Het verhaal van een rondreis..
Like ons op Facebook

Het verhaal van een rondreis..

door Annette Tyssens

Zuid-Afrika 2001 - Het verhaal van een drie weken durende rondreis

Het is ondertussen wel een hele tijd geleden maar van al onze reizen naar Zuid-Afrika was deze wel de meest avontuurlijke. Onze reisroute : Paarl - Springbok - Augrabies NP - Kalahari NP - Kuruman - Kimberley - Bloemfontein - Vereeniging.

Ditmaal kozen we voor september omdat wij hoopten walvissen te zien in Hermanus, een wens die in vervulling ging, maar ook voor de bloemenpracht van Namaqualand. Zoals bij de vorige reizen waren we met ons tweetjes, huurauto en logies werden reeds gereserveerd vanuit België.

Gedurende vijf dagen verbleven we in Paarl, een goed startpunt om een aantal uitstappen te maken die wij bij ons vorig bezoek aan de Kaap niet hadden gedaan.

De ontroering was groot toen wij in Hermanus de indrukwekkende zuidkapers konden bewonderen samen met al die andere mensen die van op de rotsen geduldig en in alle stilte, eerbiedig als het ware, stonden te wachten met foto- en filmtoestellen in aanslag om de machtige dieren te vereeuwigen, onder een lage grijze lucht die iedereen verkleumde.

Na het schitterend verblijf in Paarl, reden we richting Namaqualand, voorbij stuwmeren waarin het water bijzonder hoog stond. In de streek van Citrusdal bloeiden de fruitbomen en overal was het weelderig groen. Wij brachten een kort bezoek aan Clanwilliam het stadje waar de rooibosthee gecultiveerd wordt.

Het weer was zeer mistig en de zon brak maar niet door zodat een gedeelte van de Pakhuispas aan ons oog onttrokken werd. Gebrande sienna was de kleur van de aarde en in de laaghangende wolken stonden de meest onwaarschijnlijke rotsformaties.

Eens over de pas kregen wij een voorproefje van de bloemenpracht die van paars tot oranje oplichtte wanneer het zonlicht het golvend landschap overspoelde. Wij verbleven eerst in Vredendal om van daaruit naar Springbok te rijden.

Hoe noordelijker wij kwamen hoe mooier het weer werd. In Garies stopten wij voor de toeristische dienst. Met inlichtingen en een plannetje gewapend zouden wij een bloemenroute volgen. Volgens onze tipgevers gemakkelijk te doen met een gewone auto. Wij werden wel gewaarschuwd dat aan Karas, ingevolge de overvloedige regen, een wegverzakking was. Karas, een soort vakantieplaats, werd alleen in de zomer bewoond.

Zo trokken wij onze eerste kleine nachtmerrie tegemoet. De smalle weg was bezaaid met ontelbare diepe putten, links lag het ravijn, rechts de steile bergwand en dat maakte het niet eenvoudig om de kraters te ontwijken. Van tegenliggers bleven wij gelukkig gespaard. Met het zweet in de handen kwamen wij in Karas aan.

Voor het gehucht stond een auto van Afrikaners, ook toeristen. Noch zij, noch wij voelden er veel voor om door de enorme plas te rijden die de weg versperde. Het was ons niet duidelijk dat dit al dan niet de bewuste wegverzakking voorstelde. Nadat Leo een paar opnamen had gemaakt, keerden we om en reden dezelfde richting uit als de Afrikaners. Na enige tijd zaten we vast in de modder.

Wij haalden al onze bagage uit de koffer en probeerden te starten, duwen en trekken maar de auto gaf geen krimp. Slechts één oplossing bood zich aan : hulp zoeken. In Karas had Leo mannen zien werken maar dat betekende een flinke wandeling terug terwijl ik de wacht hield bij de auto. De situatie was niet dodelijk maar wel vreselijk vervelend en de wegenwacht was veel te ver weg.

Ongeveer een uurtje later zag ik door de verrekijker Leo komen gevolgd door drie mannen met wollen mutsen tot diep over de oren getrokken en gewapend met schoppen. De sterke kerels tilden de wagen gewoon op, de schoppen werden niet gebruikt. Wij bedankten en beloonden hen en reden verder rond Karas, maar stonden plots voor een grote wegverzakking (waarschijnlijk de echte) en reden nogmaals vast.

Dit keer hadden wij stenen langs de weg die wij onder het wiel konden steken. Wij besloten dan maar terug te keren naar de 'grote weg' en die te blijven volgen tot wij God weet waar zouden uitkomen, want nergens was er ook maar enige aanduiding te vinden en het meegekregen plannetje was voor ons ondertussen één en al mysterie geworden.

Wij bleven angsten uitstaan omdat we om de haverklap door een onder water gelopen zonk in de weg moesten rijden waaronder geen betonnetje lag zoals in sommige nationale parken. Uiteindelijk kwamen wij aan een splitsing waarop de richting werd aangegeven naar de Studerspas, die naar Garies leidde. Wij moesten heel wat tijd inhalen maar we bereikten Springbok net voor het donker werd.

De volgende ochtend stelden we vast dat de voorste nummerplaat van de auto verdwenen was. Waarschijnlijk lag die in de modder. Wij vonden een garagist die ons een nieuwe nummerplaat maakte, in geel/zwart, kleur van de provincie Northern Cape, in plaats van wit/zwart de kleur van de Western Cape waar we de auto hadden gehuurd. Maar dat was voor de politie geen probleem.

In Nababeep werd het piepkleine kopermijnmuseum bewaakt door een oudere dame. De dame was zeer verbaasd dat wij geen Afrikanen waren en toch een bezoek brachten aan 'haar' museum. Het was een prettige ontmoeting en een interessant gesprek ontstond over het dagelijks leven in deze streken. Zij vroeg naar onze indrukken over haar land en wij vertelden honderduit.

Het museumpje zelf stelde niet veel voor maar het gesprek met de dame maakte dit ruimschoots goed en bij het afscheid was het alsof wij naar een oude bekende wuifden.

De schoonheid van het Goegap NR overtrof al onze verwachtingen. Wij reden tussen een bloemenpracht met uitbundige kleuren. Een voor ons ongekende weelde, te bedenken dat een maand later al die pracht verdwijnt en slechts woestijn overblijft. Niet te geloven.

Wegens de overvloedige regen van het voorbije jaar 2000 (met enorme overstromingen in Mozambique en in het Krugerpark tot gevolg) bloeiden soorten die zich gedurende jaren niet meer had laten zien (hadden we ter plaatse in de krant gelezen). De meeste van deze bloemen richtten zich naar de zon. Hoe je ten opzichte van de zon naar het veld keek was bepalend voor de kleur.

Tussen al die pracht stoeiden en renden de mangoesten door elkaar met een snelheid die je ogen nauwelijks konden volgen.

In Augrabies NP logeerden wij in een prachtige bungalow. Het donderend geraas waarmee de Oranjerivier zich in de diepte stortte was oorverdovend. Een paar weken voor onze aankomst was een professor uit Bloemfontein verongelukt. Hij probeerde zijn GSM te vatten die over de afsluiting gevallen was en gleed uit. Na 7 dagen werd zijn lichaam kilometers verderop teruggevonden.

Groot wild was hier niet te zien. Klipspringers, springbokken en klipdassen bevolkten het betoverende landschap.

Na ons bezoek aan het Augrabies NP reden we naar het Kgalagadi Transfrontier Park. Dit park ligt pas echt in een uithoek van Zuid-Afrika en grenst aan Namibië terwijl het ook nog een deel in Botswana beslaat. Gedurende meer dan 200 km reden wij vanuit Upington langs een verharde rechte weg door een woestijngebied met als enige attractie de borden die aanmanen tot voorzichtig rijden en hier en daar telefoonpalen met enorme nesten van de 'sociale' wevers.

Wij logeerden in het kamp 'Twee Rivieren'. De twee rivierbeddingen zijn tegelijkertijd de twee hoofdwegen in het park. Het rijden in het mulle zand vroeg om grote concentratie. De hitte was nadrukkelijk aanwezig in dit paradijs van roofvogels en slangen. Acasiabomen pronkten met hun gele bloempjes, net mimosa, en vrolijkte het eindeloze verdorde landschap wat op. Naast slangen en arenden waren vooral springbokken en spiesbokken veelvuldig te zien.

Wij verlieten de Kalahari langs een brede zandweg (hoe kan het anders), richting Kuruman. Bij een te bruusk manoeuvre begon de auto te slippen. Er flitste van alles door ons hoofd terwijl de wagen over een verhoogde zandberm vloog en net voor een boom tot stilstand kwam. De stilte die daarop volgde trilde na in de hitte. Geleidelijk verdween onze angst . Wij evalueerden de toestand : niet gekwetst en een auto nog rijvaardig alleen aan de verkeerde kant van de berm.

Er stond ons één ding te doen: de berm afgraven. Terwijl wij het met onze handen probeerden, iets anders hadden wij niet ter beschikking, stopten mensen met een 4 x 4 om ons te helpen. De man reed een aantal keer over de berm zodat deze plat werd. Zij woonden in Port Elisabeth en vertelden ons dat, niettegenstaande het nergens werd aanbevolen, een 4 x 4 geen overbodige luxe was in deze streek.

Wij dankten onze redders en stopten dat wat van de carrosserie was afgebroken in de koffer. Nog diep onder indruk vervolgden wij onze weg naar Molopo voor overnachting. De rit naar Kuruman betekende nog 300 km rijden langs aardewegen en dat zouden wij diezelfde dag niet meer halen.

Kuruman was een vriendelijk stadje. De toeristische dienst verwelkomde ons met een linnen zakje gevuld met plaatselijke producten (o.a. gedroogd fruit en droge worstjes) en brochures. Nadat we o.a. de 'Moffat Missiepost', 'Die Oog' (een natuurlijke bron) en de 'Wonderwerk grot' (met rotstekeningen) hadden bezocht, reden we op aanraden van onze gastvrouw naar de Boesmanput, daar 'een wonder van de natuur' genoemd.

Dit wonder, was een reusachtige put in een uitgestrekt bushveld en net als de 'Wonderwerk grot' op privaat domein gelegen. Eenvoudig vragen of je even mag gaan kijken kon geen probleem zijn. Wij reden het erf op waar twee grote waakhonden ons niet al te vriendelijk begroetten. Een werknemer was bereid ons naar de put te brengen, een 4 x 4 was (weer) niet vereist.

Binnen een paar minuten reden wij achter een pick-up met joelende kinderen. Daverend, met horten en stoten langs sporen sukkelend hadden wij moeite om te volgen. Na minstens 10 minuten, die een eeuwigheid leken, stopte de man aan de bewuste put. Wij vroegen hem te wachten maar daar had hij geen tijd voor en hij liet ons verbluft achter.

Leo maakte wat opnamen terwijl ik wat rondlummelde omdat ik mij ongerust maakte en niet direct zag hoe wij de weg zouden terugvinden. Leo was ook een beetje onder de indruk want al spoedig reden wij richting zon, omdat dit het enige was waarop wij ons konden richten.

Toen wij naar de put reden hadden wij niet de tijd gehad om rond te kijken en enige aanknopingspunten te vinden (voor zover je dat als leek in de bush kan) maar wij wisten wel dat wij van de zon waren weggereden. Wij hadden veel geluk want de farm kwam in zicht, nog even een paar hekken openen en sluiten en wij stonden op de grote baan naar Kuruman. Onze vreugde was echter van korte duur.

De temperatuur van de auto liep op zodat wij moesten stoppen. Wij wachtten enige tijd maar het mocht niet baten, na een kilometer begon het lichtje weer te knipperen. Ondertussen werd het al 16u30 en in panne staan in het donker leek ons niet aanlokkelijk. Er stopte wel één gezin om te helpen maar ondertussen hadden wij met de gehuurde GSM (die gelukkig was opgeladen, dat hadden wij nooit gecontroleerd) naar onze hospita gebeld.

Een takelwagen was onderweg. Wij werden net voor donker aan ons verblijf afgezet en de auto verdween naar een garage. Dan… het wachten……. De volgende ochtend belde Martie (onze gastvrouw) naar het nummer dat vermeld stond in de brochure van onze huurauto. Dit nummer was niet meer juist.

Vervolgens probeerde zij een ander nummer maar dat was ondertussen de bestemming van een hotel geworden. Gelukkig konden deze mensen toch het nummer opgeven van het agentschap in Upington. Vermits er in Kuruman geen Volkswagen garage was, werd geen toelating gegeven om de auto te laten herstellen.

Er zou een vervangwagen gestuurd worden vanuit Upington, een rit van 250 km. Resultaat : rond 15 uur werd onze andere auto afgeleverd en na de nodige administratie vertrokken we rond 15u30 richting Kimberley.

Ons volgend verblijf lag 20 km voorbij Kimberley. Gelukkig verliep de reis vlot, wij konden een behoorlijke snelheid aanhouden op de uitstekend geasfalteerde weg. Toen wij die verlieten om een brede aardeweg door de bush te volgen, zakte de zon net weg achter de heuvels. Een betere timing hadden wij ons niet kunnen indenken.

Wij verbleven daar in omgebouwde paardenstallen. Hier werden vroeger de paarden verzorgd van de diamantmijn. Het domein Langsberg was prachtig en enorm groot. Daar hebben we voor de eerste maal zwarte springbokken gezien. Wij maakten er ook kennis met een Noorse dame die in opdracht van haar werkgever aan een documentaire werkte.

In Kimberley wees een overvloed aan borden de toeristen de weg naar de belangrijkste bezienswaardigheden zodat wij zonder moeilijkheden de ingang van het mijnmuseum vonden. Onze verwachtingen waren niet erg hoog gespannen, ten onrechte. Wij bevonden ons in een klein mijnstadje dat alle aspecten van het leven van toen belichtte op een originele manier.

Zelfs de danszaal met muziek ontbrak niet, de bokswedstrijden gehouden in de herberg, het piepkleine kerkje, winkels en een grote hal waar een verscheidenheid aan vervoermiddelen werd tentoongesteld waaronder de eerste elektrische tram in Afrika, gaven een volmaakt beeld van de levenswijze in die harde tijd. Veel verbeelding was hier niet bij nodig.

Van op een houten staketsel had je een zicht op de 'Big Hole'. Niettegenstaande wij al foto's gezien hadden van dit 'grote gat' was het in werkelijkheid indrukwekkender dan verwacht. Het gat is voor tweederde gevuld met water zodat er een mini-ecosysteem is ontstaan.

Zwaluwen zwierden en gierden uitbundig heen en weer boven het wateroppervlak terwijl de zon onze hoofden stilaan verschroeide. Ondanks de toenemende hitte hebben wij toch een aantal uren doorgebracht in het museum. Daarna zijn wij nog even gaan kijken naar de historische gebouwen van 'de Beers' in het oude stadscentrum.

Bloemfontein leek veel chaotischer dan Kimberley mede door de vele enkelrichting straten. Omdat wij er niet meer wijs uit raakten hadden wij de auto op een overdekte parking gezet in het centrum van de stad en met de hulp van het stadsplannetje, dat wij van onze gastvrouw ontvangen hadden, onze wandeling aangevat tussen de prachtige historische gebouwen. Ondertussen liep de temperatuur weer hoog op.

Tijdens onze wandeling droeg Leo de camera in zijn hand. Een bejaarde zwarte man kwam naar ons toe en gaf ons, vriendelijk maar kordaat, de raad de camera in de zak te steken opdat we, in de wijk waar wij op dat ogenblik wandelden, geen moeilijkheden zouden krijgen. Wij bedankten hem en volgden zijn raad op. Gelukkig hadden wij tot dan niets onaangenaams ondervonden.

Om de reis af te sluiten verbleven we een paar dagen bij onze vrienden in Vereeniging. Mauritz en Louisa hadden ons de weg beschreven, komende van Bloemfontein maar ergens was er een misverstand en wij stonden ten slotte voor de slagbomen van een officieel gebouw.

Met de beschrijving gegeven door de aanwezige wachten gingen we terug op pad maar, zo bleek later, hadden we ons bij het tellen van het aantal verkeerslichten vergist zodat wij de township Sharpville binnenreden. Wij keerden langs dezelfde weg terug, zetten even de auto langs de kant, wat redeneren en uiteindelijk kregen we herkenningspunten te zien die Mauritz en Louisa ons hadden opgegeven.

Dit was de enige keer dat wij onze oriëntatie verloren hadden, het bloemenavontuur in Garies niet meegerekend. Over het algemeen zijn de aanduidingen langs de weg heel duidelijk. De problemen stellen zich meer in en rondom de steden. Vereeniging heeft nl.4 miljoen inwoners.

Het weerzien met onze vrienden was heel hartelijk en emotioneel. Samen met hen brachten wij een bezoek aan een plaatselijk museum waar de geschenken pronkten die FW de Klerk en N Mandela gekregen hadden bij hun officiële bezoeken aan het buitenland. Ook reden we naar een stoffenwinkel, uitgebaad door Indiërs, vrienden van hen.

Het 'winkeltje' had de omvang van een mega supermarkt met alleen stoffen en toebehoren. Veel vrouwen in Zuid-Afrika maken hun kleding zelf, ook de blanken.

's Anderdaags brachten onze vrienden ons naar het jaarlijkse feest in Potchefstroom, een studentenstad. Een deel van de stad was omgetoverd in één grote kermis. Wij lieten de auto achter en slenterden tussen de kraampjes.

De meest uiteenlopende geuren drongen je neusgaten binnen. Muziek mengde zich in allerlei vormen door de zinderende lucht want het werd weer verschrikkelijk warm. De sfeer was geweldig en het concert van de 'Grafsteensingers' een onvergetelijke gebeurtenis.

Gezeten op het gras in een grote tent, met de benen opgetrokken opdat zoveel mogelijk mensen plaats zouden hebben, luisterden we naar Afrikaanse 'tranentrekkers' (smartlappen) waarvan wij niet veel begrepen maar door de grappige uitbeelding ervan konden we over het algemeen de inhoud van de liederen goed inschatten.

Het zijn van die momenten die je als toerist doen versmelten met je omgeving. Hier geen Japanners, Engelsen of wie dan ook, dit was een zuiver plaatselijke aangelegenheid.

Met een traditionele braai voor de ganse familie en Wanda, die voor de gelegenheid uit Johannesburg naar Vereeniging was gekomen, werd deze fantastische, heel bijzondere reis, afgesloten met de belofte dat wij zouden terugkomen.

Like deze pagina

Specialisten Zuid-Afrika

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Zuid-Afrika?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Zuid-Afrika kenner
Sponsors