.

"Wat een eerlijk ventje toch", dacht ik nog. En later bleek, dat de reguliere witte taxi voor zo'n rit wel acht Rand in rekening zou hebben gebracht. De rit er naar toe was in dat geval misschien wel luxer geweest, maar of het net zo spannend en leuk was voor mij, dat betwijfelde ik toch. Achteraf heb ik mijn Bewaarengeltje wel bedankt voor de goede afloop van mijn ongeplande avontuur.

Op de corner van Kortestreet en Mainstreet

Een andere dag besloot ik vanuit het hotel te lopen naar het kantoor waar ik toen werkte. Dat was bij CICS dichtbij op de corner van de Kortestreet en Mainstreet (Zo instrueerde ik altijd de taxi chauffeur). Halverwege stak ik de straat schuin over, dus niet netjes over het zebrapad zoals het eigenlijk wel hoorde. Meteen daarna, zag ik tegen het eind van de straat een lange neger op mij af stiefelen. Hij was daar ineens.

Meteen flitste mij weer mijn diplomatenkoffertje door het hoofd, en stond ik ermee klaar om eventueel een onverhoedse aanval te pareren. Tussentijds moest ik natuurlijk wel mijn uiterste best doen om zo cool mogelijk over te komen bij dit heerschap. Echter tot mijn schrik moest ik vrijwel meteen daarna constateren, dat wij met ons tweeën eigenlijk de enigen waren in die straat!

Toen wij elkaar al heel dicht genaderd waren en ik mijn grip op de koffer al extra had verstevigd, werden mijn ogen getrakteerd op een partij witte tanden die mij ook nog vriendelijk toesprak: "Good morning sir, you must be from Overseas!" "How could you tell?", vroeg ik hem quasi verbaasd. Zijn antwoord, even resoluut en met de parelwitte tanden blinkend in de ochtendzon, "Well sir, a jaywalker like you tells me, you couldn't be South African!"

"Shit", dacht ik nog bij mijzelf, "Paul waarschuwde mij nog zo om niet al te opvallend te gedragen als een niet-Zuid Afrikaner. In mijn enthousiasme heb ik wederom geen acht geslagen op zijn wijze raad. Maar ook deze "Swartman" bleek achteraf een echte heer te zijn. Hij wenste enkel gebruik te maken van de gelegenheid om met deze blanke van "Overseas" enkele woordjes te wisselen over hoe zijn leven positief beïnvloed werd door de bemoeienis en de druk uit het buitenland.

Hij wilde mij daarvoor persoonlijk bedanken, meer was er niet! Vooral toen hij hoorde dat ik uit Holland kwam, raakte hij met deze buitenkans zo opgewonden, dat hij verklaarde, dat de Voorzienigheid wel hierin de hand moest hebben zodat hij mij kon spreken. Hij vond het wonderbaarlijk dat hij zo maar iemand van over de plas ontmoette, hier, midden in zijn straat op een zonnige ochtend in Jo'burg!

Ik moest hem wel als aandenken aan deze bijzondere dag die pennenset cadeau geven die ik als relatiegeschenk altijd al bij me had. Ik realiseerde mij daarna des te meer, dat zomaar een buitenlander aanspreken ooit voor hem een erg roekeloze daad was geweest. Hij zou daarvoor alleen al in de petoet kunnen belanden voor "serious questioning", zoals hij dat zelf zei.

Ja, logisch dat hij dan zo enthousiast reageerde. En ik was toen ook uitermate blij dat er voor de kleurlingen en de zwarten in Zuid-Afrika, ondanks de moeizaam verlopende veranderingen, de silver-lining rondom de donderwolken heel duidelijk zichtbaar werd. "God zegene de wereld", had ik nog stilletjes van binnen geroepen.

Zo zijn mij nog vele herinneringen bijgebleven uit mijn diverse bezoeken aan dat prachtland. Één verhaal dat zeker de moeite waard is om hier te vermelden en waar ik enigszins met gemengde gevoelens aan terugdacht, is wel het verhaal over de kaffers die moesten wachten op de terugkeer van hun bazen uit de Boerenoorlog en uiteindelijk de hongerdood stierven. Zij werden volgens overlevering door hun Boerenbazen achtergelaten doch vastgeketend aan die ene boom die later bekend zou worden als de "Kaffer-wag-hier-biekie-boom".

Maar vele Boeren kwamen niet meer terug, want zij die niet gedood werden, werden door de Engelsen allen in interneringskampen gestopt. Och arme…. Eigenlijk een anekdote waar je, als je het mij vraagt, enkel een dikke traan om zou laten. Ik vraag mij werkelijk af of er nu nog Afrikaners zijn die mij die boom zou kunnen aanwijzen.

In de bookstore in het Carlton Center, vond ik tegen het eind van mijn verblijf een boekje in zakformaat met de titel "kleintjie wijntjie". Een grappige uitgave boordevol anekdotes uit het leven van de Afrikaner. Ik kocht het als kleinood om mij te helpen herinneren aan de humorvolle wijze waarmee de blanke Afrikaner zijn bestaan een luchtiger inhoud wist te geven, en waarvan ik toen al vermoedde dat het eens voor goed verdwijnen zou.

In verband hiermee, was ik ook de familie de Waal destijds bijzonder dankbaar, om mij nog in de gelegenheid te stellen met hen een heuse Afrikaner bruiloft mee te maken. Het uitgedeelde suikergoed en de sigaar koester ik nu nog vol liefde in mijn rariteitenkabinet.

Van de leefwijze van de zwarte Afrikaan deed ik toch de beste indrukken op tijdens mijn bezoek aan het Afrikaans Museum. Deels nog in aanbouw toen, wist het museum de bezoeker al een aardige indruk te geven van het leven van onze donkere broeders die nog heel dicht bij de natuur staan.

En ik had destijds het geluk een Swartman, luisterend naar de naam Pieter, daar te ontmoeten die er als suppoost werkzaam was en die alle tijd voor ons nam om mijn echtgenote en mij tekst en uitleg te geven over alles wat er te zien en te beleven was in dat museum.

Een andere prachtige herinnering was ook het welkom dat ons ten deel viel toen wij eens bij Paul & Trudy, toen zij nog leefde, op hun plaats (boerderij) in Rustenburg op bezoek kwamen om er enkele dagen te logeren. Het onthaal dat de dorpelingen ons hadden bereid die ook op het terrein bij Paul hun eigen "stekkie" hadden, waren volgens ons van de soort die enkel voorbehouden was aan hoogwaardigheidsbekleders en staatshoofden.

Het hele dorp liep uit en men danste en wuifde. De woningen waren opgeschoond en de kapotte hekken opgeknapt en de markeringsstenen gewit, etc. Wij werden er verlegen van. Maar natuurlijk waren wij die vriendelijke mensen erg dankbaar voor die allerhartelijkste en eervolle ontvangst die zij voor ons bereid hadden.

Later vertelde Paul mij, dat hij al voor onze aankomst in het land de stamoudste had verteld dat er bij hem (Paul) die dag op de plaats hoog bezoek kwam van Overseas! Typerend voor hem eigenlijk om ons zo'n verassing te bezorgen.

Naar huis

Per KLM op de vlucht terug naar Amsterdam Schiphol en nog vaker daarna, dacht ik met regelmaat en met heimwee terug aan mijn zwarte tegenvoeter Pieter die ik in het Afrikaans Museum had ontmoet en die mij trots zijn African way of life uit de doeken deed. Ja, lang voor de bevrijding van Nelson Mandela, heb ik zijn ambassadeurs, of moet ik zeggen zijn geestverwanten (?), mogen ontmoeten. Het was voor ons een grote eer.

De Zulu's, de Xhosa's en al die andere volksstammen die het huidige Zuid-Afrika bevolken, maar ook de witte Afrikaner, mogen zichzelf nu beschouwen als de ware hoeders van het huidige vrije Zuid-Afrika. Allen hebben zij echter die zware taak te volbrengen: dat op die heilige grond nimmer de vlam mag uitdoven van onder de smeltkroes der volkeren die Zuid-Afrika heet!

Like deze pagina

Specialisten Zuid-Afrika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Zuid-Afrika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Zuid-Afrika kenner
Sponsors